Kampioen van de zuivere kritiek

Hannah Arendt (1906-1975) was een dwarsdenker, een dissidente, in politiek en filosofie. Haar denkkracht was het enige dat ze tegenover het kwaad van de nazi's kon stellen....

Ze staat de laatste tijd volop in de belangstelling. Hannah Arendt.Duitse. Joodse. (Afvallige) zioniste. Vluchteling. Parisienne. Amerikaanse.Maar in de allereerste plaats filosofe, volgens velen een van dekrachtigste denkers uit de 20ste eeuw. Ingewijd in het filosofische denkenwerd ze door Martin Heidegger, die met zijn Sein und Zeit de grondslaglegde voor het existentialisme. De briljante, klassiek geschoolde studentekreeg ook een liefdesrelatie met haar eerste grote leermeester.Wat haar inhem het meest boeide, was de gedrevenheid waarmee hij poogde om zonderverdere omhaal of poespas tot de kern der dingen door te stoten.

Hoewel Arendt en Heidegger niet lang na haar studietijd scherp tegenoverelkaar kwamen te staan - hij als rector van de universiteit van Heidelbergonder het Hitler-regime, zij als politiek vluchtelinge in Parijs - is zijin haar streven naar kernachtigheid altijd één met hem gebleven. Andersdan bij vele Duitse filosofen - Hegel, Schopenhauer, Marx, Heidegger - ginghet er Hannah Arendt niet om een in zichzelf sluitend, volledig consistentfilosofisch stelsel op te bouwen. Ze putte haar inspiratie uit diversebronnen, van Socrates via Lessing tot haar beroemde mede-KönigsbergerImmanuel Kant. Haar scherpste wapen was te allen tijde haar vermogen totkritische analyse. Met een variatie op Kants Kritiek van de zuivere rede zou Arendt getypeerd kunnen worden als kampioen van de 'zuivere kritiek'.Ze schrok er geenszins voor terug om een polemische toon aan te slaan,hetgeen haar bij haar leven de nodige vijanden heeft opgeleverd. Maar haarkritiek was nooit uit de lucht gegrepen, ongefundeerd. Integendeel, zecultiveerde de kunst van het argumenteren als geen ander.

Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom Hannah Arendt ook vandaag enook buiten de kring van vakgenoten grote zeggingskracht heeft. Het feit datze geen hermetisch systeem heeft voortgebracht, maar veeleer een aantalgedachtelijnen heeft ontwikkeld, waarop ze telkens associatiefvoortborduurt, is daar zeker een van. Wat ongetwijfeld ook aanspreekt isdat ze geen abstracte denkster is - terreinen als ontologie en kentheorievermochten haar maar matig te boeien -, maar zich bij voorkeur beweegt ophet gebied van de ethiek en de politiek, meestal in onderling verband.

Anders dan Marx, in wiens ogen de geschiedenis en de maatschappelijkeontwikkeling werden bepaald door economische processen, legt Arendt hetprimaat duidelijk bij de politiek. Haar ideaal is de democratie zoals dievorm heeft gekregen in de kleine Griekse stadstaten uit de oudheid, eendemocratie met actieve participatie van de burgers, rustend op hetfundament van de pluriformiteit, een veelheid aan meningen, waaruit doorhet botsen van argumenten iets productiefs kan voortkomen. Ze werpt zichop als hoedster van het publieke domein waar deze meningenstrijdonbelemmerd moet kunnen plaatsvinden. Wat in dit verband ook actueelaandoet is haar kritiek op politieke partijen, die volgens haar alleenzichzelf plegen te vertegenwoordigen.

Andere noties van Arendt die uitgesproken modern overkomen, zijn haaropvatting dat de klassieke natiestaat zichzelf heeft overleefd en haar zorgom het behoud van een minimum aan privacy. Midden jaren veertig van devorige eeuw ijverde Arendt, geïnspireerd door de staatsvorm in haar tweedevaderland, Amerika, al voor federaties in Europa en het Midden-Oosten.

Wat voor veel bewonderaars het meest dierbaar is aan Arendt is haarongelooflijke dwarsheid. Nooit nam ze iets als vanzelfsprekend aan, nooitvoegde ze zich bij het grijze midden, de grootste gemene deler. Iedereschijnbare vanzelfsprekendheid werd door haar bevraagd en dikwijlsontmaskerd als een wankel, tijdgebonden bouwsel. Ze is letterlijk eendwarsdenker, een dissidente, in politiek en filosofie.

Zelf zou ze dat anders hebben benoemd, niet dissidente, maar 'bewusteparia'. Deze term duikt voor het eerst op in Arendts biografie van RahelVarnhagen, die in het 18de-eeuwse Pruisen een salon had die werdgefrequenteerd door intellectuelen, kunstenaars en rijke burgers. Om zo'nglamourrol te kunnen vervullen moest Rahel Varnhagen veel van zichzelfverloochenen, het - joodse - geloof van haar vaderen in de eerste plaats.

Zodoende werd zij, in Arendts woorden, een parvenu, iemand die zichaanpast aan de heersende opvattingen en gewoontes, in de hoop op socialestijging. Op haar sterfbed concludeerde Varnhagen dat de prijs die ze hadbetaald voor een beetje wereldlijk succes, veel te hoog was geweest. Zewerd alsnog een 'bewuste paria', dat wil zeggen: een buitenstaander, nietbevreesd voor minachting, die zich daarom de luxe van een kritische, zelfsopstandige houding kan permitteren.

Wie zich een goed beeld wil vormen van Arendts ontwikkeling als mens enfilosoof, kan terecht bij haar nu eindelijk in het Nederlands verschenenbiografie van Elisabeth Young-Bruehl - in 1982 in de VS uitgekomen. Hetportret dat Young-Bruehl van Arendt schetst, zit vol saillante details, isleesbaar en toegankelijk en laat zowel Hannah, het meisje, de vrouw, alsde denkster tot haar recht komen. Zo is het interessant om te vernemenhoeveel invloed haar tweede man, Heinrich Blücher, die zij in haar Parijseballingschap leerde kennen, op haar gehad heeft. Blücher was eenvoormalige communist, die in 1918 nog had deelgenomen aan deSpartacus-opstand in Berlijn. Arendts grote belangstelling en sympathievoor experimenten met arbeidersraden, als vóórstadium van de door haargedroomde 'Atheense democratie' valt rechtstreeks op de invloed vanBlücher terug te voeren.

Geboeid was Arendt bijvoorbeeld door de arbeidersraden die tijdens dekortstondige, in 1956 door de Sovjet-Unie neergeslagen Hongaarse opstandleken te onstaan. Maar ook de kibboetsen in Israël, waar men ingemeenschap van goederen woonde en werkte, hadden haar warmebelangstelling. Arendts verhouding tot jodendom en zionisme is exemplarischvoor haar positie als 'bewuste paria'. Zij groeide op in een niet al tegelovig joods gezin, waar wel waarde werd gehecht aan kennis van de joodsetradties. Zij was bekend met de joodse feestdagen, hun achtergrond engeschiedenis.

Waarschijnlijk is er een korte periode geweest waarin ze geprobeerdheeft zich van deze ballast los te maken. Dat was de tijd van haarverhouding met Heidegger en van de dissertatie die ze schreef over hetbegrip liefde bij kerkvader Augustinus. Het opkomende nationaal-socialismeliet haar echter weinig ruimte om op een onthechte manier na te denken overde merites van geloof en traditie. Tegenover het aanstormende antisemitismemoest Arendt positie kiezen. Ze werd zioniste, omdat ze van mening was, datje 'als je als jood wordt aangevallen, je je ook als jood moet verdedigen'.

Deze keuze betekende echter niet dat ze haar vermogen tot en behoefteaan kritiek had ingeleverd. In de jaren veertig en vijftig van de afgelopeneeuw schreef ze een reeks artikelen waarin ze zich binnen het zionisme alsdissidente opstelde. Ze vroeg zich af of een joodse staat in een Arabischewereld die zo'n staat niet accepteerde, levensvatbaar zou kunnen zijn. Enzelfs als het zou lukken om in zo'n vijandige omgeving te overleven, dannog vreesde zij voor een situatie waarin Israël 'zozeer in beslag genomen(is) door fysieke zelfverdediging dat alle ander belangen en activiteitenerin zouden verdrinken'. Dit vrij profetische vertoog, in het Nederlandsvertaald en van een verhelderend voorwoord voorzien door Hella Rottenberg,maakte Hannah Arendt in Amerikaans-joodse kring tot een omstreden figuur.

Dat was echter allemaal nog kinderspel vergeleken met deverontwaardiging die in joodse kring werd opgeroepen door de artikelen dieArendt voor de New Yorker schreef over het proces tegen Adolf Eichmann inJeruzalem. Twee dingen vooral wekten de woede van de critici. Dat zijEichmann, de voornaamste uitvoerder van Hitlers bevel om de joden in Europafysiek uit te roeien, beschreef als 'stinknormal', een al te braveamtenaar, in plaats van als een monster. En dat ze aandacht vroeg voor dedestructieve rol die in diverse bezette Europese landen was gespeeld doorJoodse Raden die op bevel van de nazi's aan de deportaties haddenmeegewekt. De gemoederen liepen zo hoog op, dat zelfs oude vrienden hetcontact met Arendt verbraken.

Hoe begrijpelijk het ook is dat minder dan twintig jaar na de Endlösungde emotie regeerde en de angst voor bagatellisering van de ongekendemassamoord overheerste, Hannah Arendts boek over Eichmann wordt daarmeegeen recht gedaan. De 'bewuste paria' die zij is, vraagt zich terecht afhoe iemand die uit zichzelf wellicht helemaal niet zo moordzuchtig is, tochtot zulke gruwelijke daden kan worden gedreven. En met de veelbesprokenterm 'banaliteit van het kwaad' bedoelt zij niet dat het allemaal bestmeevalt, maar dat onder bepaalde omstandigheden ook een 'stinknormal',tamelijk braaf persoon tot verschrikkelijke mega-misdaden kan komen.

Het kwaad fascineerde Hannah Arendt. Geen wonder, gezien haar eigenlevensgeschiedenis; als zij het land waarvan zij de cultuur had ingezogen,niet was ontvlucht - eerst naar Frankrijk en na het begin van dewereldoorlog naar Amerika - dan was zij simpelweg vermoord. Zoiets geeftte denken. In haar boek over het totalitarisme poneert Arendt het begripvan het 'radicale kwaad'. Dat is eigen aan totalitaire systemen - nazisme,stalinisme - die bepaalde groepen mensen niet meer zien als burgers, ofzelfs als tegenstanders, maar als 'overbodig' en dus voorbestemd totuitroeiing.

De 'banaliteit van het kwaad', door Arendt geformuleerd in Eichmann inJeruzalem, verschilt slechts gradueel met dit 'radicale kwaad'. Het gaatvooral om een verschil in optiek. In haar studie over het totalitarismeheeft Arendt de werking van het systeem in het vizier. Bij hetproces-Eichmann kijkt ze naar een individu. Ze probeert trouwens wel ditindividu met het systeem te verbinden, namelijk via een totaal veranderdeideologisch-morele bovenbouw. 'Zo wilde het nieuwe' recht van Hitler,dat iedereen van zijn geweten te horen zou krijgen: gij zult doden'.'Ook memoreert ze de 'meedogenloze hardheid' die in SS-kring als - lastigte bereiken - ideaal werd gezien.

Tegenover 'het kwaad', banaal of radicaal, wist Hannah Arendt zichbehoorlijk machteloos. Ze kon er niets anders dan haar denkkracht tegenoverstellen. Denken, argumenteren, analyseren en kritiseren, dat was haarleven, haar behoud. En voor ons blijft dat meer dan de moeite waard.

Meer over