Reportage

Na 75 jaar heropent het museum van Artis zijn deuren voor publiek

Het Groote Museum is een geheel gemoderniseerd museum over de mens en de natuur. Zonder eigen collectie, maar met torenhoge ambities. In niets is het nog een klassiek natuurhistorisch museum – maar opgezette dieren zijn er wel.

Jean-Pierre Geelen
Een opgezette vos in het Groote Museum bij Artis in Amsterdam.  Beeld Natascha Libbert
Een opgezette vos in het Groote Museum bij Artis in Amsterdam.Beeld Natascha Libbert

Wees gerust: er staan ook opgezette dieren in het Groote Museum, het deze week na 75 jaar heropende en gemoderniseerde museum van dierentuin Artis in Amsterdam. En skeletten en schedels, en zaden van planten. Toch: in niets is dit nog een klassiek natuurhistorisch museum. En dat is de bedoeling ook niet geweest. De bezoeker van nu mag ‘overdonderd, geraakt en verward’ het museum verlaten, zoals Karlien Pijnenborg (hoofd Groote Museum & Academie) overkwam nadat ze het museum voor het eerst had betreden.

Aandacht voor planten is er ook. Een ondergewaardeerde species, zei Haig Balian, artistiek directeur van het museum maandag bij de presentatie van zijn herboren geesteskind. We weten er nog veel te weinig van, zegt hij. ‘De mens wil naar de maan en naar Mars, maar heeft geen idee hoe onder onze voeten wortelstelsels van planten precies in elkaar steken’.

Dat wil het Groote Museum allemaal goedmaken. Maar dan op eigentijdse wijze.

Zelfreflectie

Waar sinds 1855 de leden van Natura Artis Magistra de zalen bezochten die al snel vol lagen met schelpen, schedels, skeletten en opgezette dieren, is het gebouw nu geheel gerenoveerd en gemoderniseerd, maar met behoud van de oude sfeer en stijl. Het museum (net als de dierentuin) doorstond de Tweede Wereldoorlog net, maar moest in 1947 de deuren sluiten wegens financiële omstandigheden.

Nu is met de renovatie niet alleen een museum heropend, maar ook een brug gebouwd naar de moderne tijd met nieuwe museale opvattingen. Waar de natuur – waartoe bij de oprichting ook nog doodleuk niet-westerse volkeren werden gerekend – zich vroeger uitsluitend achter vitrineglas bevond en de westerse, onderzoekende mens zich daarbuiten plaatste, is die scheiding nu nadrukkelijk opgeheven. De mens is nu een (nietig) onderdeel van die veel grotere natuur, is de overkoepelende gedachte achter dit museum.

Dat besef wordt er van het begin af aan ingewreven. Wie nu de authentieke dubbele trap bestijgt die leidt naar de Oost- en de Westzaal, betreedt nog steeds de oude plankenvloer van weleer, maar komt tegelijk in een lege ruimte met enkel in het midden een reusachtig driedimensionaal vraagteken. De punt bestaat uit een kubus met spiegelende zijden. Zo staat de bezoeker bij binnenkomst dus al klaar voor één grote zelfreflectie, lijkt de bedoeling. Of, zoals artistiek directeur Haig Balian het verwoordde: ‘We moeten ons eerst realiseren wat en wie we zijn om ons eigen leven en de relatie met het andere leven op aarde opnieuw vorm te kunnen geven’.

De Westzaal van het Groote Museum. Beeld Natascha Libbert
De Westzaal van het Groote Museum.Beeld Natascha Libbert

De ambities zijn torenhoog in dit museum. Kunst, wetenschap en natuur worden met elkaar verbonden. Artis natura magistra, zoals het Zoölogisch Genootschap zichzelf bij de oprichting in 1838 doopte – de natuur als de leermeester van de kunst.

Om dat duidelijk te maken, namen de samenstellers het menselijk lichaam als uitgangspunt. ‘Het museum heeft twaalf zones waarin een lichaamsdeel, zoals het hart, de ogen, of de hersenen, het vertrekpunt is. De bezoeker gaat bewegen, observeren, ruiken, luisteren, voelen, proeven en stilstaan en zal soms even in verwarring zijn’, aldus de begeleidende tekst bij de presentatie van het Groote Museum.

De Oostzaal is daarbij ‘een dynamische plek, een ruimte van participatie en interactie’, ‘brekend met traditionele museale concepten’ en een ruimte ‘voor ontmoeting en samenkomst’. En dit alles uiteraard ‘multidisciplinair’, want ‘een bioloog heeft nu eenmaal een andere invalshoek dan een filosoof of een kunstenaar’.

Geurtunnel

Handen uit de mouwen dus. Anders dan een willekeurige schilderijententoonstelling is het in het Groote Museum van Artis hard werken voor de bezoeker. Die moet, al of niet samen met museummedewerkers, ‘grote vragen gaan onderzoeken’ en ‘een nieuwe blik vormen’ op kunst, wetenschap en natuur, maar ‘welke dat is, is aan de bezoeker’.

Tijdens die expeditie valt veel aan te raken of te bedienen. Er kunnen (nee: moeten) knopjes ingedrukt, koptelefoons opgezet en (digitale) projecties in gang gezet worden. Kijk met oorschelpen op naar vier videoschermen die de strottenhoofden van vier zingende koorleden tonen, en zie hoe onze stembanden werken.

Het gebouw is geheel gerenoveerd en gemoderniseerd, maar met behoud van de oude sfeer en stijl. Beeld Natascha Libbert
Het gebouw is geheel gerenoveerd en gemoderniseerd, maar met behoud van de oude sfeer en stijl.Beeld Natascha Libbert

Spectaculair is de geurtunnel, bedacht en ontworpen door geurexpert Ton van Harreveld: een donkere gang waar de bezoeker doorheen loopt terwijl vanuit de zwarte wanden op diverse plekken steeds andere geuren worden verspreid. Het is niet bedoeld om een geur te herkennen, maar om te onderzoeken welke herinneringen, gedachten of associaties die bij ieder losmaken. ‘Misschien herinner jij je plotseling een vergeten liefde of dat je moest overgeven in de speeltuin.’

Ook aardig: ‘klimaatkunstenaar’ Thijs Biersteker ontwierp een visuele weergave van de sapstroom van de tweehonderd jaar oude plataan op het plein voor het museum, vlak voor de opgehokte lepelaars en kluten van Artis. Via een leiding is de installatie verbonden met een sensor in de boom. Zo kan de toeschouwer naar buiten blikkend zien hoeveel liter water de boom daar per uur intern transporteert. 1,4 liter op het moment van bezichtiging (afgelopen maandagmorgen – in de winter zal het aanzienlijk minder zijn). Ter vergelijking staat daarnaast een soortgelijke sensor die aan de hand van de hartslag van de bezoeker diens waterhuishouding meet – aanzienlijk meer dan de boom buiten.

Clitoris

Het woord ‘eclectisch’ lijkt bedacht voor dit museum. Bij de zone over de baarmoeder staan de bedenkers stil bij de voortplanting, het voornaamste doel van elk leven. En dat is weer een gelegenheid voor een beavershot van een chimpansee, met daaronder de ruim twee meter lange gedroogde penis van een blauwe vinvis, of, even verderop, een plastic model van de menselijke clitoris. Vul hier zelf uw eigen diepere gedachten in. In de tussentijd even een ander nadenkertje: de wandtegeltekst bij een collectie oude illustraties van appelrassen. Die luidt: ‘Iedereen kan de zaadjes uit een appel tellen, maar niemand de appels uit een zaadje’.

Nog een speelsigheidje met dubbele bodem is de lege rij vitrines met als enige bijschrift: ‘Ruimte voor wat we nog niet weten’. Misschien is dat nog wel de belangrijkste ruimte van het hele museum, die meteen de filosofische vraag oproept ‘wat is leegte?’ – een kwestie die in de naastgelegen zaal ook al aan de orde komt door in een tentje te kruipen en te ondervinden hoeveel ruimte daar nog is voor andere bezoekers.

Naast soundscape en geurtunnel zijn er ook skeletten en schedels.  Beeld Natascha Libbert
Naast soundscape en geurtunnel zijn er ook skeletten en schedels.Beeld Natascha Libbert

De Boodschap wordt bepaald niet geschuwd in het museum. Op een beeldscherm een reeks projecties van aardbollen, met teksten over het levenspatroon van de mens: ‘Als iedereen zou leven als de mensen in Azië, zouden we 2.0 aardes nodig hebben om onze huidige levensstijl vol te houden.’ De tekst wordt gevolgd door varianten met ‘de mensen in Noord-Amerika’ (4,8 aardes, evenveel als de Europese mens) en Zuid-Amerika (2,7 aardes). Ook elders worden vraagtekens geplaatst bij ons consumptiegedrag (‘Hoeveel spullen heb je nodig? Wat betekent ‘nodig’?’)

Bij de zone over geluid en een wereldkaart met de laatste stille gebieden op de aardbol staat een quote om de vitrine geschreven: ‘Het is droevig dat als de natuur spreekt, de mens nooit luistert.’

Duizelen

Intussen is stilte in het Groote Museum zelf ook ver te zoeken: van tijd tot tijd klinken de ‘ontregelende’ geluiden van een hamerende specht, een denderende trein of een lachende vrouw. Het zijn de vruchten van de soundscape die filmmaker en geluidskunstenaar Pablo Lamar ontwierp voor het museum.

Crux van die boodschap is het indalend besef: ‘Je blijkt verbonden te zijn met alles wat leeft, tot in je kleinste vezels. En véél afhankelijker dan je dacht.’ Oftewel: omdat we niet zonder natuur kunnen, mogen we er wel voorzichtiger mee omspringen.

Werkt dit allemaal? Het valt niet te ontkennen dat je al dwalend door de Oostzaal en de Westzaal tussen de soundscapes door ook de hersenen aan de vergadertafels hoort kraken. Er is zoveel bedacht, zoveel dat wordt aangestipt of waarnaar wordt verwezen, en er valt zoveel te ontdekken en te bedenken, dat het al snel dreigt te duizelen.

Opgezette poezen in de Westzaal van het museum.  Beeld Natascha Libbert
Opgezette poezen in de Westzaal van het museum.Beeld Natascha Libbert

De ambities van het Groote Museum nieuwe stijl (cruciaal deel van het Artis Masterplan 2030, dat zo’n 100 miljoen euro moet kosten) zijn tegelijk de potentiële valkuil. Hoe meer de bezoeker zelf moet ontdekken of bedenken, hoe groter het gevaar van overvoeren, waarna niets beklijft. Wat wel weer strookt met de duizelingwekkende dwarsverbanden rond existentiële kwesties als de oorsprong, de functie en de toekomst van ons bestaan (en dat van de hele kosmos).

Puntjes van aandacht nog voor de inrichters van het museum: sommige toelichtende teksten staan in roomwit schrift geschreven op de ramen van vitrines, maar zijn door lichtval en (lichte) achtergrond slechts te lezen met veel heen en weer stappen.

Ook de toegangsprijs kan voor een gemiddeld gezin even slikken zijn: 17,50 euro per persoon vanaf 13 jaar. Wie geen kortingskaart of andere pas heeft, is met z’n viertjes zomaar 70 euro kwijt. Tegelijk: in weinig andere musea daalt het besef zo goed in dat ook geld maar relatief is in het licht van het bestaan.

Museum zonder collectie

De levende dieren in het park, de dode in het bijbehorende gebouw. Dat was wat de oprichters van Zoölogisch Genootschap Natura Artis Magistra in 1838 voor ogen stond. De collectie groeide zo snel, dat die al binnen enkele jaren te groot werd voor het museum. Vissen, krabben, kreeften, slangen en sponsen verhuisden naar het aquarium op hetzelfde terrein. Veel skeletten werden ondergebracht in het nijlpaardenhuis, inheemse dieren, Japanse voorwerpen en de insectenverzameling belandden in het bibliotheekgebouw.

Omdat ook het aantal leden steeg, werd in 1850 besloten tot een nieuw ledenlokaal: het Groote Museum, het eerste museumgebouw van Amsterdam. Het werd ontworpen door Jan van Maurik.

Na de sluiting wegens financiële problemen in 1947 werd de natuurhistorische collectie met tienduizenden dieren, huiden, balgen en botten overgebracht naar een universiteitsgebouw op de Mauritskade. Sinds 2011 is die collectie in bezit van Naturalis Biodiversity Center in Leiden. Het Groote Museum is nu een museum zonder eigen collectie.

Artis beboet

Bij de verbouwing van het 19de-eeuwse Rijksmonument Het Groote Museum zijn delen van de monumentale stuc- en verflagen verloren gegaan. De projectleider had volgens Artis de vergunning verkeerd gelezen en zonder overleg alle stucwerk met daaronder een oude, geschilderde marmerimitatie van de muren en plafonds verwijderd. Een juridische overtreding. Het Openbaar Ministerie stelde een onderzoek in, en heeft Artis volgens artistiek directeur Haig Balian een boete opgelegd van 3000 euro.

Info

Het Groote Museum, Plantage Middenlaan 41, Amsterdam is vanaf 12 mei elke dag geopend van 10 tot 18 uur en op donderdagen tot 22 uur. Met een Museumkaart is de toegang gratis.

Meer over