Niels Bohr (2)

Het jaar 1905 was een goed jaar voor de wetenschap. Albert Einstein publiceerde zijn artikelen over de Speciale Relativiteitstheorie en Niels Bohr stopte met voetballen....

Bohr was de talentvolle, maar dromerige doelman van AkademiskBoldklub, tegenwoordig bekend als AB Kopenhagen. Vermaard is deanekdote over een wedstrijd tegen het Duitse Mittweida. De Denenwaren veel sterker en Bohr had weinig te doen. Op een gegevenmoment schoten de Duitsers van ver op de goal. Tot afgrijzen vanzijn ploeggenoten stak Bohr geen hand uit en de bal zeilde zo hetdoel in. Na afloop bekende Bohr dat hij - diep in gedachtenverzonken - bezig was geweest een moeilijke wiskundige formuleop te lossen. Zijn ploeggenoten suggereerden dat het misschienbeter was dat Bohr zich geheel aan de wetenschap zou gaan wijden.Dat leek Bohr ook wel een goed idee.

Hij stortte zich op zijn studie natuurkunde. In 1909 studeerdehij af en twee jaar later ontving hij de doctorstitel. In 1912vertrok Bohr naar Engeland, waar hij ging werken bij de beroemdeErnest Rutherford. Bohr verbeterde diens atoommodel en voor hetartikel dat hij hier in 1913 (27 jaar oud) over schreef, kreeghij in 1922 de Nobelprijs voor natuurkunde.

Zijn voorganger in 1921 was Albert Einstein. Die was 26 jaartoen hij in 1905 zijn beroemde formule E=mc² opschreef. Hetwaren de jaren dat jonge natuurkundigen de wetenschap op zijn kopzetten. Het was dan ook niet verwonderlijk dat Bohr, toen hij in1920 hoofd van het Instituut van Theoretische Fysica inKopenhagen werd, allemaal jonge natuurkundigen om zich heenverzamelde.

Bohr moedigde zijn leerlingen aan vooral buiten de geijktepaden te denken. Zo kreeg een student die met een nieuwe theorieaankwam, te horen: 'Uw theorie is gek, maar niet gek genoeg omwaar te zijn.' Een andere student kreeg te verstaan: 'Je bentniet aan het nadenken, je bent alleen maar logisch bezig'

Befaamd is ook het verhaal over het hoefijzer dat boven dedeur van de werkkamer van Bohr hing. Een student vroeg: 'Maarprofessor, een eminent geleerde als u gelooft toch niet in dewerking van een hoefijzer?' Waarop Bohr antwoordde: 'Neenatuurlijk niet, maar men heeft mij verzekerd dat het, ook algeloof je er niet in, toch werkt.'

Op het instituut van Bohr was ook tijd voor ontspanning. Vaaknam Bohr zijn studenten mee naar de bioscoop. Vooral westernshadden zijn voorkeur. Het was niet altijd een genoegen om naasthem in de bioscoop te zitten. Hij kon het niet nalaten constantop onlogische zaken in het script te wijzen. Ook viel het hem opdat de held het vuurgevecht steevast won, ook al trok de schurkaltijd als eerste zijn pistool.

Op grond hiervan kwam Bohr tot de stelling dat de menselijkegeest en lichaam sneller reactief kunnen reageren dan actief. Deschurk had twee dingen aan zijn hoofd: wanneer hij de trekker zoumoeten overhalen, en het schieten zelf. De held had maar éénding aan zijn hoofd: reageren op de schietbeweging van de schurk.Daardoor zou hij sneller zijn.

Hoewel zijn studenten hem erop wezen dat de held altijd wonomdat dat in het script stond, bleef Bohr bij zijn stelling. Omzijn gelijk te bewijzen kocht de Nobelprijswinnaarspeelgoedpistooltjes en hield een heuse shoot-out met zichzelfin de rol van held. Zijn studenten waren de schurken. Bohrversloeg al zijn leerlingen.

Martin van Neck

Meer over