COLUMNJasper van Kuijk

Juist in de vrijheid van innovatielabs zit een valkuil. Die kan namelijk ook doorschieten naar losgezongen

null Beeld

Alle docenten zitten klaar voor de presentatie van het ontwerp voor de volledig nieuwe inrichting van het schoolgebouw. Zoiets bedenk je niet in een achternamiddag tussen het voorbereiden van de lessen en de oudergesprekken door. Dus zijn er een ‘adviseur stimulerende leeromgevingen’, agile coach en interieurontwerper ingehuurd. Aangevuld met meester Jos. Wat gepresenteerd wordt is echter geen ontwerp voor een nieuwe inrichting, maar voor een heel nieuw schoolgebouw. Sterker nog: er blijkt een volledig nieuw leerconcept te zijn ontwikkeld, want het team kwam tot de conclusie dat de maatschappij een verkeerd beeld heeft van leren. Helaas kan de school er niks mee, want die heeft een nieuwe inrichting nodig. Daarop besluit het innovatieteam zijn eigen schoolstart-up te beginnen.

Dit is wat er ruwweg gebeurt als een bedrijf een innovatielab opricht. Men komt maar niet toe aan de broodnodig geachte incrementele dan wel radicale innovatiekantelingen en zet – met of zonder hulp van externe creative consultants – een vrijgemaakte, onafhankelijke club op, met als opdracht ‘gij zult innoveren’. Uiteraard voorzien van brainstormbeanbags en plafond-tot-vloerwhiteboards voor de onvermijdelijke post-its.

Innovatie gaat over iets anders doen dan wat je al doet en dus is het absoluut logisch om daar ruimte voor te creëren. Zodat een team tijd heeft om meer van een afstand naar dingen te kijken. Om te experimenteren zonder dat dat direct morgen resultaat op hoeft te leveren. En zonder de druk van verdienmodellen die prima passen op bestaande, volwassen producten, maar elk nieuw idee ogenblikkelijk de nek omdraaien.

Maar juist in de vrijheid van innovatielabs zit een valkuil. Die kan namelijk ook doorschieten naar losgezongen. Dan resulteert dat losstaan van de dagelijkse praktijk erin dat wat bedacht wordt weliswaar heel vernieuwend is, maar ook onhaalbaar. Of nutteloos. En dat zelfs goeie (vernieuwende én haalbare) concepten lastig hun weg vinden naar de rest van de organisatie. Mensen willen toch minder snel aan de slag met ideeën die niet van hen zijn, het not-invented-heresyndroom. Ook gevaarlijk: de mensen die dat nieuwe concept ‘alleen nog uit hoeven te werken’ snappen het veel minder goed dan degenen die het bedacht hebben.

En dan is er nog het risico dat voor zo’n innovatieclub innovatie een doel wordt in plaats van een middel. Het doel is verbetering en soms moet je daarvoor innoveren. Maar heel vaak ook niet. De frustratie daarover wordt nog erger als binnen een organisatie nog allerlei ‘eenvoudig’ op te lossen problemen zijn en je dan als niet-innoverend voetvolk demo’s van shared-blockchain-AI-ecosystemen te zien krijgt.

Meer dan in innovatielabs zie ik wat in het organiseren van innovatieprojecten met zowel hardcore-innovatietijgers als mensen uit ‘de lijn’ of de meer reguliere productontwikkeling. En die niet in het wilde weg innoveren maar rond een uitdaging of thema. Met als opdracht niet ‘innoveert!’, maar ‘verbetert! (en innoveert als dat nodig blijkt)’.

Jasper van Kuijk op Twitter: @jaspervankuijk

null Beeld Volkskrant Infographics/ Lisa Schweizer
Beeld Volkskrant Infographics/ Lisa Schweizer
Meer over