ColumnIonica Smeets

Na het lezen van de bundel ‘Alle verstand te boven’ zal ik niet meer onbewust aannemen dat collega’s ongelovig zijn

null Beeld

Vorige week verscheen Alle verstand te boven, een bundel onder redactie van Cees Dekker waarin 22 christelijke wetenschappers schrijven over hun leven, werk en geloof. Cees vroeg me om op de boekpresentatie te spreken en ik informeerde voorzichtig of hij wel wist dat ik een atheïst ben. Dat wist hij en het leek hem juist interessant om te horen wat ik vond van de persoonlijke verhalen in het boek.

Als ik dat in één woord moet samenvatten, dan is het: ontroerend. Collega’s die ik ken van wetenschappelijke artikelen en serieuze lezingen op congressen, vertellen zeer openhartig over hun levens. Over hun ouders en hun jeugd, persoonlijke worstelingen, dierbaren die overleden en hoe zij hun leven zin geven. Ook als die zingeving voor jezelf niet vanuit een geloof komt, is het erg verrijkend om te lezen hoe anderen dit doen. Zeker omdat we in de wetenschap weinig praten over dit soort grote persoonlijke vragen.

Wat het boek me ook deed beseffen, is dat christenen inmiddels een minderheid zijn, in Nederland in het algemeen en in de academische wereld in het bijzonder. Een collega vertelde dat sommige studenten in een enquête aangaven dat ze het lastig vinden om voor hun geloof uit te komen aan de universiteit.

Ik moest denken aan hoe een homoseksuele vriend me jaren geleden geduldig uitlegde hoe onhandig het voor hem kan zijn dat veel mensen onbewust aannemen dat hij hetero is. Dan zien ze zijn trouwring en maken ze een grapje over zijn vrouw. Moet hij dan uitleggen dat hij met een man getrouwd is? Of toch maar zwijgen? Het is geen bewuste discriminatie, maar het zijn momenten van ongemak die je als minderheid overkomen.

Ik kan me goed voorstellen dat christelijke collega’s geregeld hetzelfde hebben. Ook al zegt niemand expliciet iets onaardigs over je geloof, het is vast minder fijn als je collega’s Pasen afdoen als dagen waarop je naar de meubelboulevard gaat, terwijl dat voor jou belangrijke dagen zijn. Na het lezen van Alle verstand te boven zal ik niet meer onbewust aannemen dat collega’s ongelovig zijn. Ook zal ik beter letten op mijn formuleringen. Zoals ik eerder leerde om heteronormatieve formuleringen te vermijden (het is geen toeval dat het echtpaar Robin en Jo al een paar keer opdook in mijn column), wil ik ervoor zorgen dat mijn woorden niet per ongeluk gelovige collega’s kwetsen.

Ongetwijfeld zitten sommige lezers nu te briesen dat dit allemaal wel erg woke is en MAG JE DAN HELEMAAL NIETS MEER ZEGGEN?

Natuurlijk mag je zeggen wat je wilt, en je mag in Nederland gelukkig ook grappen maken over God, het geloof en wat je maar wilt. Maar als het gaat om de mensen in je eigen omgeving, mensen met wie je werkt, mensen die je aardig vindt, waarom zou je dan niet een beetje je best doen om rekening te houden met hun gevoelens?

Het is natuurlijk de klassieke bijbeltekst uit Lukas 6:31: ‘En gelijk gij wilt, dat u de mensen doen zullen, doet gij hun ook desgelijks’. Al volg ik zelf domweg het devies van humanist Kurt Vonnegut: ‘Er is maar één regel […]: je moet aardig zijn’.

Meer over