Leidse astronomen kijken 13,2 miljard jaar terug in de tijd

AMERSFOORT - Een onooglijk lichtstipje, gevonden op een 87 uur lang belichte opname van de Hubble Space Telescope, is waarschijnlijk het verste object dat ooit is gefotografeerd.

Het uitvergrote stipje op deze Hubble-foto is mogelijk het verst verwijderde sterrenstelsel dat ooit is waargenomen. Foto:NASA/ESA/R. Bouwens Beeld
Het uitvergrote stipje op deze Hubble-foto is mogelijk het verst verwijderde sterrenstelsel dat ooit is waargenomen. Foto:NASA/ESA/R. Bouwens

Volgens de Amerikaanse astronoom Rychard Bouwens - momenteel werkzaam op de Leidse Sterrenwacht - gaat het om een sterrenstelsel op 13,2 miljard lichtjaar afstand. Het waargenomen licht van het stelsel vertrok toen het heelal pas 480 miljoen jaar oud was. De ontdekking wordt deze week gepubliceerd in Nature.

In korte tijd ontstaan
'Nooit eerder hebben we zo ver terug kunnen kijken in de tijd,' zegt Bouwens, die Nederlandse voorouders heeft. Eerder heeft zijn team (waaronder de Leidse astronoom en Spinozaprijswinnaar Marijn Franx) sterrenstelsels gevonden op iets minder grote afstanden, waar dus een iets later tijdperk van het heelal wordt bestudeerd. Het feit dat er op de Hubble-foto slechts één stelsel op de nieuwe record-afstand is ontdekt, doet vermoeden dat de allereerste sterrenstelsels in korte tijd ontstonden, tussen 400 en 700 miljoen jaar na de oerknal.

Sterrenstelsels zoals ons eigen Melkwegstelsel zijn in de loop van de tijd ontstaan door versmelting van kleinere 'bouwstenen'. Het nieuw ontdekte stelsel is zo'n bouwsteen: het heeft hooguit één procent van de massa van het Melkwegstelsel, aldus Bouwens.

Roodverschuiving
Tijdens de lange reis door het uitdijende heelal worden de lichtgolven van ver verwijderde sterrenstelsels uitgerekt. Door die zogeheten roodverschuiving te meten, kan de afstand worden berekend. Afgelopen najaar lukte dat voor een sterrenstelsel op een afstand van 13,1 miljard lichtjaar.

Voor het nieuwe stelsel (UDFj-39546284 geheten) zijn zulke metingen niet mogelijk, aldus Franx - daarvoor is het veel te lichtzwak. In plaats daarvan werd de roodverschuiving (en dus de afstand) van het stelsel geschat op basis van metingen door verschillende kleurfilters.

Volgens Franx is het niet 100 procent uitgesloten dat het om een minder ver verwijderd stelsel gaat, dat om de een of andere reden extreem rood van kleur is. 'Maar dat zou betekenen dat we helemáál geen sterrenstelsels zien uit de periode dat het heelal 480 miljoen jaar oud is,' zegt hij. 'In feite versterkt dat onze claim dat we terugkijken naar het tijdperk waarin de eerste geboortegolf van nieuwe sterrenstelsels plaatsvond.'

Meer over