Koordans essentieel in Griekse tragedie

DE GROTE belangstelling voor het antieke erfgoed blijkt niet alleen uit de bloei van de zelfstandige gymnasia en de vloedgolf van vertalingen van klassieke auteurs, maar ook uit het aantal tragedie-opvoeringen....

De toeschouwer die zich wat meer wil oriënteren over het ontstaan en de opvoeringspraktijk van de Griekse tragedie, was tot nu toe vooral aangewezen op verspreide gegevens, onder meer te vinden in de inleidingen op vertalingen of in de programma's. Van de hand van Maria A. van Erp Taalman Kip, die als specialiste talrijke publicaties over dit onderwerp op haar naam heeft staan, is nu Bokkenzang - Over Griekse tragedies verschenen, dat in beknopte vorm veel informatie geeft.

Daarvoor heeft de schrijfster een selectie moeten maken uit de wel zeer omvangrijke literatuur over dit onderwerp. Het gelukkige resultaat is dat iedereen, leek en ingewijde, in kort bestek een uitstekende kijk krijgt op allerlei facetten van dit boeiende onderwerp. Aan de orde komen de auteurs, acteurs, het theater, het koor en het publiek van destijds. Een belangrijk begrip als dramatische ironie komt ter sprake, en het verschil tussen personificatie, type en individu wordt uiteengezet, evenals het onderscheid tussen story, plot en stof.

Een korte beschouwing is gewijd aan de befaamde drie klassieke eenheden, die van tijd, plaats en handeling. Jammer genoeg wordt niet duidelijk gemaakt wat onder de laatste, de eenheid van handeling, moet worden verstaan.

De auteur stelt vaak genoeg vast dat er veel raadselachtig is en blijft. Zelfs de naam tragedie, letterlijk vertaald 'bokkenlied', kan niet worden verklaard. Wijst dit woord op het feit dat de oorspronkelijke spelers optraden als satyrs in bokkenvel? Bestond de prijs voor het beste stuk uit een bok? Of werd aanvankelijk rond een altaar gedanst waarop een bok stond?

Daarbij komt dat het woord 'tragisch', sinds Goethe een equivalent voor 'onoplosbaar' of 'onverzoenlijk', zeker niet van toepassing is op alle Griekse tragedies, zoals aan de hand van enkele voorbeelden wordt verklaard.

Het is interessant na te gaan hoe groot de verschillen waren tussen de opvoeringen in het Athene van de vierde eeuw voor Christus en die van nu. Dat komt vooral tot uiting in het optreden van het koor. Sinds Sophokles bestond dit uit vijftien leden, die volgens strenge regels - in de formatie 5 x 3 - op het toneel kwamen, steeds met het publiek aan de linkerzijde. Zij droegen maskers en hadden opvallende kleren aan, die pasten bij de aard van het toneelstuk.

Het koor werd voorafgegaan door een ongemaskerde hobospeler. Over de muzikale begeleiding is nauwelijks iets bekend. We weten dat de muziek voor de koorliederen en de gezangen van de acteurs door de tragedieschrijvers zelf werd gecomponeerd en dat de kwaliteit ervan een factor was bij het toekennen van de prijzen. Er zijn helaas slechts een paar korte fragmenten van de tragediemuziek bewaard gebleven. Behalve de dubbele hobo of aulos schijnt ook de kithara, citer of lier, te zijn bespeeld, soloinstrumenten dus.

Bij de reconstructies, zoals die door het Atrium Musicae de Madrid in 1979 op de plaat zijn gezet, is daarom ten onrechte een orkestje, met 'antiek-Grieks' slagwerk, voor deze muziek geformeerd. Omdat de teksten van de koorliederen, die in een kunsttaal waren gesteld, vaak ingewikkeld zijn en op het eerste gehoor moeilijk te begrijpen, kunnen we alleen maar gissen of ze, samen met de muzikale voordracht, voor het publiek wel goed verstaanbaar waren.

Niet alleen in de liederen kwamen de emoties tot uiting, ook de dans van het koor was een belangrijk element. Het is te betreuren dat de schrijfster niet nader is ingegaan op dit wezenlijke aspect van de antieke tragedie. De plaats waar het koor optrad, de orchestra (het woord orkest is daarvan afgeleid), suggereert dit belang al: orchestra betekent dansplaats.

Aischylos en zijn oudere tijdgenoot Phrynichos zouden veel dansen en dansbewegingen hebben geïntroduceerd en Sophokles, die als jongeman zelf in tragedies optrad, zou een volleerd danser zijn geweest. In zijn eigen drama Nausikaä heeft hij een volmaakte uitvoering gegeven, waarbij hij virtuoos met de bal speelde. Mogelijk heeft deze tragicus ook zelf de choreografie van zijn tragedies verzorgd.

De overlevering vermeldt dat de dans vooral met ritmische bewegingen van de handen, en in mindere mate met die van de voeten en het hoofd, werd uitgevoerd. Zoals Plato en Aristoteles laten weten, kenmerkte de dans zich door zijn mimische karakter. Dit zou kunnen verwijzen naar de rol die de dans van het koor had: nabootsing van de handeling. Volgens enkele, niet erg heldere aanwijzingen van antieke commentatoren hebben de koorleden met hun gebaren zelfs de monologen en dialogen van de hoofdrolspelers aanschouwelijk gemaakt.

In Bokkenzang is veel ruimte besteed aan een beschouwing over Koning Oidipous, het stuk dat sinds Aristoteles als de ideale tragedie geldt. Gezien de frequentie van de opvoeringen van dit stuk in Nederland is dit een terechte keuze van de schrijfster en haar opstel kenmerkt zich door een grote helderheid, een soms verfrissende nuchterheid en een liefde voor het onderwerp. Zij toont stap voor stap aan waarom dit drama zo volmaakt is.

Een handig overzicht van de inhoud van de 31 klassieke tragedies, plus één onechte en één klucht of satyrspel, biedt de schouwburgbezoeker gelegenheid zich te oriënteren over wat hem te wachten staat. Geen overbodige luxe, want de plots kunnen knap ingewikkeld zijn.

Aan het slot staat een korte beschouwing over de metriek, het grote struikelblok voor de vertalers, die zich geconfronteerd zien met de onmogelijke opgave voor de Griekse maatsoort een Nederlands equivalent te vinden. Tot op heden is geen bevredigende oplossing voor dit probleem gevonden. Boutens liet de koorzangen rijmen, anderen deden een vergeefse poging het antieke metrum te imiteren, weer anderen zochten het in het meer verheven taalgebruik of in een opvallende typografie. Van Erp Taalman Kip biedt begrijpelijk geen oplossing en signaleert alleen de verschillende maatsoorten.

Hein van Dolen

A. Maria van Erp Taalman Kip: Bokkenzang - Over Griekse tragedies.

Athenaeum - Polak & Van Gennep; 156 pagina's; ¿ 29,20.

ISBN 90 253 1122 9.

Meer over