Nederlands op straat

Columnisten, cabaretiers en andere satirici kunnen hun voordeel doen met de laatste luchtballon van minister Verdonk voor Integratie: op straat mag alleen nog Nederlands worden gesproken....

Alle grappen ten spijt, is hier toch wel een treurigdieptepunt bereikt. Allereerst maakt Verdonk zich schuldig aaneen ouderwets staaltje van de getuigenispolitiek, die vroegerlinks werd verweten. De minister lanceert een onhaalbaar plan,waarvan we nooit meer iets zullen vernemen.

Intussen heeft ze wel gescoord bij haar achterban.

Dat zou allemaal nog tot daaraan toe zijn, als zulkeproefballonnen het maatschappelijk klimaat niet steeds verderzouden verzieken.

Natuurlijk zijn er problemen rond de integratie vanallochtonen. Zulke problemen moeten energiek worden aangepakt,waarbij ook eisen aan allochtonen mogen worden gesteld.

Het is bijvoorbeeld redelijk dat een sollicitant hetNederlands moet beheersen. Maar het is absurd om van twee Turkente verwachten dat zij op straat uitsluitend Nederlands met elkaarspreken.

Mensen voelen zich unheimisch als zij op straat eenbuitenlandse taal horen, zei Verdonk, die kennelijk niet op eenNederlands woord kon komen.

Maar Nederland zal er toch aan moeten wennen dat het in eentijdperk van globalisering leeft. Nederland is eenimmigratieland, of het wil of niet. Integratie wordt allerminstbevorderd door nieuwkomers voortdurend het gevoel te geven datze hier eigenlijk niet thuis horen.

Wie wil meedoen met globalisering, moet bovendienaantrekkelijk zijn voor het internationale bedrijfsleven en voorhoog opgeleide 'kenniswerkers', ook als die uit Azië of anderewerelddelen komen. Steeds vaker klinken signalen dat ook hogeropgeleide vreemdelingen zich niet langer welkom voelen.

Ooit leed Nederland inderdaad onder een al te zoetsappigmulticulturalisme. De slinger is echter doorgeslagen: eenbekrompen provincialisme dat evenmin rekening houdt met dewerkelijkheid.

Meer over