ColumnRinske van de Goor

Na het consult van de 24-jarige hartpatiënt ben ik ineens blij met die Apple Watch

null Beeld

’s Ochtends op zijn werk voelt hij hartkloppingen, maar verder voelt hij zich prima. Omdat het niet overgaat, checkt hij het met zijn Apple Watch en die suggereert een ritmestoornis, namelijk atriumfibrilleren. Daarop belt hij de huisartsenpraktijk. Hartkloppingen komen veel voor en zijn meestal onschuldig, zeker bij jonge mensen en hij is 24. In deze coronatijd met ophokplicht hebben superveel mensen hartkloppingen en krijgen wij er wekelijks telefoontjes over. De assistente is dus niet ongerust, en ik ook niet.

Dat zijn Apple Watch een melding geeft alarmeert ons ook niet. Als je ziet wat elektronica allemaal voor medische conclusies trekken, ga je dat met een korreltje zout nemen. Atriumfibrilleren komt zelden voor bij mensen onder de 65. We vragen hem via het patiëntenportaal een e-consult te sturen met een kopie van de ritmestrook erbij.

Even later komt zijn e-mail binnen. Ik kijk vast in zijn dossier. Ik ken hem nauwelijks, hij is jong en kerngezond en heeft dus een maagdelijk dossier. Jaren terug is hij wel bij mij op kennismakingsgesprek gekomen, waarbij ik ook naar ziektes in de familie heb gevraagd. Ik lees: P(hartritmestn, ablatie). Wat ik destijds in steno heb opgeschreven, is dat bij zijn vader een ritmestoornis is behandeld door een plek op het hart weg te branden – dat heet een ablatie. En ik weet dat ritmestoornissen die op deze manier te verhelpen zijn vaker erfelijk zijn. Dat maakt me nu extra alert.

Dan open ik zijn mail en klik de meegestuurde ritmestrook aan van het fruithorloge. Deze suggereert meer dan de gewone huis-tuin-en-keuken hartkloppingen die we zo vaak zien. Het ritme is echt onregelmatig. Nou heb ik dus een matig vertrouwen in de wildgroei aan gezondheids-apps en andere commerciële technohealth, maar toch.

Ik bel hem en nodig hem uit direct te komen. Ik vraag de assistente om als hij er is meteen een hartfilmpje te maken. Een uur later zit hij tegenover me. Voor ons op tafel ligt het door mijn assistente vervaardigde hartfilmpje. Ook daarop is atriumfibrilleren zichtbaar. Ik ben zo verbaasd dat ik er een collega bij haal. Hij weet meer over hartfilmpjes dan ik. De patiënt, mijn collega en ik concluderen dat hij waarschijnlijk hetzelfde heeft als zijn vader. Ik bel de cardioloog, die hem graag ziet komen, want voor cardiologen is een erfelijke ritmestoornis stiekem best een leuke variatie op een doorsnee werkdag.

Opgelucht haal ik adem. Soms heb ik als huisarts het gevoel dat ik door het oog van de naald kruip en een diagnose makkelijk had kunnen missen. Dat is nu ook het geval. Als hij niet op kennismakingsgesprek was gekomen, had ik niet geweten over zijn vaders ablatie. En als hij die ritmestrook niet had opgestuurd, weet ik niet zeker of ik hem zo snel had uitgenodigd. Als huisarts denk je bij een 24-jarige niet aan atriumfibrilleren.

Ik geloof nog steeds niet dat e-health de oplossing is voor de oplopende zorgvraag, zoals in beleidsland wel wordt geroepen. Uiteindelijk moest ik deze jongeman toch gewoon zien. Maar sinds dit consult ben ik ook heel blij met het bestaan van fruithorloges.

Meer over