Nederlandse expeditie bereikt de Noordpool

Een Nederlandse expeditie heeft de geografische Noordpool bereikt. De vier deelnemers zijn de eerste Nederlanders die de magische negentig graden noorderbreedte, het noordelijkste punt ter wereld, overschrijden....

ANP

RIJSWIJK

Het viertal, H. van der Meulen, W. van Rooijen, M. Cornelissen en E. Öffner, begon de tocht van duizend kilometer over het poolijs op 12 maart. Het ijs is vooral de afgelopen dagen begaanbaar. Alleen met behulp van speciale sledes, die ook als kano dienst kunnen doen, hebben de vier vele stukken open water kunnen passeren.

Het team van oorspronkelijk vijf mensen begon de tocht zeventig dagen geleden op Ward Hunt Island, het uiterste noorden van Canada. De eerste weken verliepen moeizaam, met 150 kilometer over kruiend ijs, de overgang tussen land- en zeeijs. Aan het einde daarvan, op 30 maart, kregen de expeditieleden nieuwe voorraden per vliegtuig aangevoerd en moest deelnemer C. van de Gevel afhaken wegens ernstige rugklachten.

De vier anderen vervolgden hun weg over onoverzichtelijke ijsvelden, open stukken water en scherp gekante ijsrichels. Ze liepen soms twaalf tot veertien uur per dag. Op 23 april kreeg het team voor de tweede en laatste maal nieuwe voorraden op 86.32 graden noorderbreedte.

Direct na de bevoorrading stak een zware storm uit het westen op, die het ijsteam dagenlang in oostelijke richting dreef. Zo kon het gebeuren dat ze twaalf kilometer liepen en geen meter vooruit kwamen. Na een week werd het weer stabieler en kon het team opschieten tot aan de 88ste breedtegraad. Daar kregen ze te maken met grote stukken open water en bleken de 'slede-kano's' van levensbelang.

De temperaturen daalden soms tot 47 graden onder nul. Bij stevige wind betekent dit een gevoelstemperatuur van -70 graden. Verschillende teamleden liepen daardoor vorstschade op aan vingers en gezicht. Aan de expeditie is ruim een jaar van voorbereiding voorafgegaan.

Meer over