keulemansin quarantaine

Moeten we oppassen voor de langetermijneffecten van coronavaccins?

. Beeld .
.Beeld .

Uitstekende vraag van een lezer, ze is trouwens niet de eerste die hem stelt: nemen we niet een enorm risico met die coronavaccins? Die zijn immers nieuw. Wie zegt dat ze over een jaar, of over jaren, niet alsnog een of andere griezelige bijwerking hebben?

Helemaal denkbeeldig is dat niet. Zo zijn er zat medicijnen die de kans blijken te vergroten op allerlei aandoeningen later in het leven, uiteenlopend van dementie na anti-incontinentiemiddelen tot nierschade na bepaalde maagzuurremmers. Of denk aan softenon: een volkomen veilig kalmeringsmiddel, maar toen kwamen de misvormde kinderen.

Alleen gaat het daarbij om medicijnen die men langdurig, soms meerdere keren per dag slikt. Medicijnen, die zich in het lichaam ophopen, of die een bepaald enzym of proces langdurig onderdrukken. Heel wat anders dan een vaccin, een soort nepinfectie die we in de regel maar een of twee keer krijgen om het afweersysteem een por te geven, en dat vervolgens wordt afgebroken zodat er niets meer is waartegen het lichaam kan reageren. De bijwerkingen komen daarom in de regel binnen uren, dagen of weken – niet na jaren. De deskundigen die ik het vroeg, kenden geen enkel voorbeeld van een vaccin dat pas na lange tijd bijwerkingen gaf.

Ja, wacht. In de VS haalde men ruim een jaar na invoering het anti-diarreevaccin RotaShield van de markt, omdat het baby’s soms ‘darminvaginatie’ gaf, een soort inschuiven van de darm. Dat is toch best een tijd later.

Alleen speelde daar iets anders. De darminvaginatie zelf manifesteerde zich al binnen twee weken na inenting. De bijwerking was dermate zeldzaam, zo eens per tienduizend prikken, dat het een poos duurde voordat men haar goed en wel in de smiezen kreeg.

‘Dit is een normaal patroon dat teruggaat naar in elk geval de poliovaccins van de jaren zestig’, lees ik in een bespreking, door wetenschappers van de Universiteit van Missouri. ‘Als nieuwe vaccins op de markt verschijnen, komen de nog onbekende bijwerkingen, als die er zijn, binnen enkele maanden aan het licht.’

Precies zoals het nu ook gaat. Vier maanden en tientallen miljoenen prikken gingen eroverheen voordat het Europees Medicijn Agentschap (EMA) statistisch kon vaststellen dat het coronavaccin van AstraZeneca eens in de pakweg honderdduizend keer ongewone trombose geeft. De bijwerking zelf ontstaat al na ongeveer een week.

Maar wacht! Coronavaccins zijn toch hartstikke experimenteel? Ze zijn alleen ‘onder voorwaarden’ toegelaten tot de Europese markt, en zelfs alleen voor ‘noodgebruik’ in de VS. Oftewel: het onderzoek loopt nog, de vaccins zijn nog niet af, ze zitten nog in de proeffase, en wij zijn het proefkonijn.

Een bekend refrein, zegt desgevraagd een woordvoerder van het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG). Alleen: het klopt niet. ‘Dat de studies nog doorlopen, is omdat we nog niet alles weten over bepaalde subgroepen die nog niet voldoende in de studies zaten. Zoals mensen met een verzwakt immuunsysteem en zwangere vrouwen.’

Ook blijft men de al ingeënte proefpersonen uit de eerdere studies nog enkele jaren volgen om te zien hoe lang de bescherming standhoudt, en jawel, om ‘vermoede bijwerkingen’ te spotten.

Maar dat zijn vangnetten achteraf, voor alle zekerheid. Niet voor niets krijgen in deze fase ook de proefpersonen die tijdens de tests nog de placebo kregen, nu ook het echte vaccin aangeboden. De belangrijkste informatie – zus en zo is de bescherming, dit en dat zijn de voornaamste bijwerkingen – heeft men dan al binnen.

Het geeft maar weer aan wat voor kloof er kan gapen tussen het procedurele jargon van de vergadertafels en de wereld van de gewone mensen daarbuiten. Wat aan de vergadertafel nog de betekenis heeft van: ze moeten het dossier nog afronden, krijgt in de buitenwereld al snel een totaal andere lading.

‘Wat, een vaccin onder voorwaarden? Dan is het nog niet af! Dan is het… één groot experiment!’

Meer over