doe mij er ook zo een

Kunnen we generaties lang leven in één ruimteschip?

Wetenschapsredacteur George van Hal bespreekt begerenswaardige uitvindingen uit sciencefictionfilms en -series en zoekt uit of ze realiteit kunnen worden. Vandaag: generatieschepen als vervoersmiddel naar verre kosmische bestemmingen.

null Beeld

Wat?

Een ruimteschip waarop generaties mensen achter elkaar kunnen wonen en leven.

Waar gezien?

In animatiefilm Wall-E verlaat de mensheid een stevig vervuilde aarde op ruimteschepen die alles voor hen regelen. Wanneer de film begint, dobberen ze op die manier al zeven eeuwen door de kosmos.

Hoe dichtbij zijn we?

Het heelal is duizelingwekkend groot. Stuur onze snelste sonde naar buurster Proxima Centauri en hij is er pas over tienduizenden jaren. Vandaar dus dat verhalenvertellers zich in bochten wringen om kosmisch reizen behapbaar te maken. Van wormgaten tot de warpdrives uit Star Trek, alles wordt uit de kast getrokken om sneller op de plek van bestemming te zijn.

Kunnen we zonder die foefjes ook naar de sterren? Het antwoord is simpel: ja. Maar dan moet je héél lang vliegen. Bijvoorbeeld op een generatieschip, een ruimteschip waarop alleen de eerste (bij vertrek) en laatste generatie mensen (bij aankomst) ooit iets anders zullen zien dan het binnenste van het schip of de verre sterren uit de raampjes. Op papier is zo’n schip een stuk simpeler dan een exotische Star Trek-motor, maar de praktische hoofdbrekens zijn talrijk.

Zo moet je allereerst iets bouwen dat (tien)duizenden jaren – of langer – blijft werken. Natuurlijk bestaan er door mensen gebouwde structuren die het zo lang volhouden – de piramides in Egypte tikken ondertussen de 4.500 jaar aan – maar die bewegen niet op hoge snelheid door het bijna-vacuüm van de kosmos.

Bovendien moet je een intern ecosysteem bouwen dat iedereen eeuwenlang van voedsel voorziet, het schip laten draaien om z’n as zodat je kunstmatige zwaartekracht krijgt, de bemanning beschermen tegen hoogenergetische straling in de interstellaire ruimte, een voorstuwingsmethode bedenken die het voldoende lang volhoudt, zorgen dat je al je materialen zo efficiënt mogelijk recyclet én er zeker van zijn dat de menselijke geest kan omgaan met de uitzichtloosheid van een levenslang bestaan tussen de sterren.

Maar stel nu eens dat dat allemaal lukt: hoeveel mensen moet je dan eigenlijk meenemen? Antropoloog John Moore becijferde in 2003 in een boek eens dat je op een relatief korte reis van 200 jaar dan moet vertrekken met zo’n 160 mensen. Je wilt immers voldoende kennis en expertise aan boord hebben, voldoende genetische variatie om de populatie gezond te houden en bovendien wil je achtervang hebben voor wanneer iemand plots overlijdt.

Latere schattingen komen flink hoger uit. Toen antropoloog Cameron Smith in 2015 bijvoorbeeld ook meewoog dat er kans is op ziekte-uitbraken of grootschalige ongelukken, kwam hij in vakblad Acta Astronautica al tot een totaal van 14- tot 44 duizend mensen. Toch luidt de conclusie steeds weer: reizen zoals dit kunnen op papier. Zeker als je ook nog eens wat bevroren sperma en eitjes meeneemt om de gevolgen van inteelt in te perken, zo becijferde astronoom Frédéric Marin in 2017.

Toch is er zelfs dan nog het volgende scenario. Stel nu dat iemand op aarde gedurende de duizenden jaren reistijd alsnog zo’n kloeke Star Trek-motor ontwikkelt. Dan word je onderweg misschien ingehaald en beland je na generaties zwoegen op een allang door mensen bewoonde locatie. Weg primeur! Maar misschien is dat na generaties kosmische eenzaamheid zo’n straf nog niet.

Meer over