Kamer vraagt brieven over Bijlmer-ziekten op

De Tweede Kamer heeft alle brieven over Bijlmer-ziekten opgevraagd, die van december 1998 tot april 1999 zijn gewisseld tussen het Academisch Medisch Centrum, de Inspectie voor de Gezondheidszorg en het ministerie van Volksgezondheid....

De reden is dat D66-minister Borst van Volksgezondheid woensdagmiddag tijdens het debat over de enquête Vliegramp Bijlmermeer hoogstpersoonlijk de wandelgangen betrad om haar partijgenoot Van Walsem een brief te overhandigen. De enquête heeft Borst in het nauw gedreven, en zij meende dat de brief in haar voordeel sprak.

Het voorval bepaalde donderdag de toon op de laatste dag van het debat tussen Kamer en enquêtecommissie. De Kamer rondde de bespreking af door uit te spreken dat zij voldoende voorbereid is om volgende week de discussie aan te gaan met het kabinet.

Het optreden van Borst als 'postbode' had verontwaardiging gewekt. PvdA-Kamerlid Van Gijzel zei dat hij 'een beetje een vervelend gevoel kreeg bij deze selectieve postbezorging'. De Kamer reageerde zo geprikkeld omdat de afhandeling van de Bijlmerramp sinds 1992 wordt gekenmerkt door gebrekkige communicatie tussen regering en Kamer.

De enquêtecommissie turfde in haar rapport negentien gevallen van 'onduidelijke, onvolledige, ontijdige en onjuiste informatie'. Niettemin ging Borst afgelopen week andermaal in de fout.

De briefwisseling die de Tweede Kamer nu heeft opgevraagd, moet duidelijk maken hoe Borst de laatste maanden is omgesprongen met informatie van het AMC over auto-immuunziekten in de Bijlmer. Op 5 oktober 1998, toen de eerste twee patiënten waren opgespoord, beloofde zij de Tweede Kamer in een vertrouwelijke brief de vinger aan de pols te houden. Ze had haar inspectie opdracht gegeven dit expliciet in de gaten te houden.

De Kamer vernam vervolgens lange tijd niets van haar. Wel kondigde de minister op 19 januari publiekelijk aan dat alle Bijlmer-slachtoffers een lichamelijk onderzoek konden krijgen. Maar wat zij precies wilde, vertelde zij de Kamer niet, ook niet desgevraagd.

Op 22 februari belde de enquêtecommissie met het ministerie om te vragen wat er van de belofte van 5 oktober terecht was gekomen. Drie dagen later ging de inspectie spoorslags aan het werk.

Plaatsvervangend hoofdinspecteur Plokker belde met het AMC, bracht precies in kaart hoeveel patiënten (mogelijk) een auto-immuunziekte hadden en gaf dat direct door aan minister Borst. Nog dezelfde dag bracht zij de enquêtecommissie ervan op de hoogte dat er twee nieuwe gevallen bekend waren geworden. Het leek voortvarend, maar het was ontijdig. Het AMC had deze informatie al een maand eerder aan de inspectie doorgebeld.

Bovendien was de informatie onvolledig. Op 18 december kreeg de inspectie een concept-rapport van het AMC, waarin zestien mogelijke gevallen van auto-immuunziekten werden gemeld. Borst zweeg in alle talen. Op 18 januari werd het rapport vrijgegeven. Borst kondigde toen het lichamelijk onderzoek aan, maar liet de Tweede Kamer niets weten.

Elf dagen later vertelde AMC-onderzoeker IJzermans in een interview in Medisch Contact dat 'het AMC wel een actievere opstelling van de inspectie had gewild'. Hij zei aanwijzingen te hebben dat het niet bij twee gevallen van auto-immuunziekten bleef. Borst besprak dat interview uitgebreid met de inspectie, maar vergat opnieuw haar belofte aan de Kamer gestand te doen.

Het is niet alleen de schuld van de inspectie dat de Kamer verstoken bleef van informatie. Borst verklaarde twee weken geleden: 'De inspectie heeft tijdig de meldingen van het AMC overgebracht, in alle gevallen de dag van binnenkomst.'

Borst krijgt volgende week de kans zich te verdedigen. Gisteren verweerde ze zich al tegen de kritiek dat ze brieven had gebracht aan haar partijgenoot. Ze zei dat ze uit ergernis handelde. Ze verweet de commissie essentiële correspondentie achter te houden. Ook zei ze dat ze niet piekert over aftreden. 'Ik heb wel voor hetere vuren gestaan. Ik wil tot 2002 minister blijven.'

Commissievoorzitter Meijer maakte zich gisteren zeer kwaad over de manier waarop D66-Kamerlid Van Walsem zijn partijgenoot te hulp was geschoten, door het werk van de enquêtecommissie af te kraken. 'Staat de D66-fractie nog achter de enquête-opdracht om de waarheid te vinden? Van Walsem wil de waarheid kennelijk niet horen', zei Meijer.

Meer over