Meer medicijnen voor armsten

Amerikaanse farmaceutische bedrijven spannen zich steeds meer in om ook de allerarmsten ter wereld aan medicijnen te helpen. Ze lopen de achterstand op hun Europese collega’s langzaam in. Dit blijkt uit de Access to Medicine Index (ATM), die voor de tweede keer is gepubliceerd.

Het Britse GlaxoSmithKline voert nog steeds de lijst aan, maar Amerikaanse concerns als Merck en Pfizer rukken snel op. Japanse farmaceuten bungelen onderaan.

De index is een initiatief van Wim Leereveld. Hij stoorde zich eraan dat de grote farmaceuten ontwikkelingslanden goeddeels links lieten liggen. Ze doen nauwelijks onderzoek naar ziekten als malaria en tbc, die jaarlijkse miljoenen levens eisen. Liever richten deze ondernemingen zich op typische westerse ziekten als impotentie en depressies. Als er wel medicijnen zijn, zoals in het geval van hiv, dan zijn die voor de armsten vaak veel te duur.

Hoe kan ik ze prikkelen zich om de allerarmsten te bekommeren, vroeg Leereveld zich af. ‘Druk van de overheid en non-gouvernementele organisaties helpt, maar farmaceutische bedrijven kijken toch vooral naar elkaar. Ze willen voortdurend beter zijn dan de ander.’

Door de Access to Medicine Index gaan de bedrijven ook concurreren om de allerarmsten, is de gedachte, ook al levert dat niet direct geld op. De ranglijst dwingt ze ook transparant te zijn, waardoor de ondernemingen bij elkaar de kunst kunnen afkijken. Glaxo heeft al enkele jaren een fabriek in Madrid die zich volledig richt op onderzoek naar ziekten in ontwikkelingslanden. Merck gaat dat voorbeeld binnenkort volgen door een fabriek te openen in India, waar onderzoek gedaan wordt naar lokale ziekten.

Pfizer, de grootse medicijnproducent ter wereld, bungelde in de vorige index nog onderaan. Maar de laatste twee jaar is het bedrijf de allerarmsten serieuzer gaan nemen. Zo verlaagde het de prijs van zijn aidsmedicijnen in ontwikkelingslanden, mede onder druk van oud-president Bill Clinton. Volgens Leereveld droeg ook de lage klassering op de index eraan bij.

De ATM-index werd aanvankelijk helemaal gefinancierd door de Nederlandse ontwikkelingsorganisaties Oxfam-Novib, Icco, Hivos en Cordaid, maar krijgt nu het grootste deel van zijn geld van de Nederlandse en Britse overheid en van de Bill & Melinda Gates Foundation.

De index werd in 2008 voor het eerst gepresenteerd, maar de nieuwe versie is veel beter, zegt Leereveld. ‘Twee jaar geleden voelden de bedrijven zich overvallen, ze werkten nauwelijks mee. Dit keer hebben ze uitgebreide informatie verstrekt. Er is nog een lange weg te gaan, maar ze willen wel.’

De eerste index richtte zich vooral op de verslaglegging van bedrijven. Wat is het beleid op het gebied van ontwikkelingslanden en hoe rapporteren ze erover? In de nieuwe index wordt ook duidelijk rekening gehouden met concrete prestaties.

De index wordt inmiddels gesteund door 23 grote beleggers (onder wie Robeco en PGGM, maar niet ABP), die gezamenlijk een vermogen beheren van 2.000 miljard euro. Deze grote investeerders hebben er ook belang bij, denkt Leereveld. ‘Investeren in ontwikkelingslanden draagt op lange termijn gewoon bij aan de winst. Als de ontwikkelingslanden straks hard gaan groeien, is het goed alvast voet aan de grond te hebben.’

Medicijnen (Colourbox) Beeld
Medicijnen (Colourbox)
Meer over