Jaarlijks 15 miljard voor de jungle

Een van de gemakkelijkste manieren om klimaatverandering tegen te gaan, is bomen te laten staan. Voorkom ontbossing en compenseer de landen die daaraan meewerken....

Op de huidige VN-klimaatconferentie in het Poolse Poznan, die tot 12 december duurt, is het tegengaan van ontbossing een van de thema’s, in het jargon aangeduid met REDD, reducing emmissions from deforestation and degradation. Deze nieuwe klimaatmaatregel wordt waarschijnlijk onderdeel van het nieuwe Klimaatverdrag dat volgend jaar in Kopenhagen wordt gesloten.

Waarom REDD?

17 tot 18 procent van de mondiale CO2-uitstoot wordt veroorzaakt door ontbossing. In Indonesië, een land met veel regenwoud, brengt ontbossing zelfs 80 procent van de kooldioxide-uitstoot teweeg. Bomen halen voor hun groei kooldioxide uit de lucht, ze ontleden dit broeikasgas en slaan het koolstofdeel in het hout op. Bossen zijn koolstofmagazijnen. Worden de bomen gekapt, dan is die milieuwinst weg. De bosrijke landen die geen bomen kappen, lopen daardoor inkomsten mis: geen houtopbrengst, geen veeteelt, geen land- en mijnbouw. Daar moet compensatie tegenover staan.

Wie zijn de initiatiefnemers van REDD?

Papoea-Nieuw-Guinea en Costa Rica hebben de aanzet voor dit voorstel gegeven op de vorige klimaattop in Bali in december 2007. Nog zo’n veertien andere landen, waaronder Indonesië, Brazilië, Maleisië, Kameroen, Colombia, Democratische Republiek Congo en Congo Republiek, hebben zich aangesloten bij de Coalitie van Regenwoudlanden. Nieuw is dat ontwikkelingslanden het initiatief nemen op klimaatgebied.

Wie betaalt de compensatie?

Bosrijke landen verlenen de wereld een dienst als ze hun bossen laten staan. Westerse landen die op grond van het Kyoto Protocol verplicht zijn hun koolstofuitstoot te verminderen, kunnen dit voor een deel afkopen door de eerdergenoemde bosrijke landen te compenseren.

Hoe financieren de westerse landen dit?

Op jaarbasis is 15 miljard euro nodig om wereldwijd de helft van de jungle te sparen. Het geld kan komen uit een bossenfonds waarin regeringen van industrielanden bijdragen storten.

Een andere benadering is om een deel van de opbrengst van de emissiehandel in CO2-rechten daarvoor te gebruiken.

Wat zijn de voor- en nadelen van een fonds en van emissiehandel?

De fondsconstructie is helder. Westerse landen storten er geld in en dat wordt verdeeld onder de ontwikkelingslanden die bossen intact laten. Nadeel is dat het Westen niet gemakkelijk financiële toezeggingen doet, zeker niet in tijden van economische crisis. Dat maakt de inkomsten in zo’n fonds ongewis. Ontwikkelingslanden worden zo speelbal van de goedgunstigheid van westerse landen.

Dit bezwaar geldt niet voor de andere methode van financiering via de emissiehandel. De inkomsten zijn hier verzekerd door reservering van een deel van de opbrengsten uit de emissiehandel voor bosbehoud.

Het systeem van verhandelbare koolstofrechten wordt al toegepast in de EU. Bedrijven en energiecentrales kopen emissierechten voor kooldioxide. Zitten ze boven het hun toegestane plafond, dan moeten ze uitstootrechten bijkopen. Zitten ze eronder, dan kunnen ze CO2 -rechten verkopen. Dit marktmechanisme kan behalve voor koolstofcredits (op basis van CO2-uitstoot) ook worden gebruikt voor bossencredits (op basis van niet gekapte bomen).

Hieraan kleven weer andere bezwaren. Bossencredits zouden de emissiemarkt kunnen overspoelen en daarmee de koolstofcredits verdringen. Dat risico is niet denkbeeldig, omdat de bossencredits goedkoper zijn dan de koolstofcredits. Geschat wordt dat de eerste 10 euro waard zijn en een koolstofcredit het dubbele.

Waarom staat de milieubeweging sceptisch tegenover REDD?

Zij vreest dat westerse landen via een achterdeurtje hun reductieverplichtingen volgens het Kyoto Verdrag op een goedkope manier afkopen en dat de investeringen in schone technologie en energie verschuiven naar boscompensatie. Stel dat een bos dat voor compensatie in aanmerking komt, afbrandt, dan is het netto-effect meer uitstoot van kooldioxide. Het vermijden van boskap stelt dan niets meer voor.

Er moet dus een balans zijn tussen maatregelen in het Westen (energiebesparing, wind- en zonne-energie, biomassa, aardwarmte) en maatregelen in landen daarbuiten.

Hoe wordt die vermeden uitstoot berekend?

Dat is een probleem waar deskundigen bijna wanhopig van worden. Eerst zullen landen moeten vaststellen hoeveel bos ze hebben, en dan moeten ze aangeven hoeveel ze onaangetast laten. De landen moeten dit allemaal op dezelfde manier berekenen. Dat is lastig omdat landen nu uiteenlopende rekenmethoden hanteren.

Vanwege de geweldige bureaucratie die de anti-ontbossingsmaatregel met zich meebrengt, zijn er ook bosexperts die er helemaal niet aan willen. Hun advies: vergeet die ontbossing, het zal vastlopen in uitgebreide monitoring, dikke rapportages en heel weinig projecten.

Hoe wordt gecontroleerd dat landen zich aan hun afspraken houden?

Met technologisch geavanceerde remote sensing via satellieten kan elke vierkante meter bos zelfs door bewolking heen worden vastgelegd. En daarmee kan dus ook elke ingreep in het regenwoud. Het is een dure techniek. Meerdere keren per jaar moet er een opname worden gemaakt om na te gaan of er geen illegale kap in het ongerepte bos plaatsvindt.

De nieuwe technologie zou gebruikt kunnen worden door een onafhankelijk instituut dat de bossen observeert. De grote vraag is of landen dit zullen accepteren.

Hoe groot is de kans dat de houtkap verschuift naar een aanpalende regio?

De vrees voor een dergelijk weglekeffect is inderdaad groot. Daarom zouden landen alleen compensatie kunnen krijgen als ze kunnen aantonen dat het vernietigen van bos niet elders gebeurt.

De grote regenwouden staan in landen als Indonesië en Brazilië, waar nogal wat corruptie is. Valt er met die landen zaken te doen?

Als landen de principes van REDD accepteren, worden ze ook gecontroleerd. Als er toch illegaal gekapt wordt, gaat dit ten koste van de inkomsten van de overheid. Een land dat oogluikend illegale kap toestaat, krijgt een slechte naam. Over het systeem, en ook over eventuele sancties, bestaat overigens nog veel onduidelijkheid.

Het verleden is niet erg bemoedigend. In 1990 kreeg Brazilië 1,5 miljard dollar om de Amazone te redden, maar tussen 1990 en 2004 is de ontbossing daar verdubbeld. De Braziliaanse regering geeft toe dat er ook nu meer wordt gekapt dan is toegestaan.

Hoe gaat het met inheemse volken die in het bos wonen en van wild, hout en bosproducten leven?

Dat is een van de grote problemen. De aanwezigheid van inheemse volken is niet in het voordeel van de boseigenaar, de overheid, de hout- of papierindustrie of de mijnbouw. Als het niet goed is geregeld, worden inheemse groepen uit het oerwoud verjaagd. Daarom moeten ze worden betrokken bij de compensatieregeling.

Meer over