Magere Hein moet lachen

Monter zijn de sprookjes van Armando, monter en vrolijk, zelfs als ze even aan serieuze zaken raken:..

'Er was eens een meneer die heel graag dood wilde. Dat mag toch! Kijk, dood gaan we allemaal. Op een dag word je geboren, wat betekent dat er op den duur een dag komt dat je doodgaat, dat is nu eenmaal zo.'

De meneer die dood wil, is 88. Hij heeft alles al eens gezien en gehoord. 'Af en toe vroeg hij: Ach, mag ik dood. Nee, zei z'n vrouw dan, nee, dat wil ik niet hebben, ik vind je nog veel te grappig. '

In dit sprookje laat Magere Hein zich wegsturen door de onverzettelijke echtgenote van de levensmoede meneer, maar natuurlijk komt hij terug, al is het pas drie jaar later - want dood gaan we allemaal, dat is nu eenmaal zo, dat beseft ook de echtgenote. 'Hiephoi, riep de meneer vanuit z'n bed en daar moest zelfs Magere Hein om lachen.'

De prinses met de dikke bibs is Armando's tweede sprookjesbundel en net als in de eerste treedt hij conventies met voeten, maakt hij door de keuze van onderwerp en beschrijving zijn sprookjes vooral erg grappig: een meneer die dood wil, een tovenaar te oud om nog te toveren (hij verandert per abuis mensen in neushoorns), een lakei die Henk heet, een kabouter zo groot als een mens en natuurlijk de prinses met de dikke bibs zelf. Zo dik is die bibs, zo verschrikkelijk dik, dat ze niet door de deuren kan, niet op een stoel kan zitten en geen verloofde kan krijgen 'alleen maar vanwege die dikke bibs'.

Zo'n sprookje eindigt wel weer als een echt sprookje, waarin het 'ze leefden nog lang en gelukkig' na de bruiloft volstaat als eufemisme voor poepluiers en huilbaby's, echtelijke twisten en overspel. De prinses met de dikke bibs verliest door een wonder haar enorme billen, en omdat ze sowieso al mooi was, is ze nu een prachtig meisje en willen alle prinsen die haar eerder versmaadden, haar huwen - maar ze neemt er geen een, ze draait iedere dag rond voor de spiegel, mompelt 'net goed', en barst in lachen uit. Geen woord over eenzaamheid of de last van het ouder worden - een sprookjesachtig einde.

De prinses met de dikke bibs is prachtig geïllustreerd door Susanne Janssen, wier grappige, kleurrijke tekeningen precies aansluiten bij de sfeer van de verhalen. Janssens figuren zijn zonder uitzondering expressief. Je moet vanzelf lachen om de verheugde uitdrukking op het gezicht van de meneer die dood wil, wanneer hij merkt dat Magere Hein hem nu eindelijk echt komt halen.

De sprookjes van Armando lijken wel wat op de verhalen van Jürg Schubiger in Het meisje en het geluk. Ook bij Schubiger speelt toverij een rol (zijn tovenaar kan mensen en zaken veranderen, maar uitsluitend in serviesgoed), en Armando's mensachtig grote kabouter is bij Schubiger een mensachtig kleine reus. Zoals Armando zijn lezers rechtstreeks aanspreekt, schrijft ook Schubiger over wij, jij en ik, bijvoorbeeld nadat hij heeft uitgelegd hoe dom reuzen zijn, hoe ze 'potver-hoeveel-ook-alweer' roepen omdat ze niet kunnen tellen, terwijl 'wij meteen 'potverdrie' zouden zeggen, jij en ik'.

Soms laat Schubiger een tekst volgen door een cursieve aantekening met nadere informatie, die het verhaal nog een slagje absurder maakt. Na het verwarrende verhaal over de drie zonen die Hans, Hanshans en Hanshanshans heetten, zodat ze meestal alledrie kwamen als hun vader Hanshanshans riep, wat immers ook Hans, Hanshans kan wezen, volgt droog: 'Dit verhaal heeft een zus, met als titel: Anna, Annanna, Annannanna.'

Het verhaal van de Hansen staat in een afdelinkje met de titel Namen, waar bijvoorbeeld ook uitputtend behandeld wordt welke varkens je allemaal hebt: mestvarkens en schotvarkens, everzwijnen, wrattenzwijnen, moddervarkens, stekelvarkens, enzovoort. 'Het spaarvarken komt ook in de steden voor. Het wordt soms heel zwaar en is breekbaar.'

In een cursieve noot worden ook nog even de varkens opgesomd die niet bestaan: berkenvarkens, steenvarkens, brillenvarkens en snavelzwijnen, maar daar gaat Schubiger kennelijk de fout in: twee ervan zijn vrolijk aanwezig op de geestige illustratie ernaast, van Rotraut Susanne Berner.

Hanneke de Klerck

Armando: De prinses met de dikke bibs.

Illustraties Susanne Janssen.

Leopold; 63 pagina's; ¿ 29,90.

ISBN 90 258 3018 8.

Jürg Schubiger: Het meisje en het geluk.

Illustraties Rotraut Susanne Berner.

Uit het Duits vertaald door Bart Moeyaert.

Ludion; 90 pagina's; ¿ 33,-.

ISBN 90 5544 108 2.

Meer over