Niet altijd heeft Chicago de wind in de rug

Was het maar niet zo koud in de winter of zo heet in de zomer. Dan kon Chicago moeiteloos wedijveren met andere paradijselijke steden in de rest van de wereld....

Chicago's meest charmante onhebbelijkheid is de striemende wind, die wordt aangezwiept door voorbij razende metro's. Op South Wabash Street kan de belaagde wandelaar zich vreselijk ellendig voelen, maar wie de stad van gangster Al Capone wil leren kennen, moet zich het onophoudelijke salvo laten welgevallen.

De winderige oorveeg biedt één troost: het bereiken van de bestemming is des te aangenamer. Op zaterdagavond kan geen huiskamer ter wereld op tegen de knusheid van Buddy Guy's Legends, een vermaarde en must visit club in Chicago. De genoegelijke blues doet de onbarmhartige kou of zinderende hitte onmiddellijk vergeten.

Little Jimmy King neemt zijn swingende publiek deze avond mee naar Nashville, Tennessee, waar zijn grote leermeester en (naar eigen zeggen) grootvader B.B. King hem verliefd liet worden op de elektrische gitaar. In een krakkemikkig busje reizen Jimmy en zijn band het land door, maar Chicago is muzikaal gezien zijn tweede thuis.

De Chicago Blues is hard en onweerstaanbaar. Via de Mississippi-rivier was de muziek samen met migrerende arbeiders in de jaren dertig naar het noorden gekropen en kreeg in Chicago een elektrische impuls. Die zou worden geperfectioneerd door plaatselijke grootheden als Muddy Waters, Little Walter en Sonny Boy Williamson II.

De tijd is voorbij dat, zoals in de jaren vijftig, tientallen bluesclubs aan 47th Street waren te vinden. En ook is het niet meer de muzikale hartslag van de bikkelhard werkende metropool. Wel is de Chicago Blues een authentiek geluid, dat in historische onderkomens als Buddy's geboren Chicagoans, toeristen en studenten laat verbroederen.

'Ik ben al weken on the road', krijst Little Jimmy King door Buddy's, 'maar hier voel ik me eindelijk thuis.' Vaste klanten, vrienden en bekenden van Buddy zitten zijdelings van het podium aan ronde tafeltjes. Licht geknik met het hoofd en getrommel met de vingers verraden de vertrouwdheid met de blues, waarmee elders in het café juichend jongeren kennis maken.

De typische riff, wàh-waaaah, maalt het hele weekeinde door het hoofd, als vriendelijk deuntje dat het stadscentrum nog mooier maakt dan het in werkelijkheid al is. Chicago is architectonisch een bosrijk gebied, waar oude eiken worden overschaduwd door vlijmscherpe sparren en waar struikgewas alles aaneen breit.

De allereerste wolkenkrabber schoot in 1885 in Chicago de lucht in. Het negen etages tellend verzekeringskantoor heeft al lang en breed plaats gemaakt voor nieuwe giganten die gelukkig wel hoog op de veilige monumentenlijst prijken. In tegenstelling tot Manhattan hoef je niet je nek te kwellen om van het vergezicht te kunnen genieten. Er is immers ruimte genoeg in downtown Chicago.

Dat is te danken aan stedelijk ontwerper Daniel Burnham, die in 1909 schreef dat 'het moment was aangebroken dat orde moest worden geschapen uit de chaotische en snelle groei'. Chicago was na New York City de dichtst bevolkte stad van de Verenigde Staten (en is nu derde achter Los Angeles). Maar Amerikaanse evenbeelden had Burnham niet in gedachten bij het creëren van urbane valleien. Liever spiegelde de architect zich aan Parijs, waarbij Chicago als een soort Franse hoofdstad op de prairie (van Illinois) zou opdoemen. De Chicago-rivier was de Seine, en twintig historische ophaalbruggen zorgen dagelijks voor een feeërieke balletuitvoering in de schaduw van neogotische, klassieke en door art-deco en Bauhaus geïnspireerde gebouwen.

Elk gebouw verdient individuele bewondering, en om die reden is Chicago overgoten met georganiseerde wandelingen langs kantoorpanden uit verschillende tijdperken. Het is aanbevelenswaardig op een zondagochtend de zwijgende stad te doorkruisen en je bijvoorbeeld te laten bijpraten over de kenmerkende 'Chicago-windows'. Deze stijlvorm voorziet in een groot rechthoekig raam, geflankeerd door twee smallere raampjes die open en dicht kunnen voor ventilatie. Niks bijzonders op het eerste gezicht, maar het biedt een interessant inkijkje dat snel aan de oppervlakkige blik van een slenterend toerist ontsnapt.

Zo is State Street niet meer dan een brede winkelstraat met veel verkeer, maar een oplettend oog ziet plots het straatmeubilair dat de avenue tot een door en door Amerikaanse main street maakt. Art-deco lantaarns en brandschone metro-ingangen geven de stedelijke kolos het intieme karakter, dat je vergeefs zoekt in New York of Los Angeles.

Al lang geleden besloot Chicago om de oostelijke en westelijke metropolen te negeren in de race om erkenning als the place to be. Chicago blijft allereerst zichzelf: weinig pretentieus en een beetje ouderwets. Men is attent, doet moeite om het de bezoeker naar zijn zin te maken. Die merkt dat Chicago hetzelfde biedt als waarvoor New York en L.A. zich met veel bombarie op de borst kloppen.

Het najaar geldt als meest ideale tijd om langs Lake Michigan te flaneren. Dan is het briesje, zoals de immer stevige wind er wordt genoemd, perfect in balans met de aangename temperaturen. De bijnaam van Chicago luidt Windy City, maar die is ontleend aan de 'windbuil'-reputatie van lokale politici.

De notoire schandalen in het gemeentehuis zijn even roemrucht als een ander, even bedenkelijk fenomeen: de maffia. Stap op de bus van Untouchable Tours en herleef de brute jaren twintig, toen de drooglegging voor Al Capone en consorten gewelddadige hoogtijdagen inluidde. Zijn markante hoed, donkere glazen en sigaar hoefden maar op Clark Street op te duiken, of het verkeer kwam opgewonden tot stilstand.

Capone werd op lafhartige wijze om zeep geholpen door syfilis, maar de media en Hollywood hebben de bendeleider onsterfelijk gemaakt. Het geeft een ietwat vals beeld over de werkelijke omvang van criminaliteit in Chicago. Wie ter plekke over misdaad begint, wordt al snel de les gelezen. De stad is veel veiliger dan het cliché veronderstelt.

De jaren negentig gaven Chicago bovendien een nieuw gezicht met basketballer Michael Jordan, wiens grenzeloos charisma Al Capone tot onbeduidend mannetje degradeerde. De ster van Chicago Bulls won zes NBA-kampioenschappen. Dat was ongekend met de lamlendige honkbalteams White Sox en Cubs plus een even abominabel American football-ploeg (Bears) binnen de stadsgrenzen.

Gretig en terecht omhelsde Chicago zichzelf dan ook als basketbalhoofdstad van de wereld. Afgelopen seizoen ging de 36-jarige Jordan met pensioen en het Bulls-bastion donderde genadeloos ineen. Het gemis van de Bulls, die door een grote leegloop van de beste spelers voorlopig geen rol van betekenis meer spelen, is pijnlijk voelbaar op straat en in cafés.

His Airness, zoals Jordan dankzij zijn sprongkracht werd genoemd, heeft nog wel een restaurant dat zijn naam draagt. Maar hier komen toeristen zich vergapen aan de vergane glorie. De Chicagoans zelf treuren openlijk over het feest dat definitief voorbij is. Het standbeeld voor de Bulls-arena is bij lange na niet toereikend om Jordans invloed op de stad te verpakken.

Ook een andere beroemdheid, Oprah Winfrey, is met haar laatste dans bezig. De talkshow-gastvrouw zendt al jaren vanuit Chicago uit, en heeft aangekondigd iets anders te willen gaan doen. De bevolking resteert slechts één alternatief: nog harder werken. Per slot van rekening kun je niet altijd de wind in de rug hebben. Zeker niet aan Lake Michigan, Cote d'Azur van de Amerikaanse arbeidersklasse.

Meer over