Lanseloet heeft digitale stamboom

Middeleeuwers zaten er niet mee om bij het overschrijven van boeken kwistig veranderingen aan te brengen. Stop deze wijzigingen in een computer en je kunt nagaan welke tekstversies het origineelst zijn, bedacht een Nijmeegse promovendus....

STEL: je geeft les op een basisschool en je laat je leerlingen een dictee maken. Op de ingeleverde werkjes zie je dat twee naast elkaar zittende kinderen dezelfde spelfouten hebben gemaakt: 'egowist', 'ydillisch', 'pollitie'. Wat concludeer je daaruit? Dat die twee die fouten van elkaar hebben overgeschreven.

Simpel gesteld is dat de manier waarop enkele onderzoekers in de Middelnederlandse letterkunde te werk gaan. Tot aan de uitvinding van de boekdrukkunst, midden vijftiende eeuw, en nog decennia nadien, werden boeken met de hand overgeschreven van een voorbeeld. Tijdens dat overschrijven brachten de kopiisten - en later ook de boekenzetters - al dan niet met opzet wijzigingen aan in de tekst. Ze lieten woorden weg of voegden er toe, maakten spelfouten of verbeterden wat zij fout achtten. Ze deden er een zinnetje bij om de partij van hun opdrachtgever te prijzen, of om te schimpen op die van de tegenstander. Wanneer diezelfde veranderingen, zogenoemde 'varianten', blijken voor te komen in een ander afschrift van hetzelfde verhaal, is er dus reden om aan te nemen dat die twee versies van elkaar zijn overgeschreven. Of dat beide afstammen van een andere, derde versie.

Neerlandicus en alfa-informaticus dr. Ben Salemans wilde weten welke veranderingen in Middelnederlandse teksten kunnen duiden op dat soort verwantschap. Welke varianten zijn bewijzen voor overschrijven, en welke niet. Hoe kun je op grond van die conclusies een soort stamboom maken van teksten waaruit duidelijk wordt hoe tekstversies aan elkaar gerelateerd zijn. En: is het mogelijk die complexe regels in een computerprogramma te stoppen, waarna dat programma zelfstandig ordening kan aanbrengen in zo'n familie van teksten, met als resultaat een verantwoorde en objectief controleerbare stamboom. Salemans' onderzoek staat beschreven in Building Stemmas with the Computer in a Cladistic, Neo-Lachmannian Way, waarop hij vrijdag in Nijmegen is gepromoveerd.

Het opsporen van verwantschappen tussen verschillende versies dient voor mediëvisten diverse doelen. De meeste 'oerteksten' waarvan alle latere afstammen, zijn verloren gegaan. In die oertekst stond wat de schrijver feitelijk bedoelde, en dat zouden mediëvisten graag achterhalen. Zoals fundamentele bijbelvorsers feitelijk op zoek zijn naar het enige echte woord Gods, legt Salemans uit. Hoe directer verwant een versie blijkt aan een oertekst, hoe dichter we zijn bij het origineel, bij de oorspronkelijke intentie van de schrijver.

En al is dat een omstreden tak van de mediëvistiek, omdat er te veel wordt geïnterpreteerd en geraden, toch proberen sommigen via deze route ook te reconstrueren hoe die verloren gegane oertekst er woordelijk moet hebben uitgezien. Salemans doet niet aan tekstreconstructie. Hij beperkt zich tot de vraag hoe uit varianten een stamboom kan worden opgebouwd.

O NDERWERP van studie is voor Salemans het Middelnederlandse toneelstuk Lanseloet van Denemerken. De oertekst hiervan is zoek, en het jaar van ontstaan onbekend. Terwijl echter van de meeste verhalen maar een enkele kopie of zelfs alleen fragmenten bestaan, kwam van Lanseloet eind vorig jaar maar liefst de vijftiende versie boven water. De veertien al langer bekende Lanseloets heeft Salemans letter voor letter ingevoerd in de computer.

Lanseloet is een adellijke jongeling die zijn zinnen heeft gezet op de hofdame Sandrijn. Door het gekonkel en de intriges van zijn moeder, gaat het meisje echter aan zijn neus voorbij. Kennelijk was dit een uiterst populair stuk; we mogen aannemen dat er honderden afschriften van hebben bestaan.

Het inzetten van een computer maakt het nu mogelijk in hoog tempo elke Lanseloet-versie woord voor woord te vergelijken met alle andere versies. De computer vindt feilloos elke variant.

Salemans grijpt met deze manier van tekstvergelijking terug op een omstreden methode om de volgorde van ontstaan van versies te onderzoeken. Deze staat bekend als de methode Lachmann en werd ontwikkeld in de negentiende eeuw.

Twijfelachtig aan deze methode is dat er feitelijk geen duidelijke regels zijn opgesteld aan de hand waarvan kan wordt bepaald welke varianten wel, en welke niet stelselmatig als relevant zijn geïnterpreteerd. De toepassing van deze methode is daardoor niet voor derden controleerbaar. En daarmee onwetenschappelijk, al vindt Salemans zulke tekstvergelijking wel zinnig.

Om de feilen van de methode Lachmann te ondervangen, heeft Salemans daarom een net van twintig regels opgesteld. Die regels moeten verschillen negeren die te klein zijn of te irrelevant om er conclusies aan te verbinden. Irrelevante verschillen, legt hij uit, zijn bijvoorbeeld die in de vervoegingen van werkwoorden. Als er in de ene tekst 'bedrieget' staat, en in een andere 'bedriegt', is dat nog geen reden om verwantschap af te wijzen. Het kan gaan om een verschrijving, een verschuiving van de schrijfwijze in de loop der tijden, of zelfs om iets knulligs als een regionaal dialect dat door de schrijftaal heenschemert.

Ook zijn sommige kopiisten dol op tussenwerpseltjes zoals het woordje 'zo', die ze overal tussendoor krabbelen, terwijl collega's daar juist een hekel aan hebben en ze stelselmatig weglaten. En bij het overschrijven ontstaan vaak ook kleine verschillen in de uitgangen, de schrijfwijze van de laatste letters van woorden. Dat soort kleine verschillen zegt niets over het wel of niet bestaan van verwantschap.

Salemans is vooral geïnteresseerd in grote verschillen en overeenkomsten. Veranderingen zoals omdraaiing van de volgorde van verzen, het invoegen van een gebed, het toevoegen van een opdracht aan degene die de kopie van een boek heeft besteld. Of het weglaten van vers-paren, of van de complete tekst van een liedje dat al eerder in de tekst helemaal is uitgeschreven.

Kom je diezelfde grote veranderingen tegen in een andere versie van zo'n stuk, dan is dat een aanwijzing voor verwantschap. Dan is de één overgeschreven van de ander, al is dan nog de vraag welke versie de vroegste is. Of ze zijn beide overgeschreven van een derde variant.

De onderzoeker heeft alle verschillen tegen het licht gehouden die de computer vond in de veertien Lanseloet-versies. Tot zijn tevredenheid bleken zijn regels waterdicht: elke mogelijke afwijking werd erdoor opgepikt en voorlopig voorzien van een conclusie: wel of niet van belang voor verwantschap. Zo komt hij tot een goeddeels door de computer gegenereerde Lanseloet-stamboom.

Dankzij die ondubbelzinnige regels is zijn automatische stamboombouwer zowel controleerbaar voor en bruikbaar door derden, als dat hij kan worden losgelaten op andere Nederlandse tekst-families. Wat Salemans betreft, is het computerprogramma zelfs toepasbaar op de diverse bijbelvertalingen die er bestaan. Dan wordt ook duidelijk wat daaraan in de loop der tijden is gesleuteld.

Meer over