Jongeman met prille meisjesborsten

Het meest inspirerende verhaal in De nieuwe Optima komt van Pam Emmerik. Haar artikel over medische fotografie, Gijsje en de anderen geheten, getuigt van een persoonlijke manier van kijken, nodigt uit tot meedenken en is beter geschreven dan de meeste van de wat brave verhalen en niet echt levensvatbare poëzie...

Peter Swanborn

Emmerik schreef dit artikel oorspronkelijk voor een boek waarin een bijzondere collectie medische foto's uit het begin van deze eeuw is afgebeeld samen met recente foto's van de jonge kunstenaar Paul Kooiker. De oude foto's werden destijds met een strikt wetenschappelijk doel gemaakt, maar toch is volgens Emmerik 'de schoonheid van deze beelden onloochenbaar. Misschien schuilt het mooie ervan wel vooral in het feit dat die schoonheid niet gezocht werd, terloops is, bijna ongerept te noemen, een effect dat kunstenaars meestal pas na enorme inspanningen kunnen oproepen.'

Een man met een huid als een 'verkreukeld vuil overhemd', een vrouw 'liggend gefotografeerd als een doormidden gezaagde schone van Goya, een jongeman 'uiterst onschuldig, met prille meisjesborsten', zo weinig verhullend als de foto's zijn, zo rijk is de verbeelding van Emmerik. Wat ontbreekt binnen het korte bestek van haar artikel is een mogelijke verklaring voor de huidige interesse in documentaire fotografie.

Afgezien van de kwaliteit kan men zich ook afvragen wat een artikel over fotografie in een literair tijdschrift doet en waarom een tekst van een catalogus nog eens herdrukt moet worden. Het is misschien flauw, maar zo kan men zich ook afvragen waarom het hart van het tijdschrift gevuld moeten worden met een achttien pagina's tellend interview dat reeds op de radio is geweest, deze keer met Hella Haasse. (Omdat de interviewer toevallig redacteur van dit tijdschrift is?)

Een aantal van de betere bestanddelen van De nieuwe Optima lijkt er zodoende enigszins met de haren bijgesleept. Deze wat gemakzuchtige houding blijkt ook uit het feit dat De nieuwe Optima volgens het colofon net als de vroegere Optima vier keer per jaar moet verschijnen. Als dat zo is dan zou het nu verschenen derde nummer het vijfde nummer moeten zijn.

De snelheid van verschijnen mag dan gehalveerd zijn, het karakter van het blad is weinig veranderd. Nog altijd vindt de inhoud zijn kracht in de variatie, niet in de afzonderlijke delen: zes korte verhalen, nieuw werk van vijf dichters, twee essays, een interview, een polemiek en een journaal. Ook de vormgeving is weinig veranderd, even simpel als aangenaam.

De vorig jaar aangekondigde rubriek van Hugo Brandt Corstius over fouten in romans is helaas nog niet van start gegaan, wel volhardt de huidige directeur van het Institut Néerlandais en oud-redacteur van Optima Henk Pröpper in zijn dagboeken uit Parijs. Deze vaste rubriek wint het met gemak van de meer ronkende afdeling Grof Vuil geheten (waarin deze keer Emanuel Kummer Hugo Claus in bescherming neemt tegen een feministische literatuurtheorie) en ook van de rubriek voor vergeten schrijvers waarmee De nieuwe Optima steevast afsluit, Cul de sac.

Pröpper beschrijft in een simpele, maar meeslepende stijl zijn leven in de Franse hoofdstad, doet verslag van de boeken die hij onlangs heeft gelezen en verbaast zich over het feit dat Fransen meer in rugby dan in voetbal geïnteresseerd zijn: 'Als je op een late herfstmiddag over de Route Nationale rijdt in een of ander duister departement dan zie je vaak hoopjes mannen in het landschap staan. Ze duwen elkaars vlees weg, springen naar die onooglijke bal en zijn gelukkig.'

Meer over