Littérature

De eerste Nederlandse schrijver met wie Franse lezers kennismaken als zij de woensdagavond gepresenteerde Histoire de la Littérature néerlandaise ter hand nemen, is J....

Het zou passen in de opzet die Hanna Stouten, hoogleraar Nederlands aan de Sorbonne in Parijs, Jaap Goedegebuure en Frits van Oostrom, de eindredacteuren van deze 'geschiedenis', hebben gekozen: het tegemoetkomen van het Franse publiek, dat weinig van de Nederlandse literatuur weet. Maar dat de naam van Bernlef al op de eerste bladzijde valt, heeft een andere reden.

De auteur van het eerste hoofdstuk, Frits van Oostrom, wil door middel van onze contemporaine Bernlef, de AKO-prijswinnaar van 1989, een brug slaan naar zijn Friese naamgenoot van eeuwen her, de blinde bard Bernlef, die in de achtste eeuw - volgens Altfrieds Vita Ludgeri - 'de daden der voorvaderen en de gevechten der koningen bij de harp bezong'.

Een mooie poging om je publiek te paaien. In een handomdraai krijgt de vaderlandse letterkunde zo een duur van maar even twaalf eeuwen. Dat moet zelfs op een Franse lezer indruk maken.

Voor iemand die deze geschiedenis (van 915 bladzijden) alleen nog maar heeft kunnen doorbladeren, is niet duidelijk of Van Oostroms benadering karakteristiek is voor de hele opzet, maar dat er alles aan gedaan is om 'onze' letterkundige verdiensten in Frankrijk tot hun recht te laten komen, werd op de bijeenkomst in Maison Descartes te Amsterdam niet onder stoelen of banken gestoken.

Trots overheerste, zowel bij Rudi Wester van het Nederlands Literair Produktie- en Vertalingenfonds, als bij Hella Haasse, die het beeld schetste van een literatuur 'die minder prozaïsch is dan men wel denkt - in die literatuur ontbreekt noch lyriek, noch surrealisme, noch het bovennatuurlijke, noch het bizarre, noch het absurde; er is humor in aanwezig evenals satire, politiek engagement evenals felle polemiek; je vindt er taal- en stijlexperimenten, eruditie, metafysica, tendensromans, autobiografische romans, en zelfs vind je er de rationalistische geest van Descartes'.

De bovennatuurlijke Harry Mulisch, de satirische Hugo Brandt Corstius en de lyrische Judith Herzberg, die de moeite hadden genomen het wapenfeit van deze Franse publicatie met hun aanwezigheid op te luisteren, moeten de woorden van Hella Haasse mét de Veuve Cliquot gretig hebben ingedronken, want als er één land is waarvan de Nederlandse schrijver hoopt dat hij er even beroemd zal worden als in eigen land, dan is het Frankrijk. Misschien verklaart dat waarom deze eerste 'buitenlandse' literatuurgeschiedenis in Frankrijk verschijnt (andere landen volgen, zei Rudi Wester).

Er is de laatste jaren het een en ander aan het veranderen in de verhouding tussen Nederland en Frankrijk. Misschien zegt dat ook iets over deze keus. Tien jaar geleden kon Bernard Pivot (dixit Hella Haasse) aan Hugo Claus nog de vraag stellen: 'Bestaat er zoiets als een Nederlandse literatuur?' Tezelfdertijd dacht de beroemde philosophe Bernard-Henry Lévy onder het oog van de televisiecamera dat Nederland een Scandinavisch land was.

Maar tegenwoordig lijkt de balans wat meer hersteld. Jaarlijks 1,6 miljoen Nederlandse vakantiegangers en duizenden tweede-huizenbezitters leggen kennelijk enig gewicht in de schaal. Aan de Sorbonne kan sinds kort Nederlands als hoofdvak worden gestudeerd, een mogelijkheid waarvan ruim gebruik wordt gemaakt. Wie weet hoe het verder gaat. Nog even en het tekort aan leraren Nederlands kan met Franse neerlandici worden bestreden. Voor het zover is, zou het geen kwaad kunnen deze Histoire in het Nederlands te vertalen. Hier ontbreekt immers zo'n boek.

Meer over