biologie

Mardiks meeuwen weten wanneer de Texelstroom vaart

Op de veerboot van en naar Texel fotografeert marien bioloog Mardik Leopold geringde meeuwen. Zo leerde hij dat ze vaak vaste patronen hebben.

Ernst Arbouw
Mardik Leopold op de veerboot met de meeuwen die hij fotografeert om hun ringnummers te bekijken.  Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle
Mardik Leopold op de veerboot met de meeuwen die hij fotografeert om hun ringnummers te bekijken.Beeld Ines Vansteenkiste-Muylle

Elke werkdag staat een kleine mantelmeeuw te wachten op de hefinstallatie in de veerhaven op Den Helder. Elke middag dezelfde meeuw, herkenbaar omdat hij een deel van een zwemvlies mist, en omdat-ie een ringnummer heeft: 5.465.068. Als de veerboot uitvaart, glijdt de meeuw op de wind naar het achterdek, waar marien bioloog Mardik Leopold en collega Suse Kühn klaarstaan met een zak oud brood en een camera met een forse telelens om de nummers van geringde vogels vast te leggen.

Vele honderden foto’s van ringnummers heeft Leopold verzameld en dankzij die foto’s weet hij dat deze specifieke kleine mantelmeeuw (een bedrieglijke naam voor een vogel met een spanwijdte van bijna anderhalve meter) telkens maar een klein stukje met de veerboot meevaart. Het dier jaagt iedere afvaart de concurrentie van het achterdek, schrokt al het brood op en als de boot twee-, driehonderd meter de haven uit is, vliegt hij terug naar de wal. Daar wacht hij boven op de haveninstallatie op de volgende afvaart.

Foerageren

Op zijn foto’s van geringde meeuwen – soms kleurringen met grote, goed zichtbare nummers, soms moeilijk te lezen stalen ringetjes – ziet Leopold steeds dezelfde dieren terugkomen, kleine mantelmeeuwen en zilvermeeuwen uit de meeuwenkolonie op Texel, maar bijvoorbeeld ook een vogel uit Finland die elke winter naar het eiland vliegt om te foerageren op de boot. Door iedere dag op de heenweg en de terugweg de ringnummers van de meeuwen te registeren, zag Leopold dat de dieren vaste patronen hebben. Sommige vogels lijken letterlijk gewoontedieren, met een goed ontwikkeld gevoel voor de dienstregeling van de veerboot.

Leopold begon met het fotograferen van meeuwenpootjes toen zijn werkgever Wageningen Marine Research verhuisde van Texel naar de haven van Den Helder. ‘Toen moest ik ineens forensen met de veerboot. Hoe gaat dat dan? Je praat eens wat met collega’s, je probeert een boek te lezen, of de krant, en op een bepaald moment denk je: ik ga even buiten kijken.’

Vanaf het dek zag Leopold een meeuw die kalmpjes meezweefde met de boot. Een meeuw met een kleurring. ‘Alleen kun je die niet aflezen als-ie vliegt. Met een stukje brood heb ik hem zover gekregen dat hij op het dek kwam. Toen kon ik zijn ring goed op de foto krijgen. Nou ja, van het een kwam het ander.’

null Beeld Mardik Leopold
Beeld Mardik Leopold

De Texelse meeuwenkolonie ligt aan de zuidkant van het eiland, hemelsbreed 2,5 kilometer van de veerhaven op het eiland. Op het eerste gezicht is het niet verrassend dat vogels uit de kolonie foerageren rond de boot, maar er is iets geks: op Texel zijn duizenden meeuwen geringd, terwijl Leopold maar een paar vaste gasten heeft.

Henk’s Haring

Het lijkt bovendien in tegenspraak met eerder onderzoek naar het foerageergedrag van de meeuwen. Mariene ecoloog Kees Camphuysen, verbonden aan het Koninklijk Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel, zag dat met een gps-zendertje uitgeruste meeuwen tientallen, soms zelfs honderden kilometers vlogen om aan de kost te komen. De dieren waren daarbij soms erg specifiek: één zilvermeeuw had een sterke voorkeur voor Henk’s Haring op de brug tussen de Damstraat en de Oude Hoogstraat in Amsterdam. Een andere vogel scharrelde zijn kostje bij elkaar rond een voetbalstadion in Milton Keynes in Engeland.

Camphuysen legt uit dat de bevindingen elkaar juist bevestigen. Meeuwen zijn weliswaar generalisten – ze eten bijna alles – maar individuele dieren specialiseren zich bij het foerageren op twee of drie bronnen. Daar houden ze zich verder nauwkeurig aan.

‘De ene meeuw vliegt naar Amsterdam omdat hij heeft geleerd dat dat goed werkt, zelfs als hij onderweg goede foerageerplaatsen voorbij vliegt. Andere dieren hebben geleerd dat ze bij de veerboot voedsel kunnen vinden en specialiseren zich daarin.’

Afvaarten

Dat de vogels gevoel ontwikkelen voor de afvaarten van de Texelse veerboten lijkt ook verklaarbaar, zegt Leopold. ‘Meeuwen leven in de natuur met het getij, dus ze hebben in elk geval enig gevoel voor ritme. Dan kunnen ze zo’n dienstregeling óók snappen.’

Een soortgelijk gevoel voor tijd blijkt ook uit het zenderonderzoek van Camphuysen. Een aantal meeuwen van de kolonie op het Forteiland in IJmuiden vliegt aan het eind van de middag naar Amsterdam voor de sluiting van de Albert Cuypmarkt, vertelt hij, omdat op dat moment de viskramen worden opgeruimd.

De vraag is of Leopold de vogels niet beïnvloedt door ze elke dag te voederen. Is het denkbaar dat hij de meeuwen per ongeluk dresseert in plaats van registreert? ‘Er zijn een paar op de veerboot gespecialiseerde dieren en die zijn daar toch al. Een meeuw die niet van zichzelf de boot volgt, kan ik niet dresseren om dat ineens wel te gaan doen.’

Hoe reageren veerbootpassagiers op Leopolds meeuwen? ‘Uiteindelijk heb je twee soorten reizigers: mensen die voor hun werk naar de overkant gaan en toeristen. De forensen die op het dek komen, zien ons daar elke dag bezig, dus die weten wel ongeveer wat we doen. Toeristen komen naar Texel voor de natuur, dus die vinden het doorgaans interessant.’

null Beeld Mardik Leopold
Beeld Mardik Leopold

Een enkele keer vinden mensen het eng (‘Het zijn grote vogels en ze kunnen een beetje agressief zijn’) en één keer eiste een passagier met een stevig Amsterdams accent dat hij on-mid-del-lijk zou stoppen met het voeren. ‘Die heb ik uitgelegd dat ik dat beslist niet van plan was.’

In gesprekken met belangstellende passagiers probeert Leopold ook, wat hij zelf noemt, ‘een paar mythes om te zagen’.

‘Ik hoor weleens dat brood slecht is voor meeuwen omdat er zout in zit. Dan vertel ik dat de meeste meeuwen hun kostje opscharrelen op zee, dus dat ze wel tegen een beetje zout kunnen. En dankzij de foto’s kan ik laten zien dat er vogels zijn die dit al járen volhouden.’

Meer over