Lodewijk XVII stierf écht toen hij tien jaar was

Naam: Jean-Jacques Cassiman. Leeftijd: 57. Nationaliteit: Belg. Beroep: afdelingshoofd centrum voor menselijke erfelijkheid, KU Leuven. Vindt: overtuigend bewezen dat Lodewijk XVII op 10-jarige leeftijd is gestorven....

NEDERLANDSE folkliefhebbers met een ijzeren geheugen kunnen zich de optredens misschien nog voor de geest halen: het trio Cassiman uit België figureerde in de jaren zestig met enige regelmaat in muziekprogramma's op de Nederlandse tv. Iers, Zuid-Amerikaans, Fins zelfs, een doodenkele keer Vlaams; zus Emmy en broers Guido en Jean-Jacques verkenden vele muzikale windstreken.

Een van de zangers keerde vorige maand na dertig jaar weer terug in de schijnwerpers. Als afdelingshoofd van het Centrum voor Menselijke Erfelijkheid (CME) aan de Katholieke Universiteit Leuven droeg Jean-Jacques Cassiman belangrijke bouwstenen aan voor de Franse geschiedschrijving.

DNA-onderzoek onder zijn regie maakte gehakt van de claims van tientallen Franse troonpretendenten, afkomstig uit alle hoeken van de wereld. Het was wel degelijk Louis XVII, die, toen tien jaar oud, op 8 juni 1795 aan tuberculose bezweek in de Temple-gevangenis te Parijs. Hij was er opgesloten nadat tijdens de Franse Revolutie de koppen waren gerold van vader Lodewijk XVI en moeder Marie-Antoinette. Wie beweerde dat de dauphin uit de cel was gesmokkeld en dat zijn plaats was ingenomen door een straatjongen, en en passant rechtstreekse verwantschap opeiste, die raakte door de Leuvense navorsingen alle munitie voor afstamming kwijt.

Cassiman ontkent niet dat de ontrafeling van het twee eeuwen oude mysterie de reputatie van zijn instituut extra glans geeft. Maar het was hem niet zozeer om het prestige te doen, beklemtoont hij. Een ander motief speelt.

'Er dreigt een negatieve sfeer rondom de toepassing van biotechnologie te ontstaan. Protesten tegen gemodificeerde gewassen, bezwaren tegen het klonen. Dat gaat mogelijk een weerslag krijgen in de geneeskunde of op de rechtspraak. Dat zou jammer zijn. De discussie stoelt vooral op emoties, niet op feiten. Het is aan de wetenschappers om uit hun ivoren toren te komen, om het debat aan te gaan. Nu kan ik zeggen: zo'n onderzoek naar Lodewijk XVII is óók biotechnologie.'

Het CME ontleende tot dusver vooral vermaardheid aan medisch onderzoek en opdrachten op verzoek van justitie. Nog altijd klampen onderzoeksrechters in België zich vast aan het enige spoor met DNA-materiaal dat leden van de Bende van Nijvel nalieten toen ze in de jaren tachtig dood en verderf zaaiden: een handvol sigarettenpeuken. Ze worden in Leuven bewaard en soms nog uit de la gehaald voor een vergelijking. Of de bende ooit nog zal worden ontmaskerd, betwijfelt Cassiman. 'Veel hoop heb ik er niet op. Maar ik vind het wel belangrijk op te merken dat het onderzoek grondig, zéér grondig, geschiedt.'

Voor het onderzoek naar de jonge Lodewijk durft hij de zelfde kwalificatie aan. Het CME is er al bijna tien jaar mee bezig. Het begon met het verzoek van de Groningse historicus Hans Petrie, begin jaren negentig, om een DNA-test te doen op een stukje bot van wijlen Karl Wilhelm Naundorff, de in Delft begraven horlogemaker uit Pruisen die met de meeste overtuiging had beweerd dat hij Louis XVII was.

In vergelijking met andere instellingen in Europa was Leuven ver gevorderd met de techniek om van zeer weinig materiaal toch een DNA-analyse te kunnen maken.

De opdracht leidde tot een intensieve speurtocht die Cassiman en zijn onderzoekers langs heel wat huizen van Europese adel voerde. Op basis van in medaillons bewaard haar van Marie-Antoinette en haar zusters en DNA-materiaal van koningin Anna van Roemenië, verwant aan Marie-Antoinette, stelde het CME vast dat Naundorff geen verwantschap met het Franse koningshuis bezat. De hertog van Bauffremont, belangenbehartiger van de Franse koningen en hun nakomelingen, stelde daarop een versteend stukje hart voor onderzoek beschikbaar. Het orgaan was na de dood van Lodewijk XVII verwijderd en bewaard in een glazen urn.

Cassiman: 'Het was als rechercheren. Ik belandde in milieus waarin je normaal gesproken niet zo snel terecht komt. De geplogenheden die er heersen. Iedereen kent mekaar. Alleen via via kom je verder. Maar ik moet zeggen: de bereidwilligheid om mee te werken was groot.'

De onprettige trekjes van het circuit werden ook snel zichtbaar. Na de presentatie van de onderzoeksresultaten - hart en haar kwamen overeen - keerden de 'benadeelde' betrokkenen onmiddellijk emmers vuil om. Ze trokken de integriteit van Cassiman in twijfel. Het bot uit Delft was mogelijk niet van Naundorff, of bevatte vervuild materiaal. Het hart was misschien wel van Lodewijks broer.

De onderzoeker twijfelt niet. 'Honderd procent garantie kan ik niet geven. Maar het plaatje klopte. Het hart was van een kind tussen vijf en twaalf jaar oud dat onmiskenbaar verwant was aan Marie-Antoinette. Toegegeven, voor delen van het onderzoek moet ik mij verlaten op kennis van historici. Of het bot bijvoorbeeld echt van Naundorff was, kan ik niet meer nagaan. Maar de herkomst was goed gedocumenteerd. Laat een ander maar bewijzen dat er een ander gebeente is. We hebben het onderzoek zelf bekostigd om onafhankelijk te blijven. En eerlijk gezegd: de uitkomst was mij volstrekt om het even.'

Maar de speurtocht bezorgde hem op z'n minst weer het gelukzalige gevoel dat hij actief deelneemt aan een revolutie. 'Toen ik begon in 1962, 1963 kwam net het chromosomenonderzoek wat van de grond. Toen konden we patiënten hooguit een bepaalde verwachting meegeven. Later konden we preciezer zijn. Nu kunnen we vertellen wat ze te wachten staat. Dat is niet niks. Die hele ontwikkeling in de erfelijkheidsleer heb ik al kunnen meemaken. En ik ben pas 57.'

Meer over