Doe mij er ook zo een

Leven we in een computersimulatie à la The Matrix?

Wetenschapsredacteur George van Hal bespreekt begerenswaardige uitvindingen uit sciencefictionfilms en -series en zoekt uit of ze realiteit kunnen worden. Vandaag: een computersimulatie net zo overtuigend als het echte leven.

Keanu Reeves in The Matrix (1999). Beeld
Keanu Reeves in The Matrix (1999).

Wat?

Een computersimulatie zo levensecht dat je er je hele leven in kunt slijten zonder dat je ooit doorhebt dat alles om je heen nep is.

Waar gezien?

In The Matrix heeft slechts een enkeling het door: de wereld om hen heen is een simulatie. In werkelijkheid dobbert ieder mens in lugubere capsules, aangesloten op het stroomnet, waar ze dienstdoen als biologische batterijen voor een kwaadaardige kunstmatige intelligentie.

Hoe dichtbij zijn we?

Second life, World of Warcraft, Fortnite... virtuele werelden zijn onverminderd populair, vooral onder gamers. Zelfs virtual reality is binnen handbereik voor iedereen met een goede smartphone of een paar honderd euro voor een headset voor pc of spelcomputer. Tegelijk zijn zelfs de beste virtuele werelden nog lang niet levensecht. Hoe een stuk chocola smelt op de tong, het gevoel wanneer je met blote voeten over een hoogpolig tapijt loopt, de geur van een verse regenbui: de nullen en enen in een computer kunnen het vooralsnog niet nabootsen.

Of nou ja: er zíjn natuurlijk mensen die vermoeden dat The Matrix veel meer is dan zomaar een lollig stukje fictie. Die denken dat we daadwerkelijk leven in een computersimulatie. Dat de ware werkelijkheid zich verstopt achter muren, opgeworpen door geraffineerde stukjes programmacode.

Neem bijvoorbeeld de holometer, een bizar experiment in een klein kamertje vlak bij het beroemde natuurkunde-instituut Fermilab in Chicago. Een experiment met slechts één doel: verstoringen in de werkelijkheid ontdekken. Pixels, fouten in de Matrix, zo u wilt, die verraden dat alles om ons heen een projectie is.

Geen vreemd idee wanneer je je realiseert dat in de moderne theoretische natuurkunde ‘bits’, de nullen en enen van computerinformatie, steeds nadrukkelijker de hoofdrol grijpen. Steeds meer fysici denken dat werkelijkheid op het allerkleinste niveau, voorbij moleculen, atomen en quarks, uit informatie bestaat. Mogelijk is het heelal wiskundig gezien zelfs een soort hologram, speculeren ze, de schaduw van een platte informatiewerkelijkheid die zich afspeelt op een verre, ongrijpbare horizon.

Esoterische, hersenpijnigende gedachten zijn dat, die bovendien nog onbewezen zijn. En toch knaagt er iets. Want als de kosmos werkelijk een hologram is, als dat idee meer is dan een handige rekentruc van fysici, zijn wij dan eigenlijk, nou ja, écht? Of is ons zelfbewustzijn slechts een algoritme in een computer van kosmisch formaat?

Mocht u bij die gedachten de paniek voelen opborrelen, troost u dan met het volgende feit: die holometer die speurt naar pixels op de kleinst bekende schaal van de kosmos? Die heeft helemaal niets gevonden. Het heelal blijkt keurig aan elkaar gelijmd. Geen randjes of pixels te bekennen. Geen scheppend algoritme in zicht.

En mocht het toch ooit raak zijn, dan maant de holometerwebsite geïnteresseerden in hun ‘veelgestelde vragen’ alvast tot existentiële kalmte. ‘De gedachte dat ons driedimensionale heelal op de een of andere manier is gecodeerd in twee dimensies impliceert nog niet dat er iets of iemand van ‘buiten’ is die de illusie projecteert of de simulatie draait’, schrijven ze.

Of wil de geavanceerde kunstmatige intelligentie die u als biologische batterij gebruikt u dat slechts doen geloven?

Meer over