columnGeorge van Hal

In de buurt van de zon zweven héél misschien 14 ‘antisterren’

null Beeld

Wil je krakers weren uit je leegstaande pand, vul hem dan met antikrakers. Smeer antibacteriële zeep op een groep bacteriën en het merendeel van hen kan het niet meer navertellen. Laat fascisten en antifascisten elkaar ontmoeten, en je kunt op z’n minst rekenen op hoogoplopende emoties.

Toch maakt de wereld van de fundamentele fysica het nog wat bonter. Wanneer materie op zogeheten antimaterie klapt, heffen beiden elkaar direct op alsof je ze met existentiële gum uit de werkelijkheid hebt geveegd. Het enige dat na afloop resteert is een fikse toef energie.

Niet alleen filosofen maar ook fysici vragen zich nadrukkelijk af waarom we om ons heen iets zien en niet niets. Sla er onze huidige natuurwetten op na en de voorspelling is namelijk helder: kort na de oerknal, de geboorte van het heelal, ontstond er evenveel materie als antimaterie. En zodra die elkaar ontmoeten is het, poef, doei kosmos.

Dat astronomen turend door hun telescopen in plaats daarvan een heelal zien tjokvol kolkende gaswolken, gapende zwarte gaten en majestueuze sterrenstelsels kan daarom maar een ding betekenen: de huidige natuurwetten zitten er op de een of andere manier naast.

Zou het kunnen dat ergens in het heelal niet toch nog wat verdwaalde antimaterie zweeft? ‘In het algemeen wordt aangenomen dat in ons heelal geen voorwerpen gemaakt van antimaterie voorkomen’, zo opent een groep fysici, enigszins voorzichtig, hun artikel in vakblad Physical Review D. Toch stellen ze vervolgens dat in de buurt van onze zon wellicht wel degelijk zoiets bestaat: veertien complete stérren van antimaterie, zelfs. Antisterren, dus.

Erg waarschijnlijk is het bestaan van die antisterren niet, geven ze direct toe. Toch hebben ze het wel mooi gemeten, schrijven ze: objecten die het soort straling uitzenden dat je verwacht wanneer gewone materie op het oppervlak van zo’n antister valt en zichzelf uit de kosmos gumt.

Overigens ogen zulke sterren van dichtbij niet heel anders dan gewone sterren, zegt astrofysicus Vivian Poulin (universiteit van Montpellier) tegen populairwetenschappelijk weekblad New Scientist: ‘Het is niet: ‘oh mijn god, ze zijn groen!’ Antisterren zien er waarschijnlijk net zo uit als de zon.’

Geen visueel spektakel dus, die antisterren. En ze leren ons ook al niets extra's over antikrakers of fascisten. Maar als het even meezit slagen ze straks wel waar filosofen tot nog toe faalden en onthullen ze definitief waarom de kosmos niet gapend leeg is. En hoe het kan dat u en ik überhaupt bestaan.

Meer over