Kleine ijsdwergen zijn zeldzamer dan gedacht

De Kuipergordel, buiten de baan van de planeet Neptunus, bevat minder kleine objecten dan tot nu toe werd gedacht. Dat concluderen sterrenkundige...

De Kuipergordel, buiten de baan van de planeet Neptunus, bevat minder kleine objecten dan tot nu toe werd gedacht. Dat concluderen sterrenkundigen op basis van de eerste twee jaar aan waarnemingsgegevens van de TAOS-survey (Taiwanese-American Occultation Survey). De Kuipergordel bevat ijsdwergen in alle soorten en maten: hele grote, zoals de dwergplaneten Pluto, Eris, Makemake en Haumea, die afmetingen hebben van tweeduizend kilometer of meer, en veel kleinere, die hooguit een paar honderd kilometer in middellijn meten. Nóg kleinere ijsdwergen in de Kuipergordel kunnen vanaf de aarde niet direct worden waargenomen, maar algemeen werd verwacht dat ze enorm veel talrijker zijn dan hun grotere soortgenoten. In dat geval moeten er met gepaste regelmaat kleine ijsdwergen voor ver verwijderde sterren langs bewegen, waardoor er korte bedekkingen optreden. Met de geautomatiseerde telescopen van TAOS is de afgelopen twee jaar naar dat soort kortstondige sterbedekkingen gezocht. In totaal is er tweehonderd uur aan waarnemingsmateriaal verzameld, maar op 1 oktober schrijft het TAOS-team in Atrophysical Journal Letters dat er geen bedekkingen zijn waargenomen. Dat doet vermoeden dat het aantal kleine ijsdwergen, met afmetingen tussen ca. 3 en 30 kilometer, veel kleiner is dan gedacht, mogelijk doordat veel kleine objecten in de begindagen van het zonnestelsel toch al zijn samengevoegd tot grotere hemellichamen. Hoewel de TAOS-resultaten dus eigenlijk negatief zijn, leiden ze toch tot een beter inzicht in de vroege evolutie van het zonnestelsel.

Meer over