Nu ook in Ethiopië: gezonde vrouwen

Afrika gaat met 1 miljard inwoners een nieuw decennium in. Hoge bevolkingsgroei gaat hand in hand met falende gezondheidszorg, vooral voor moeders....

Door Rob Vreeken

In de stille, weldadige binnentuin van het Fistula Hospital in Addis Abeba schuifelen ze over de paden tussen de ziekenzalen, de slachtoffers van een verzwegen plaag. Ethiopische vrouwen, meisjes soms nog. Voetje voor voetje, de meesten met een gepijnigde grimas op het gezicht. Hier, in dit fraaie ziekenhuis, in 1974 opgericht door het artsenechtpaar Catherine en Reginald Hamlin, hervinden deze vrouwen een waardig bestaan.

Het leven van de massa van Ethiopische vrouwen wordt bepaald (en verkort) door de opeenvolging armoede, analfabetisme, heel jong trouwen, veel kinderen krijgen, kinderen verliezen, dochters jong uithuwelijken – en zo is de cirkel rond.

Een van de treurigste gevolgen daarvan is de verminking die duizenden vrouwen oplopen als de bevalling moeilijk verloopt. Meestal gaat het om piepjonge moeders, in afgelegen dorpen zonder arts of ziekenhuis, zonder wegen waar een ambulance kan rijden.

Tijdens een paar hels pijnlijke etmalen scheurt er van binnen van alles uit in het lichaam, vaak een lichaam dat eigenlijk niet rijp genoeg was om een kind te baren. Resultaat: een dood kindje en een fistel, een gat, tussen vagina en blaas of tussen vagina en rectum.

Naast de fysieke pijn maakt de fistel de vrouwen tot paria’s, zegt Feven Haddis, woordvoerster van het ziekenhuis. ‘De meeste slachtoffers raken incontinent en ruiken continue naar urine en ontlasting.’ Ze worden door familie en dorp uitgekotst; de kans om te hertrouwen is nul. Dit lot treft naar schatting jaarlijks negenduizend vrouwen in Ethiopië; wereldwijd 75 duizend.

Een eenvoudige operatie – kosten 300 dollar, inclusief revalidatie – slaagt bij 97 procent van de patiënten. Ethiopië loopt voorop met dit Fistula Hospital, waar de van oorsprong Australische Catherine Hamlin (86 inmiddels) nog steeds opereert, zo af en toe. Uit de hele wereld komen artsen, om zich in de ingreep te bekwamen.

Het is een succes, niettemin, bij de gratie van een rauwe werkelijkheid. De werkelijkheid van een straatarm ontwikkelingsland, waar de moedersterfte zo hoog is als vrijwel nergens anders in de wereld. Het Fistula Hospital kan lang niet alle slachtoffers behandelen. Onveilige abortussen en problematische bevallingen zijn de grootste killers onder vrouwen. In veel opzichten zijn de gebruikelijke problemen van het zuidelijk halfrond nog een tikje erger in Ethiopië.

Seksueel geweld is endemisch in dit land, ondanks het vriendelijk imago dat de Ethiopiërs aankleeft. ‘Verkrachting is op elke hoek, elke nacht’, zegt, poëtisch bijna, gynaecoloog Kebede Amena van het Adama-ziekenhuis in Nazreth.

Het is een plaatje waar ook grote gezinnen bij horen, hoge kindersterfte, analfabetisme, bijgeloof, heel veel aids, gebrek aan basale gezondheidszorg in grote delen van het land. Ethiopië is een van de armste landen ter wereld. ‘De helft van de mensen heeft helemaal geen toegang tot zorg’, zegt Saba Kidanemariam, directeur van de gezondheidsorganisatie IPAS. ‘Wat zich onder hen allemaal afspeelt weten we niet precies.’ De gezondheidszorg heeft een gebruiksgraad van 0,32, oftewel: gemiddeld een op de drie mensen ziet een keer per jaar een arts.

Het geval Ethiopië maakt in één oogopslag duidelijk hoe het kan dat Afrika zojuist, eind 2009, met flinke vaart door de grens van een miljard is geschoten. Aan het begin van het nieuwe decennium telt het continent meer dan 1.000.000.000 inwoners, en de curve is zorgwekkend schuin. Ethiopië dendert van 83 miljoen nu, naar 150 miljoen in 2050.

Maar overal in Afrika wordt, met internationale steun, gewerkt aan ‘seksuele en reproductieve gezondheid’. Bevolkingsgroei is een van de problemen die daarmee worden aangepakt; aids is een ander. De Millenniumdoelen van de Verenigde Naties vormen een stok achter de deur.

Aidsbestrijding en geboortebeperking vinden elkaar in een stukje rubber: het condoom werkt voor beide probaat. Maar het gebruik van voorbehoedsmiddelen, waaronder condooms, was tot voor kort opmerkelijk laag in Ethiopië, ook voor Afrikaanse begrippen. In de jaren tachtig gebruikte maar 2 procent van de paren iets, op het ogenblik 14 procent – nog steeds niet veel.

De overheid is eindelijk doordrongen van het belang van bevolkingsbeleid. Steun van buiten is er van onder meer Usaid, het VN-bevolkingsfonds (Unfpa), de Nederlandse regering (een niet te onderschatten speler op het gebied van seksuele gezondheid) en de Deutsche Stiftung Weltbevölkerung (DSW). Psychologisch gezien helpt dat niet altijd mee; hardnekkig is het idee dat geboortebeperking een stokpaardje van blanken is.

Adolescenten zijn een belangrijke doelgroep. Tot een jaar of vijftien geleden maakten beleidsmakers overal ter wereld zichzelf nog wijs dat ongehuwde jongeren eenvoudig niet aan seks doen, maar dat is ook in Ethiopië inmiddels duidelijk anders. In de stad Asela, ten zuidoosten van de hoofdstad, staan er achthonderd rond een soort podium in het centrum, waar jongens en meisjes met het ‘Youth2Youth’ op hun T-shirt zingen en een dansje doen, naast een stapel met dozen condooms.

Drie jongens en drie meisjes worden naar voren gehaald voor een quiz. Alle onderwerpen komen aan de orde: geslachtszieken, aids, ongewenste zwangerschap, besnijdenis, gedwongen huwelijken, abortus. De publieke erkenning dat seks ook gewoon leuk kan zijn is nog een stap te ver voor Ethiopië. Maar de deelnemers geven alle goede antwoorden, dat is al heel wat, en het jonge publiek klapt, juicht en roept enthousiast mee. T-shirts en dozen condooms vormen de prijzen.

Rihana Sadiq, een 15-jarige vrijwilligster, vertelt na afloop dat zij in haar omgeving heel wat weerstand heeft te overwinnen over Youth2Youth, waarmee ze elke week in een andere stad optreedt. Ook haar islamitische ouders vonden het maar niks, dat seksgedoe, maar nu zien ze in, dat Rihana zich juist verantwoordelijker gedraagt. ‘Ik was 12 toen ik al alles van seks wist, dus ging ik minder snel met jongens mee.’ Dat ‘dus’ is de crux. Hoe meer jongeren weten, des te behoedzamer zijn ze met seks.

Inmiddels weet ook de Ethiopische regering veel van seks. Sinds vijf jaar lopen er programma’s die een voorbeeld kunnen zijn voor menig Afrikaans land. De enorme moedersterfte was de voornaamste prikkel voor de omslag.

Minister van Gezondheid Tedros Adhanom heeft het enthousiast over de ruim 15 duizend gezondheidsposten die de laatste vier jaar in het hele land zijn opgericht. Ze worden bemand – twee per post – door 32 duizend Health Extension Workers. ‘Ons leger’, noemt de minister ze trots. Jonge vrouwen die, na negen maanden opleiding, de Ethiopische dorpelingen kunnen geven wat velen tot nu helemaal niet kenden: basale gezondheidszorg. De nadruk ligt op geboorteregeling en zorg voor zwangere vrouwen en zuigelingen.

Ander positief nieuws:

Het gebruik van voorbehoedmiddelen (condooms, de pil) begint in Ethiopië eindelijk iets voor te stellen. Vooral onder jongeren is het gebruik sterk gestegen.

Sinds 2005 is er een nieuwe abortuswet, die abortus zo goed als vrij maakt. Clandestiene abortussen waren goed voor de helft van de sterfte onder vrouwen en meisjes.

In de loop van dit jaar zullen drie miljoen vrouwen het voorbehoedmiddel Implanon hebben gekregen. Het staafje wordt aangebracht onder de huid in de arm en werkt drie jaar. Het spiraaltje is, hoewel goedkoper, zeer onpopulair in Ethiopië. Reden: bij het inbrengen moeten vrouwen hun intieme delen laten zien. In het preutse Ethiopië ligt dat uiterst gevoelig.

Het geeft, al met al, onderdirecteur Purnima Mane van het VN-bevolkingsfonds (Unfpa) in New York reden te constateren: ‘Ethiopië bevindt zich in de voorhoede in Afrika. Samen met Zuid-Afrika, Senegal, Tanzania. Ze zijn een voorbeeld van wat, met de nodige toewijding, mogelijk is.’

Meer over