Met shag en sla van de modder naar de metropool

Welke schrijver dit jaar ook als eregast het podium van het zeventiende Winterschrift in Groningen zou betreden, zeker was dat het succesnummer Reve van vorig jaar niet te evenaren zou zijn....

Van onze verslaggever

Arne Leffring

GRONINGEN

Even had men in Groningen nog de hoop gekoesterd A. F. Th. van der Heijden te mogen ontvangen, maar die liet twee weken geleden weten 'te moe' te zijn. Zo kwam het dat op alle Winterschrift-affiches in de binnenstad de kop van de Amerikaanse bestsellerauteur Jay McInerney prijkte.

Na de openingsavond met J. Bernlef en Eric de Kuyper een dag eerder kende het festival vrijdag een enigszins mysterieus vervolg. Gedurende de eerste tien minuten van haar optreden in de stadsschouwburg verdween het hoofd van Andreas Burnier achter de leeslamp boven een fragment van haar nog te verschijnen De wereld is van glas.

Desondanks ontvouwde zich op het podium van de grote zaal een ontroerend gesprek. Burniers afstandelijke toon gaf haar verhaal over het jarenlange ontwijken van haar joodse identiteit een emotionele lading. Of haar laatste manuscript moeizaam tot stand was gekomen, wilde Yuri Albrecht weten. 'Voor de auteur is het een beladen boek geweest', antwoordde Burnier in de derde persoon. Het deed denken aan de kapper in de documentaire Shoah van Claus Lanzman, die alleen knippende zijn relaas kon doen over de verschrikkingen van de oorlog.

'Woede' had de ondertitel kunnen zijn van deze festivalavond. Achter de fluwelen gordijnen stonden houten tafels en een bar gereed, waaraan de festivalgangers konden plaatsnemen voor Vriend of Vijand, Grossmans scherpe dialoog tussen een Palestijn (gespeeld door Hein van der Heijden) en een Israëliër (Pierre Bokma).

Ongeduldigen hoefden niet per se te wachten op wat Judith Herzberg, Lisette Lewin en Arthur van Amerongen over het thema 'Jeruzalem' zouden zeggen en zapten door naar boven, naar de foyer. Daar zat de Groningse schrijver Nanne Tepper klaar om geïnterviewd te worden. Een bijzondere gebeurtenis, want de schrijver die met zijn debuut De eeuwige jachtvelden de Anton Wachter-prijs 1996 veroverde, heeft daar een grote hekel aan. 'Je moet niet ouwehoeren over zaken die je al hebt afgesloten', was zijn devies.

Hoewel het lang over muziek ging - naast literatuur zijn grote passie - leverde het gesprek grappige momenten op. 'Eindeloos lullen over versterkers' typeerde Tepper de leeftijdsgenoten met wie hij als teenager door Veendam banjerde. Het leek een citaat uit zijn eigen leven en werk. Mooi waren zijn observaties over het Groningse landschap; de veenkoloniale, 'doodse modder' waarin hij opgroeide, en die het huiveringwekkende decor vormt in zijn roman over Victor, die incest bedrijft met zijn zus Lisa. En over zijn keuze voor het oud-Groningse dialect: het moest het boek een 'mildere toon' geven.

Met de column die hij binnenkort voor het Nieuwsblad van het Noorden gaat schrijven zat het wel goed. 'Ik heb woede zat. Ik kanker drie uur per dag.'

Intussen speelde in de grote zaal het Hot String Quartet zichzelf in slaap. Achter de gordijnen in het Kruithuis klonk nog een laatste kreet van dichter-performer Paul Jainandun, als afsluiting van een 'swingende literatuurshow' met onder anderen Bart Chabot, Diana Ozon, Didi de Paris en Ronald Ohlsen. Hier gewaagder experimenten, goedmoedig aangehoord door streeptruien, linnentasjesdragers en leren jackers met shag in hun kontzak.

Ze zouden hun ogen hebben uitgekeken als ze een dag later opnieuw naar de schouwburg waren gekomen. Die puilde zaterdagmiddag uit van beschaafde lezeressen, op hun paasbest uitgedost voor 'de dertig mooiste gedichten'. Ze genoten van het 'college' door Remco Ekkers, beluisterden verzen van Kopland en Neeltje Maria Min, en lachten besmuikt om het maagdenbloed in Halewyn. Het bibberen van de vingercamera waarmee Ekkers de strofen zo nu en dan in beeld bracht, werd hem vergeven.

Ekkers bedolf zijn gasten Kopland en Min onder complimenten. 'Je kunt ook het graf in worden geprezen' sputterde Kopland nog tegen. Zijn verhandeling over jonge sla (tevens één van de uitverkoren dertig) was de vermakelijkste bijdrage van die middag. Neeltje Maria Min las al te braaf haar poëzieles voor en bariton Peter Goedhart draaide op pianoklanken van Poulenc gedichten van Paul van Ostaijen de nek om.

Van Nanne Teppers platteland naar de metropool van McInerney: het klapstuk was bewaard voor zaterdagavond. Voor de Amerikaanse succesauteur vulde de zaal zich met een kleine honderd man. McInerney, doorgebroken met Bright lights, big city over het snelle leven in het New York van de jaren tachtig, bleek de jetlag redelijk de baas en getuigde monter van zijn bewondering voor schrijvers die de kunst verstaan te koersen op hun fantasie. 'I cannibalise my experiences', luidde zijn ontboezeming.

Dat de Amerikaan ook na zijn vijfde roman De laatste der Savages bescheiden is gebleven, was wellicht de meest verrassende uitkomst van het gesprek. 'Sorry that my face is plastered all over Groningen', besloot hij.

Meer over