Liefde is boven alles krijg

TOT WELK genre behoren de Metamorfosen van Ovidius? Hoewel de dichter zelf het werk als een epos beschouwde, is het in feite een verzameling tamelijk losjes aan elkaar gekoppelde verhalen, die thematisch overigens wel degelijk met elkaar samenhangen....

PIET GERBRANDY

De bundel opent met een winterse ouverture die de toon zet voor de negen episoden die erop volgen, negen losse scènes die zich tijdens dezelfde sneeuwnacht afspelen in het centrum van Berlijn. De negen protagonisten zijn zonder uitzondering homoseksuele mannen, die op de meest uiteenlopende manieren het geluk najagen, 'de beurse warmte die het bed belooft'. Zo ontmoeten we een transseksuele hoer, een junk die zich in een openbaar toilet laat neuken, een stoere leernicht, een timide gehuwde homo en een door schuldbesef gekwelde pastor, terwijl we intensief kennismaken met de strenge mores van disco, darkroom en sauna, want geen detail wordt ons bespaard.

Verbeten zijn de heren op zoek naar liefde en geborgenheid, maar omdat hun behoefte aan spanning meestal overheerst en omdat ze geen van allen in staat zijn zich aan een eenmaal gevormd stramien te onttrekken, komen ze doorgaans niet verder dan wat ranzige seks, waarna de eenzaamheid weer toeslaat. Voor de stervende Heinz is de dood: 'een wereld achterlaten/ waarin je veel te weinig hebt bemind/ omdat je liever neuken wou dan praten.' En de enkeling die erin slaagt een vaste relatie op te bouwen, moet al gauw met bitterheid constateren dat sleur en irritatie het van liefde en opwinding hebben gewonnen.

Het is verhelderend deze poëzie met Ovidius in verband te brengen. Niet alleen is Berliner Lullaby opgebouwd zoals de Metamorfosen, ook zijn er thematische raakvlakken tussen beide auteurs: je zou Van Os' gedicht als een hedendaagse, homoseksuele variant van Ovidius' Ars amatoria kunnen zien, een leerdicht dat heldere informatie verschaft over hoe je een jongen kunt versieren en wat je van die verovering kunt verwachten. 'Militat omnis amans' (iedereen die verliefd is, is soldaat), zegt de Romeinse dichter. Van Os zegt het hem na:

Liefde is een heleboel

maar boven alles krijg, voortdurend vechten

met valse hoop, verlangen, eergevoel,

mezelf geweld aandoen, want pas na slechten

van muren, schild en kleding, lappen huid

kan ik de ander raken en stroomt bloed

in bloed. Een kort moment waarin ik uit

mijn eenzaamheid kan treden.

Een andere topos die Van Os aan de klassieken ontleend zou kunnen hebben, is de gedachte dat vrijen een soort wedren is. Bij Van Os gaat het dan niet om paardenrennen, maar om skiën: 'steeds sneller naar het eind, een vrije val/ beklemd in angst en uitgelatenheid/ niet meer te remmen leegte tegemoet.'

Maar bovenal is Van Os een Romein omdat hij zo traditioneel is. In gekruist rijmende jambische vijfvoeters beschrijft hij een serie reële gebeurtenissen van herkenbare personages. De taal is soepel maar gestileerd, en nergens wordt de bruikbaarheid van dit medium betwijfeld. Weliswaar bevat deze poëzie prachtige metaforen en vergelijkingen, toch heeft de taal hier zijn gangbare functie, alsof het modernisme er nooit is geweest.

Waarom hecht een hedendaagse dichter zo aan de traditie? Hierom, waarschijnlijk:

Traditie is een deken die beschut,

die warmte geeft wanneer de winter dreigt,

(. . .)

een lappendeken van oud zeer, bro kaat,

plezier en bloed vast aan elkaar ge stikt

met liefde, bruikbaarheid en prikkel draad

(. . .)

Wie zonder deken gaat, dreigt dood te vriezen,

maar wie de deken te dicht om zich trekt

zal stikken.

De vorm van het gedicht weerspiegelt de inhoud, want de dichter handelt niet anders dan zijn personages. Bij hun queeste naar spanning en geluk volgen zij, vaak zonder het zelf te beseffen, platgetreden paden: 'De vele voeten maken vaste wegen/ waarbuiten bijna niemand stappen zet;/ men is de grijsbesleurde weg genegen.' De leernicht 'volgt zijn vast stramien/ dat ook vanavond niet doorbroken wordt'. En het getrouwde homostel blijkt al even burgerlijk als het gezinnetje van Otto Normalverbraucher. Het is duidelijk dat dergelijke situaties vragen om een traditionele verwoording.

Omdat rituelen in het bestaan van deze mannen zo'n prominente rol spelen, is het niet verwonderlijk dat Van Os geregeld aan bijbelse verhalen en katholieke symbolen refereert. De hoer in de eerste episode noemt haar collega's 'Zusters van het Kruis', en de door potenrammers afgetuigde pastor worstelt met Augustinus' veroordeling van homoseksualiteit.

Hoe strakker de vorm van een gedicht, des te opvallender zijn de momenten waarop daarvan wordt afgeweken. Van Os beheerst die techniek goed, want hortende antimetrie heeft vrijwel altijd een functie. Daarbij komt dat Van Os een scherp observator en een genadeloos psycholoog is. Wat dit gedicht echter uittilt boven een vlotte zedenschets van de Berlijnse homo-scene, is de wijze waarop hij de sneeuw van de winternacht als een Leitmotiv door zijn verhalen heen gevlochten heeft. In de loop van de bundel ondergaat deze witte substantie, in de geest van Ovidius, tal van gedaanteverwisselingen en krijgt zij steeds nieuwe betekenissen. Sneeuw symboliseert de eeuwige, onverschillige kringloop van de natuur, maar ook de onschuld:

De sneeuw verdikt zich om hem heen en zweeft

in donzen vlokken paardebloemen pluis

dat bolle wangen aan een schoolkind geeft.

Sneeuw vormt een kroon op het hoofd van een bloedmooie ijsprins, maar wordt ook met zaad en heroïne geassocieerd. Sneeuw is de onherbergzame kilte die de mensen omgeeft, maar bovenal is zij het oningevulde wit van de bladzijde, de kneedbare materie waarop ieder zijn eigen verlangens projecteert: 'Wat hij zich wenst, ziet hij in sneeuw oplichten.'

Wie een doodgeschreven symbool als sneeuw op zo'n manier nieuw leven weet in te blazen, mag rustig traditionele poëzie blijven schrijven.

Piet Gerbrandy

Th. van Os: Berliner Lullaby.

De Arbeiderspers; 73 pagina's; * 34,90.

ISBN 90 295 3499 0.

Meer over