AchtergrondMicrosoft Flight Simulator

Met Flight Simulator van Microsoft vlieg je voortaan over veel gedetailleerdere landschappen

Na een afwezigheid van acht jaar blaast Microsoft zijn Flight Simulator, ooit de enige en lang de beste vliegsimulator, weer leven in. Nu met echte steden, bergen, meren, bomen, wolken en regenbogen. Bureaustoelpiloten, start your engines

Beeld uit de nieuwe Flight Simulator van Microsoft.Beeld Microsoft

Op 10 augustus 2018 steeg een Bombardier Dash 8 Q400 van Horizon Air op van de luchthaven van Seattle. Dat gebeurt daar wel vaker. Maar aan de stuurknuppel zat Richard Russell, een 29-jarige platformmedewerker zonder vliegbrevet of enige vliegervaring. Wat hij wist van vliegen had hij opgepikt uit games, vertelde Russell aan de luchtverkeersleiders. Die begonnen nog harder peentjes te zweten.

Tussen Russells games moet Microsoft Flight Simulator hebben gezeten.

Sinds Microsoft in 1982 de eerste, toen nog blokkerige uitvoering op de markt bracht, is Flight Simulator synoniem geworden voor alle programma’s die gewone stervelingen in Icarus’ voetsporen laten treden. Na de allereerste editie volgden er nog negen onder de vlag van de softwarefabriek uit Redmond, tot ze daar in 2012 besloten dat virtueel vliegen niet langer tot hun kerncompetenties behoorde.

Die misvatting hielden ze vol tot vorig jaar juni, toen het concern tot ieders verrassing op de grote E3-gamesbeurs onthulde dat er werd gewerkt aan de wedergeboorte van Flight Simulator. Sinds dinsdag is het zover.

Flight Simulator was ooit de enige vliegsimulator en daarna lange tijd de beste. Nu moet de veteraan opboksen tegen knap echte sims die op een smartphone en tablet zijn af te spelen. Toch denkt Microsoft weer de kroon te kunnen opeisen.

De grootste noviteit is dat de virtuele piloot anno 2020 over zo nauwkeurig mogelijk gekopieerde landschappen, steden en bezienswaardigheden vliegt. Daarvoor worden de beelden gebruikt die van de aarde zijn geschoten voor Bing Maps, Microsofts antwoord op Google Maps en zijn satellietbeelden.

Microsoft was oorspronkelijk helemaal niet van plan om weer een Flight Simulator uit te brengen. Het technisch huzarenstukje was in 2017 opgezet voor een demonstratie van de HoloLens, Microsofts augmentedrealitybril. Dat is technologie die een virtuele laag over de werkelijkheid  heen legt. Zodat het lijkt alsof er opeens uitgestorven dinosaurussen door je huiskamer denderen, of je thuis al kunt bekijken of een turkooise Söderhamn van Ikea wel in je interieur past.

De makers van de HoloLens wilden gebruikers in staat stellen om naar elke uithoek van de wereld te ‘reizen’ en die te laten beleven alsof ze echt op de Eiffeltoren in Parijs stonden of de Machu Picchu in Peru. Voor de demonstratie pakte de Franse gamemaker Asobo Studio de beelden van Seattle en omgeving, de thuishaven van Microsoft, bracht die terug tot een resolutie van 5 centimeter, en liet daar een eenmotorige Cessna overheen vliegen.

‘Waarom laat je me een video zien van Seattle vanuit een vliegtuig?’, reageerde vicepresident Phil Spencer van Microsoft tijdens de demonstratie. Tot de ontwikkelaars het vliegtuig lieten keren en over de campus van het bedrijf lieten vliegen, waar het gezelschap op dat moment bijeen was. ‘Is dit hier en nu?’, reageerde Spencer. De comeback van Flight Simulator was daarmee een feit.

Niet de hele wereld is in Bing Maps in glorieus detail te vinden, hebben bètatesters al gemerkt. In Tokio kun je de dakpannen van het keizerlijk paleis tellen, Osaka 200 kilometer verderop is vanuit het raam van de cockpit een stuk vager. Omdat Flight Simulator de beelden van internet haalt kunnen storingen tot rare fenomenen leiden. Zoals gokpaleizen in Las Vegas die lijken te smelten, als kaarsen in de wind.

Flight Simulator mengt ook de actuele weersomstandigheden door de beelden heen, zodat je nu op YouTube een filmpje kunt vinden van iemand die virtueel door Isaias vliegt, de tropische storm die de VS begin augustus in zijn greep hield. Liever door een regenbui of mistbank duiken? Dat valt ook in te stellen.

Beeld uit de nieuwe Flight Simulator van Microsoft.Beeld Microsoft

Noem Flight Simulator overigens geen ‘game’. Want dan krijg je het aan de stok met miljoenen bureaustoelpiloten wereldwijd die thuis op zolder de cockpit van een 787 Dreamliner hebben nagebouwd en geregeld na het eten ‘naar boven’ verdwijnen om vlucht KL861 naar Tokyo International Airport uit te voeren.

Flight Simulator geeft volgens de hobbypiloten een best behoorlijke beleving van wat vliegen met zo’n widebodyjet van 57 meter lang en een startgewicht van 227 ton allemaal vereist. Zeker als je investeert in een setje namaak-roerpedalen, gashendels en een stuurknuppel. In een winkel als de Flightsimwebshop kun je klaar zijn voor zeven tientjes, maar ook moeiteloos vierduizend euro spenderen.

Beeld uit de nieuwe Flight Simulator van Microsoft.Beeld Microsoft

Echte piloten houden vol dat Microsoft Flight Simulator een leek nooit kan leren hoe hij een vliegtuig moet besturen. Vliegtuigdief Richard Russell slaagde er twee jaar geleden niet in zijn Bombardier Dash 8 aan de grond te zetten. Hij vloog zich na een uur en een kwartier te pletter. Bij een crash in Flight Simulator verschijnt slechts een tekst in beeld: ‘Landing mislukt. Je bent niet op de aangewezen startbaan geland.’

Er zijn drie edities van Flight Simulator: de standaardeditie van 69,90 euro en luxere edities met meer toestellen en vliegvelden (37 duizend in totaal, waaronder Schiphol) voor 89,99 euro en 119,99 euro. Volgend jaar verschijnt een uitvoering voor de Xbox.

HOE ECHT WIL JE HET HEBBEN?

Wat is er in Microsoft Flight Simulator allemaal te vinden?

Vliegtuigen: 30

Steden in detail: 400

Luchthavens: 37.000

Steden: 2.000.000

Meren: 100.000.000

Gebouwen: 1.500.000.000

Bomen: 2.000.000.000.000.000.000

Mensen: handvol (piloten & platformmedewerkers)

Beeld uit de nieuwe Flight Simulator van Microsoft.Beeld Microsoft
Meer over