gynaecologie

Mieke Kerkhof schrijft over haar werk als gynaecoloog: ‘Tijdens de momenten van aan- en uitkleden hoor ik zoveel moois’

Mieke Kerkhof met hond Bep. ‘Dokter, mogen mijn sokken aan blijven? Dat is de meest gestelde vraag in de spreekkamer van de gynaecoloog.’ Beeld Jan Mulders
Mieke Kerkhof met hond Bep. ‘Dokter, mogen mijn sokken aan blijven? Dat is de meest gestelde vraag in de spreekkamer van de gynaecoloog.’Beeld Jan Mulders

In haar 23 jaar als gynaecoloog in Den Bosch heeft Mieke Kerkhof vele vermakelijke en ontroerende anekdotes verzameld, die ze graag opschrijft.

Ellen de Visser

Ze bestaan nog, mannen die na de bevalling van hun vrouw bij de gynaecoloog informeren of die tijdens het hechten een extra steekje wil zetten. ‘En dan denken ze ook nog allemaal dat ze de klapper van de week maken’, zegt gynaecoloog Mieke Kerkhof. Ter plekke opvoeden, dat is wat ze doet: ‘Dan zeg ik: meneer, uw vrouw heeft net een megaprestatie geleverd, ik vind het niet erg gepast dat u alweer met uw eigen gerief bezig bent.’ Een collega uit Delft gaat nog verder, weet ze, die vraagt dat soort mannen hun broek te laten zakken, om de maat te nemen.

Meteen daarna, vergoelijkend: ‘Ik wil niet generaliseren hoor, de leuke, begripvolle mannen zijn in de meerderheid.’ Ze vertelt over een aanstaande vader die zijn vrouw bijstond tijdens een stuitbevalling en op een whiteboard een groot beschuit-met-muisjesdiagram had getekend waar zij op uitkeek. Naarmate de bevalling vorderde, kleurde hij steeds een extra stukje beschuit in.

Zo holt een gesprek met de Bossche gynaecoloog van anekdote naar anekdote, langs mooie citaten van collega’s (‘Per afgelegde kilometer is de geboorte de gevaarlijkste reis in het leven’), bijzondere verhalen van patiënten en herinneringen uit haar Twentse geboortedorp Enter. Het komt allemaal samen in haar boek dat deze week verschijnt; het is een schets van haar vakgebied gebaseerd op de mooiste columns die ze acht jaar lang schreef voor het Nederlands Tijdschrift voor Obstetrie en Gynaecologie, het vakblad van de gynaecologen.

Het is het vierde boek van de 59-jarige Kerkhof, die al 23 jaar gynaecoloog is in het Jeroen Bosch Ziekenhuis. Schrijven beschouwt ze als een bliksemafleider van haar leuke maar stressvolle vak. Als titel koos ze voor een cruijffiaanse uitspraak die vaak klinkt tijdens een medische overdracht: Eerst kijken, dan kunnen we altijd nog zien. Als dokters aan het eind van hun dienst niet weten wat een patiënt mankeert, dan moeten de collega’s die de dienst overnemen de patiënt opnieuw grondig onderzoeken, legt ze uit. De nieuwe ploeg moet alsnog een diagnose boven water tillen, zodat de juiste behandeling in gang kan worden gezet.

Ze heeft afgesproken op haar doordeweekse vrije dag, het weekend ervoor heeft ze gewerkt. De dienst was pittig, zoals zo vaak. ‘Door corona hebben we ook nog eens een geboortegolf. Je moet als gynaecoloog behoorlijk stressbestendig zijn. Wij zijn bij uitstek de specialisten die dag en nacht op de been zijn.’

Een gesprek over vijf thema’s uit haar boek.

Een antenne voor het alledaagse

‘Ga nou eerst eens zitten, zei mijn tante Annie vroeger altijd als ik bij haar langs ging op de boerderij in Enter. En dan vertelde ze een mooie anekdote. Samen met mijn oom Herman, onderwijzer en journalist, heeft zij me geleerd om in veel dingen iets bijzonders te zien. Mijn antenne voor mooie verhalen staat altijd aan. Ik noteer van alles in mijn telefoon, op mijn werk krabbel ik geregeld aantekeningen op van die gele post-itbriefjes.

‘Mijn patiënten zijn mijn belangrijkste inspiratiebron. Ze zeggen echt prachtige dingen. Tijdens de momenten van aan- en uitkleden bijvoorbeeld hoor ik zoveel moois, alsof vrouwen zich dan ook figuurlijk ontbloten.

‘Laatst vertelde een patiënt, terwijl ze haar schoenen uitdeed, dat ze de veertiende in het gezin was. Ach natuurlijk, knikte ik, in de tijd was de pil er nog niet. Ze vertelde dat ze haar moeder eens had gevraagd of haar komst nog wel de bedoeling was geweest. En haar moeder, een lieve vrouw, had geantwoord: jazeker, ik heb er dertien keer over gedaan om jou te mogen krijgen. Zo’n anekdote krijg je dan gewoon in je schoot geworpen.

‘Gynaecologie is een vakgebied dat omgeven is met emotie. Ik mag mensen begeleiden tijdens een grote verandering in hun leven en dat levert intieme gesprekken op. Ik geniet van mijn vak, maar ook van de communicatie eromheen. En wat ik meemaak en wat mij raakt, dat wil ik met anderen delen, dat is volgens mij de zin van het leven. Dat het gepubliceerd wordt, is voor mij de hoofdprijs. Ik vraag altijd toestemming aan de patiënt, die op haar beurt trots is dat ze iets bijzonders heeft verteld.’

Mieke Kerkhof met hondje Bep. Beeld Jan Mulders
Mieke Kerkhof met hondje Bep.Beeld Jan Mulders

Gynaecologenfobie

‘Inwendig onderzoek roept gêne op, dat moeten we ons bij iedere patiënt realiseren. Ik vraag altijd of een vrouw zenuwachtig is, maar vaak benoemen ze het zelf al. Ik probeer dan het ijs te breken, ze op hun gemak te stellen met afleidende taal. Het is mijn vak, ik kijk nergens van op, dat zeg ik ook altijd.

‘Er zijn wel spelregels om de gêne te verminderen. Vraag een vrouw nooit om zich naast je bureau uit te kleden, het is geen striptease tenslotte. En let goed op wat je zegt. Ik had eens een coassistent die bij het inbrengen van een eendebek de vrouw wilde waarschuwen met de aankondiging: hier kom ik. Geen handige opmerking.

‘Dokter, mogen mijn sokken aan blijven? Dat is de meest gestelde vraag in de spreekkamer van de gynaecoloog. Dan antwoord ik altijd: mevrouw uiteraard.’

Lachend: ‘Sommige vrouwen rollen dan de pantykousjes tot op de enkels, alsof dat leuker staat. Met columnist Sylvia Witteman heb ik ooit op Twitter een kleine opiniepeiling gehouden over het onderwerp. De reacties waren hilarisch, de meningen verdeeld.’

Lekker gluren

‘Gynaecologen zijn de artsen over wie de meeste grappen worden gemaakt. Er bestaan T-shirts met de tekst ‘Ik ben geen gynaecoloog maar ik wil best even kijken’, die kom je vooral tegen tijdens het carnaval in Oeteldonk. Ik zie ook bumperstickers met het opschrift: amateur-gynaecoloog. Of wat dacht je van: gynaecoloog Janssen, gespreid betalen is mogelijk.

‘Ik vind het zo platvloers, daarmee reduceer je ons tot voyeurs, alsof wij alleen maar graag tussen de benen van een vrouw zitten, lekker gluren. Vooral over mijn mannelijke collega's wordt lacherig gedaan, zo van: wat bezielt een man om gynaecoloog te worden? Daar wordt dan al snel een seksuele lading aan gegeven. Terwijl gynaecologen zachtaardige, communicatieve types zijn die een vrouw echt goed willen helpen.’

Even sparren

‘Ik heb het deze week weer meegemaakt, bij een zwangere vrouw van wie de baby in een stuit ligt. Ze kwam binnen, ging zitten en zei: ik wil een keizersnee. Ik stelde voor om eerst nog even wat informatie door te nemen. Niet nodig, vond ze: het werd een keizersnee. Dus ik zei dat we in Den Bosch in 70 procent van de gevallen het kind nog voor de bevalling gedraaid krijgen, dat dit toch haar tweede kind was, dat haar bekken goed was. Nee, ze wilde een keizersnee. Ze was voor geen enkel argument vatbaar, ze kwam eigenlijk alleen maar om de datum vast te stellen, zij had bepaald wat ze wilde, of ik dat maar even kon uitvoeren. Het had met de risico’s te maken, zei ze nog, die had ze op een of ander forum ontdekt. Maar die risico’s klopten helemaal niet.

‘In de 23 jaar dat ik nu gynaecoloog ben, heb ik het vak zien veranderen. Een aanzienlijk deel van mijn kostbare spreekuurtijd gaat op aan flauwekul van Google. Patiënten komen binnen met allerlei informatie die ze hebben gevonden op dubieuze websites. Als ze nou maar de site van Thuisarts raadpleegden of die van de gynaecologenvereniging, maar nee, ze gaan af op bronnen die niet deugen plus het oordeel van de buurvrouw en zeggen dan: zo gaan we het doen. Dat frustreert mij echt enorm. Ons vak is een ambacht en samen beslissen is erg belangrijk.

‘Ik herinner me een anekdote van lang geleden. Dokter, wat hebt u eigenlijk gedaan?, vroeg de patiënt. Antwoord van de gynaecoloog: ach vrouwke, als ik dat maar weet. Zo’n houding is nu volstrekt ondenkbaar. Ik informeer mijn patiënten uitvoerig en het is een groot goed dat zij van alles op internet kunnen opzoeken. Het is ook fijn communiceren als patiënten weten waar het over gaat en de juiste websites hebben bestudeerd.

‘Maar er zijn wel grenzen. Soms waant een vrouw zich de gelijke van de arts. Dokter, ik kom even met u sparren, zei een zwangere mij eens, een A4’tje met vragen in de aanslag. Laatst kreeg ik een jonge vrouw op mijn spreekuur die een follikelmeting bestelde. Daar had ze over gelezen. Ze was al drie maanden bezig om zwanger te worden en het lukte niet. Ik heb haar gezegd dat ze gewoon tussen de lakens door moest gaan, dat ze dan waarschijnlijk binnen een jaar zwanger zou zijn. Maar met zo’n weigering kom je als arts nauwelijks nog weg, sommige patiënten eisen bijna dat er wat gebeurt.’

Levenswijsheden

‘Mijn oma woonde bij ons in en toen zij overleed, werd ze opgebaard in de huiskamer. Ik vermoed dat die ervaring ertoe heeft geleid dat ik óók een fascinatie heb ontwikkeld voor het einde van het leven. Ik verzamel bijzondere overlijdensadvertenties, niet die met een afgezaagd versje erboven, maar exemplaren met originele teksten.

‘Een Tukker die Kees heette en boven zijn advertentie Kees closed had laten zetten. Of een rouwannonce met als laatste regel: ‘Er is geen gelegenheid tot condoleren, moeder is de mening toegedaan dat u beter tijdens haar leven langs had kunnen komen.’

‘Ik wil van al die teksten nog eens een groot citatenboek maken. Het zijn gratis levenswijsheden, soms lees ik in een enkele zin een minibiografie. Zo heb ik de overlijdensadvertentie bewaard van een man wiens weduwe Jet heette. Onderaan stond: Jet houdt van bloemen. Waanzinnig, daar lees je zo overheen. Maar de mooiste tekst kwam ik tegen boven de advertentie van internist Peter Lestrade uit mijn ziekenhuis: goede dokters kennen alle protocollen, slechte dokters voeren ze allemaal uit. Die tekst heb ik op Twitter gezet en daar zijn zo veel reacties op gekomen. Het zou een leidraad moeten zijn voor iedere arts. Natuurlijk zijn richtlijnen belangrijk, maar je moet nooit het individu uit het oog verliezen.’

null Beeld Fontaine Uitgevers
Beeld Fontaine Uitgevers

Mieke Kerkhof: Eerst kijken, dan kunnen we altijd nog zien – Gedachten van een gedreven gynaecoloog. Fontaine Uitgevers; € 15,-

Meer over