NieuwsUranus en Neptunus

Nieuwe missie naar verre planeten Uranus en Neptunus? Direct beslissen!

Tijdens een wereldwijde pandemie denken we allicht niet aan het bezoeken van een verre planeet rond 2030. Toch dient zich juist nú een unieke kans aan voor een nieuwe missie naar Uranus en Neptunus, de twee buitenste planeten van het zonnestelsel. 

Uranus. Foto door Voyager 2.Beeld NASA

Het was de enige keer dat iemand hem van dichtbij zag. Op 24 januari 1986, terwijl ruimtesonde Voyager 2 op hoge snelheid door de uiterwaarden van ons zonnestelsel schoot, doemde uit het donker van de kosmos een groenblauwe bol op. De sonde bestudeerde Uranus van een afstandje, maakte foto’s van manen als Puck en Miranda, bekeek de Saturnus-achtige stofringen van de planeet en vloog weer verder. Drieënhalf jaar later, op 25 augustus 1989, was de beurt aan Neptunus, de buitenste planeet van het zonnestelsel. Die toonde zich een helderblauwe, stormrijke grenswacht die de route bewaakt naar de buitenwijk van ons kosmisch thuis: de kuipergordel, de plek waar dwergplaneten als Pluto dwalen.

Sindsdien zijn we nooit meer teruggekeerd. Maar nu, stellen kenners, is de tijd gekomen voor een nieuwe missie. Over enkele jaren staan Uranus, Neptunus en Jupiter zodanig opgesteld dat een sonde onderweg extra vaart kan maken door rond Jupiter te slingeren – nodig om de verre reis naar de buitenste planeten qua tijdsduur behapbaar te maken.

‘Om naar Neptunus te vliegen, is een lancering rond 2029, 2030 ideaal’, zegt planeetwetenschapper Leigh Fletcher (University of Leicester), die begin dit jaar in Londen een bijeenkomst organiseerde om het internationale gesprek over zo’n soort missie aan te zwengelen. 

‘Naar Uranus kun je nog iets later vertrekken, tussen 2030 en 2034’, zegt hij. Maar daarna moet je wachten. Pas halverwege de jaren veertig doet de volgende kans zich voor. ‘Dit binnen tien jaar voor elkaar krijgen is wel erg ambitieus’, geeft Fletcher toe. ‘Maar dat betekent niet dat we het niet moeten proberen.’

Veel Neptunus-achtigen

De wetenschappelijke interesse voor de buitenste planeten van ons zonnestelsel is de laatste jaren gegroeid, zegt Fletcher. ‘Het lijkt er vooralsnog op dat in de rest van het heelal het vaakst planeten voorkomen die qua grootte en – vermoedelijk – ook samenstelling lijken op Uranus en Neptunus’, zegt hij. Die observatie is mogelijk wat vertekend: de instrumenten die in de diepe kosmos zoeken naar planeten vinden Neptunus-achtigen makkelijker dan kleinere, rotsachtige varianten. Maar of ze nu het meest voorkomen of niet: zeker is dat het heelal er vol mee zit. ‘Toch hebben we dat planeettype tot nu toe het minst bestudeerd’, zegt Fletcher.

Neptunus. Foto door Voyager 2.Beeld NASA

Zelf gelooft hij het meest in een missie naar Uranus. Allereerst omdat de timing daarvoor iets gunstiger is: de vier à vijf jaar die je dan extra hebt, kan men goed gebruiken. Zeker omdat een missie naar een verre planeet qua prijskaartje – honderden miljoenen tot zelfs een miljard euro – direct één van de hoofdmissies van NASA of ESA zou zijn. Daar gaat altijd eerst een uitgebreid voortraject van wetenschappelijke en technische studies aan vooraf.

Buitenbeentje

Maar Uranus is ook wetenschappelijk interessanter dan Neptunus, zegt Fletcher. De planeet is namelijk een buitenbeentje in het zonnestelsel. Zo is Uranus in het verleden waarschijnlijk met iets zwaars gebotst, waarna hij een beetje schuin in z’n baan is gaan hangen. De planeet staat onder een totaal andere hoek dan de andere planeten. En dat heeft maffe gevolgen. Zo is het op de polen van de planeet afwisselend bijvoorbeeld 42 jaar licht, en dan weer 42 jaar donker.

‘Ook zijn atmosfeer is totaal anders dan die van andere planeten’, zegt Fletcher. Het is er het koudst van alle planeten, terwijl Neptunus toch verder van de zon staat. ‘In veel opzichten is het de meest extreme plek in het zonnestelsel.’

Toch zou Fletcher in een ideale wereld ook nog langs Neptunus willen vliegen. ‘Die heeft een heel interessante maan, Triton, gevangen uit de Kuipergordel. We realiseren ons onvoldoende dat dergelijke verre manen geen saaie klompjes steen zijn. Ze zijn geologisch actieve, unieke systemen die - met een beetje geluk - misschien ook ondergrondse oceanen huisvesten. Mogelijk is er zelfs buitenaards leven.’

Voorbij de grenzen van het zonnestelsel

Praktisch gezien is een missie naar beide planeten op korte termijn echter onhaalbaar, denkt Fletcher. Niet alleen zou je dan moeten lanceren op het vroegste moment - 2029, 2030 - maar de missie wordt ook complexer, met één voorwerp dat ergens onderweg splitst in twee aparte sondes. Technisch allemaal mogelijk, maar duurder, moeilijker en daardoor minder praktisch.

En dan is er ook nog de optie om lettterlijk mee te liften op plannen zoals de Interstellar Probe, een missie tot voorbij de grenzen van het zonnestelsel, waar ESA en NASA nu over nadenken. Een leuk idee, geeft Fletcher toe, maar alleen interessant als ze dan ook een sonde meenemen die ze onderweg af kunnen vuren richting Uranus of Neptunus. En gegeven de beperkte ruimte op zo’n missie, is dat niet erg realistisch. ‘Zonder zo’n losse sonde vlieg je alleen op hoge snelheid voorbij de planeten. Dat hebben we met Voyager al gedaan. Je wilt juist van de atmosfeer proeven, dichtbij de planeet komen. Ontdekken hoe ze ooit ontstaan zijn. De manen bestuderen. Dat kan alleen met een eigen missie.’

Of het ervan gaat komen, is afwachten. In de kalenders van ESA en NASA is zeker iets mogelijk, maar dan moet het besluitvormingsproces nu snel op gang komen. ‘We zijn positief’, zegt Fletcher. ‘We moeten hiervoor nú de handen op elkaar zien te krijgen. Het publiek moet erachter gaan staan. Dan kan het. Zelfs in 2030.’

Verder vliegen in de kosmos

Vanaf 2030 hoopt de Nasa te beginnen aan een jarenlange missie naar de grens van het zonnestelsel en daar voorbij. Om die onstuimige regio te leren kennen, en vandaar ons thuis te kunnen bekijken.

Het ruimteschip dat Nasa in 2018 richting de zon vuurde, heeft zijn eerste wetenschappelijke vruchten afgeworpen. De sonde moet onder meer onthullen of de zon zich op termijn niet zal ontpoppen tot kosmisch gevaar voor onze technologische samenlevingen.

Nasa wil met een drone onderzoeken of Saturnusmaan Titan misschien levensvatbaar is. Dat heeft de Amerikaanse ruimtevaartorganisatie donderdagavond op een persconferentie bekendgemaakt. 

Meer over