doe mij er ook zo een

Kunnen we ooit dinosauriërs tot leven wekken zoals in Jurassic Park?

Wetenschapsredacteur George van Hal bespreekt begerenswaardige uitvindingen uit sciencefictionfilms en -series en zoekt uit of ze realiteit kunnen worden. Vandaag: uitgestorven dinosauriërs tot leven wekken.

George van Hal
Dinosaurus-dna oogsten in Jurassic Park.  Beeld x
Dinosaurus-dna oogsten in Jurassic Park.Beeld x

Wat?

Dinosauriërs maken uit achtergebleven dna.

Waar gezien?

In Jurassic Park oogst men dinosaurus-dna uit een miljoenen jaren oude mug gevangen in barnsteen. Daaruit klonen onderzoekers volwaardige varianten van de uitgestorven dieren.

Hoever zijn we?

Oké, ja: het plan om dinosauriërs tot leven te wekken in Jurassic Park loopt, eh, niet bepaald goed af. De tyrannosaurus rex ontsnapt en hapt een persoon of twee naar binnen, de velociraptors dwalen in groepen door het park en jagen op mensen, en er is zelfs een dinosaurus die een werknemer een grote klodder gif in het gezicht spuugt (en hem daarna oppeuzelt).

Maar, veiligheid en ethische bezwaren daargelaten: kan het? Auteur Michael Crichton liet zich bij het schrijven van Jurassic Park inspireren door een artikel dat hij in 1982 in vakblad Science las over een goed bewaarde vlieg in barnsteen.

En ook ruim tien jaar later, in 1993, toen de verfilming verscheen, was het scenario nog heel realistisch. In vakbladen beschreven onderzoekers destijds hoe ze dna van dieren als bijen, termieten en snuitkevers uit in barnsteen bewaarde fossielen wonnen. Bovendien zat het klonen in de lift. In 1997 zag schaap Dolly, ’s werelds eerste kloon van een volwassen zoogdier, het levenslicht. Of zoals regisseur Steven Spielberg het destijds zei tegen weekblad Newsweek: ‘Dat de premisse geloofwaardig is, is de reden dat deze film bestaat.’

Maar al snel volgden tegenvallers. Dna, bijvoorbeeld, bestaat uit basenparen, lettercombinaties die onze genetische informatie dragen. Een volwassen Tyrannosaurus Rex heeft er naar verwachting een paar miljard. Maar het oeroude dna dat mensen uit fossiele diertjes pulkten bevatte hooguit een paar honderd van dat soort basenparen - alsof je een Ikea-kast in elkaar moet zetten met één molecule uit de handleiding en een halve schroef.

Bovendien is het nog maar de vraag of men toen daadwerkelijk dna uit barnsteen heeft gehaald. Onderzoek met nieuwe meetapparatuur suggereerde later dat wetenschappers in de jaren negentig helemaal geen oeroud genetisch materiaal hadden gezien, maar verontreinigingen in hun meetapparatuur.

De definitieve nekslag voor het Jurassic Park-scenario kwam toen men ontdekte dat dna een houdbaarheidsdatum heeft: het breekt af onder invloed van bijvoorbeeld water en licht. Het oudste fossiele dna – afkomstig uit een mammoet – telt weliswaar een indrukwekkende miljoen jaar, maar dat is nog lang niet de 65 miljoen van een Tyrannosaurus Rex.

Is er dan helemaal geen hoop meer om ooit een levende dinosaurus te zien? Nou, paleontoloog Jack Horner, wetenschappelijk adviseur van de filmreeks, roept al jaren dat hij een kip, de verre nazaat van de dinosauriërs, wil ‘devolueren’ tot dino.

In 2015 volgde een van de belangrijkste doorbraken, toen een groep onderzoekers de snavelgenen van het dier uitzette, waarna een kippenembryo een meer dinosaurusachtige snuit ontwikkelde. Maar de ‘oude’ genen voor bijvoorbeeld een dinostaart lijken in een kip niet meer aanwezig, zo schreef Horner vorig jaar op Twitter.

Zelfs als het alsnog lukt, en Horner en collega’s van een kip een halve dinosaurus maken, inclusief staart, stoere bek en scherpe tanden, dan is het nog lang geen velociraptor. Kipsaurus Park wordt vermoedelijk nooit zo’n grote hit als zijn inspiratiebron.

Meer over