Kenniscafécolumn Jelle Reumer: kaarten zijn dromen

Het motto van het Kenniscafé van december luidt: Elke landkaart dwingt de wereld in het gareel.

Dat is nogal wat, die pretentie dat de werkelijkheid zich zou schikken naar wat een cartograaf aan het papier toevertrouwt. Ik denk dat eerder het omgekeerde het geval is, en dat het motto zou moeten luiden: Elke landkaart neemt een loopje met de wereld.

Want wat is een kaart? Een kaart is een door iemand gemaakte samengebalde weergave van iets dat niet in de binnenzak past. Het is een grafisch vormgegeven schema dat er toe dient om zicht te krijgen op dingen die het blikveld te buiten gaan. Een kaart is daarmee een metafoor van de werkelijkheid. In die zin vallen niet alleen de wegenkaarten van de ANWB of Michelin onder het begrip kaart, of de Bosatlas, maar bijvoorbeeld ook:

- een bouwtekening van een gebouw dat er nog niet is maar wel gebouwd gaat worden wanneer de vergunningen er eindelijk zijn;

- een A4tje met een stroomschema van de implementatie van een nieuw computersysteem op de afdeling waar u werkt;

- een porseleinen phrenologisch mensenhoofd waarop aangegeven de functies van de verschillende hersendelen die natuurlijk niet in werkelijkheid in die stenen hersenpan zitten;

- een tekening van een varken waarop zijn aangeduid waar de karbonaden, de spare-ribs, het buikspek, de haas en de procureurlapjes vandaan komen (er bestaan hiervan ook versies in papier-mâché en keramiek);

- en niet te vergeten uw TomTom, waarmee ik weer terug ben bij de geografische betekenis van het begrip kaart, om te vermijden dat we ons verliezen in de smakelijke anatomie van het consumptievee.

Alle vormen van kaarten zijn door mensen gemaakt, door cartografen of ontdekkingsreizigers, luchtfotografen of militaire verkenners, en geaccordeerd door ambtenaren of politici. Kaarten zijn daarom behalve een weergave van de wereld ook een weerspiegeling van de belangen en de grillen van de makers, dat is vanavond ook wel gebleken.

Dat is de ene kant van het verhaal, maar hoe zit het dan met de gebruiker, de consument van de kaart? Gaat die ook over de rooie wanneer F.Y.R.O.M. als Macedonië wordt aangeduid? Of wanneer niet Jeruzalem maar Amersfoort plotseling opdoemt als geografisch middelpunt van onze wereld? Of wanneer primaire, secundaire en tertiaire wegen niet worden aangeduid met respectievelijk rode, gele en witte strepen maar met andere kleuren? Zonder twijfel zijn dit onderwerpen waar cartografen congresssen over organiseren, of toch minstens van kunnen wakkerliggen. Nee, de kaartconsument heeft heel andere dingen op het oog. De normale gebruiker heeft een kaart nodig om niet te verdwalen, zo simpel is dat. Of om op te zoeken hoe de hoofdstad van Macedonië heet, of welke rivier in Frankrijk van vijf letters beginnend met een S in het kruiswoordpuzzeltje past. Dat is allemaal erg nuttig natuurlijk, maar raakt het wezen van de kaart nog niet.

De essentie van een goede kaart zit niet in de schematische weergave van de werkelijkheid, maar in de geest van de gebruiker. De ware cartofiel opent een atlas of ontvouwt een kaart en droomt weg. Bij een plattegrond van Parijs herinnert hij zich het boekenstalletje aan de Quai d’Orsay waar hij de prent kocht die nu boven zijn werktafel hangt. Op een kaart van Normandië of de Provence (de IGN-kaarten van 1:25.000 zijn daarvoor het meest geschikt) ziet hij het kruispunt waar de gendarme hem aanhield en bekeurde, hij herkent het dorpje waar hij dronken werd, de baai waar het hotel over uitkeek, het strand waar hij de liefde bedreef, het vliegveld waar hij voorgoed afscheid nam.

Een kaart is zoiets als de voorraadkast van de GVR, de Grote Vriendelijke Reus van Roald Dahl, die dromen vangt met een groot net en ze in glazen potten bewaart, om ze later met een grote blaaspijp bij slapende kinderen in het brein te blazen. Ik weet dat de cartografen het zo niet bedoelen; zij tekenen hun kaarten met rode, gele en witte weggetjes, met zwarte dorpsstipjes, grijze industrieterreinen, blauwe kanalen en oranje of bruine steden; met wegnummers en hoogtecijfers, met afstanden en allerhande ander nuttigs - en zijn daarmee tevreden. Maar onder al die informatie, onder die kakafonie aan kleurtjes en symbolen, ergens in het lichtgekreukte en op de vouwen ingescheurde papier zitten de herinneringen en de dromen. Het enige wat u hoeft te doen is gaan zitten, de kaart uitvouwen, de leesbril opzetten, de buitenwereld buitensluiten en de geest openen voor de blaaspijp met gedachten.

Een goede kaart is een pot vol dromen.

Livestreams Kenniscafé in De Balie

Meer over