Naast de achtste druk van de tweedelige ...

Naast de achtste druk van de tweedelige Verzamelde gedichten van Ida Gerhardt (1905-1997) verschijnt aanstonds een derde deel, met daarin haar vertalingen van Lucretius, Vergilius, Griekse epigrammen en de Psalmen - de laatste een coproductie met haar levensgezellin Marie van der Zeyde....

Tot die boekhandels behoorde ook die van Ad ten Bosch, die na de dood van zijn vader de zaak had overgenomen. Hij was 28 en Gerhardt 74, toen zij in 1979 de boekhandel binnenkwam en het personeel een schrobbering gaf, omdat haar nieuwe bundel Het sterreschip op de dag van verschijnen nog niet in de winkel lag.

Als een van de weinigen kan Ten Bosch beweren dat hij Ida Gerhardt goed leerde kennen. In de jaren na die ongebruikelijke kennismaking groeide er een vriendschapsband, die achttien jaar zou duren. Toen Ten Bosch na Gerhardts dood per testament het beheer van de nalatenschap geschonken kreeg, besloot hij iets terug te doen.

In Gebroken lied - Een vriendschap met Ida Gerhardt (Athenaeum-Polak & Van Gennep; ¿ 37,50) doet Ten Bosch integer verslag van zijn omgang met deze eigengereide dame. Zijn terugblik, verluchtigd met foto's van Ida en Marietje aan de wandel en Ida in zijn boekhandel, wordt gevolgd door haar brieven aan hem.

Ten Bosch waagt zich niet aan een interpretatie van het werk, noch pretendeert hij een complete biografie te bieden. Zijn hint dat hun vriendschap mede gebaseerd was op een 'gelijksoortige ervaring uit de jeugd', blijft onnodig raadselachtig. Niet dat we op privé-zaken uit zijn, maar zo'n suggestie lokt dergelijke vragen zelf uit.

Het boekje brengt de afstandelijke Gerhardt naderbij, zonder dat Ten Bosch indiscreet wordt. Medelevend schrijft hij over de autoritjes die Ida en Marietje met hem maakten langs de IJssel, en over de ongemakken (slechte ogen, paranoia, dementie) die Gerhardts laatste jaren verduisterden.

Af en toe toont Ten Bosch haar dwarse humor en ongeposeerde wereldvreemdheid: '9 december 1988: Zojuist heeft Ida gebeld om het adres van koningin Beatrix te vragen. Ze wil haar een brief schrijven - die zij zal laten vergezellen van haar bundel Adelaarsvarens met de vraag of het werpen van vuurwerk, later dan twee uur des ochtends, misschien door haar zou kunnen worden voorkomen.'

Meer over