Column

Je moet niet alles geloven over eten

Een hond moet je niet storen bij het eten. Zelfs als je zijn beste vriend bent en je probeert hem te aaien terwijl hij het bakje leegschrokt dat je net zelf voor hem hebt neergezet, dan nog zal hij grommen en moet je oppassen dat je geen knauw krijgt. Instinct, is dat. Mensen verschillen in veel opzichten van honden, maar als je ze bijvoorbeeld op een rustige woensdagmiddag lastigvalt met wat tips over eten, is hun reactie niet heel anders.

Leerlingen eten samen op een basisschool Spaarndammerhout in Amsterdam. Beeld anp
Leerlingen eten samen op een basisschool Spaarndammerhout in Amsterdam.Beeld anp

'Hè?! Wat nú weer!'

'Nóótjes? Moet ik nou opeens nóótjes gaan eten?'

'Núl glazen wijn? Flikker toch op zeg.'

Eten is voor mensen zo belangrijk en persoonlijk dat elke opmerking erover als een wrede aanval op het diepste wezen wordt opgevat. Zelden is een beter onderbouwd, voorzichtiger, verstandiger advies gepubliceerd dan het nieuwe rapport van de Gezondheidsraad, maar in veel oren klonk het blijkbaar alsof we tweemaal daags verplicht een ongeboren paardenhoofdje door de Brinta moeten prakken.

Voor een deel lag dat aan de timing. Het rapport verscheen een week na de grote ophef over vleeswaren, die volgens de Wereldgezondheidsorganisatie zwaar kankerverwekkend zouden zijn. Althans: dat maakten bepaalde media ervan. In werkelijkheid was er niet zo veel aan de hand, maar de honger naar clicks op nieuwssites en het wegbezuinigen van wetenschapsredacteuren bij de NOS leidden tot een korte doch hevige worstenpaniek.

De enige conclusie die een gewone consument kon trekken toen de storm weer lag, is dat je niet alles moet geloven wat er in het nieuws komt over voedsel. Als dat überhaupt al mogelijk was trouwens, want de berichten spreken elkaar vaak tegen. De ene goeroe zweert bij spelt en havermout, de andere ziet alle graan juist als bedreiging. Vandaag helpt chocolade tegen kanker, morgen is elke vorm van suiker dodelijk vergif uit de diepste krochten van de hel.

De Gezondheidsraad doet niet mee aan al die hypes, maar baseert zich uitsluitend op echte, wetenschappelijke onderzoeken. Wanneer resultaten onduidelijk of tegenstrijdig zijn, worden ze tegen elkaar afgewogen of niet gebruikt in het advies. Het rapport biedt dus een prachtig houvast voor iedereen die duidelijkheid wil, maar ironisch genoeg is het juist vanwege al die tegenstrijdige eetclaims dat niemand meer bereid is om ernaar te luisteren.

Wat je ook niet moet uitvlakken, is de instinctieve neiging tot recalcitrantie die veel mensen op dit gebied hebben. Volwassen kerels die trots twitteren dat ze tóch gewoon een glas bier of sinaasappelsap hebben gedronken, en dat niets ze ooit van het vlees af zal brengen. Alsof iemand ze iets probeerde te verbieden. Niet alleen beschouwen zij de wetenschap blijkbaar als een streng baasje met belachelijke regels, ze geloven ook nog dat ze haar kunnen wegjagen door flink te blaffen.

Meer over