doe mij er ook zo een

In 1 seconde ergens heen: wanneer kunnen we onszelf teleporteren, zoals in Star Trek?

Wetenschapsredacteur George van Hal bespreekt begerenswaardige uitvindingen uit sciencefictionfilms en -series en zoekt uit of ze realiteit kunnen worden. Vandaag: de transporter uit Star Trek.

Transportatie in ‘Star Trek’. Beeld
Transportatie in ‘Star Trek’.

Wat?

In Star Trek heb je (meestal) geen auto, openbaar vervoer of ruimteshuttle meer nodig: iemand verplaatsen van de ene plek naar de andere gaat middels teleportatie, waarbij je op de ene plek verdwijnt en min of meer simultaan op een andere plek weer verschijnt.

Waar gezien?

Beam me up, Scotty!’ Zelden is een niet-bestaande technologie zo iconisch geworden als teleportatie van mensen met een transporter in Star Trek.

Hoe dichtbij zijn we?

Nooit meer in de file staan naar werk of jezelf urenlang opproppen in een vliegtuig op weg naar je vakantiebestemming, met je benen in je nek en een klef broodje als diner. Wie een transporter à la Star Trek bouwt kan per direct overal heen – van Australië tot Mars – en heeft het ideale vervoersmiddel in handen.

Hoe dan? Nou zo: een transporter maakt van alle bouwsteentjes waaruit je bestaat een zeer geavanceerde 3D-scan en verzendt die informatie naar je plek van bestemming. Daar knutselt het apparaat je deeltje voor deeltje weer in elkaar. O ja: het hele proces heeft de versie van ‘jou’ op de plek van vertrek helaas wel vernietigd.

Handig, maar ook een beetje griezelig natuurlijk. Zelfs sommige Star Trek-personages zijn bang voor de technologie. Want: als je bij vertrek kapot wordt gemaakt en er op je bestemming een perfecte kopie verschijnt met al je herinneringen en zélfs hetzelfde kapsel, ben jij het dan nog wel? En: zijn mensen niet meer dan alleen een verzameling deeltjes?

Het zijn filosofische vragen waarop geen definitief antwoord bestaat. Maar kan het überhaupt, teleporteren? Lang dachten fysici van niet, omdat het zogeheten onzekerheidsprincipe van Heisenberg roet in het eten gooit. Dat principe stelt dat je van een deeltje nooit alle informatie kunt uitlezen. Je kunt daarom nooit de blauwdruk verkrijgen om elders een nieuwe ‘jij’ mee te bouwen. Vandaar dat teleporters in Star Trek zogeheten ‘Heisenberg-compensators’ hebben, onderdelen die die lastige natuurwet tijdelijk uitgummen.

En toch blijkt teleportatie sinds een aantal jaar mogelijk. Althans: op kleine schaal. In het lab ‘teleporteren’ fysici met grote regelmaat deeltjes. Dat begint met twee verstrengelde deeltjes, deeltjes die spookachtig verbonden zijn, zelfs als er kilometers – of een aantal sterrenstelsels – tussen hun fysieke locaties zit. Gebruik een handige opstelling waarmee je Heisenberg in de luren legt en je blijkt quantuminformatie vervolgens daadwerkelijk van het ene deeltje moeiteloos naar het andere deeltje te kunnen verplaatsen. Die technologie vormt de basis voor het toekomstige quantuminternet, een internet waarmee quantumcomputers met elkaar kunnen praten.

Helaas blijkt opschalen van een enkel deeltje naar een geheel mens in de praktijk ondoenlijk complex. Zo weet bijvoorbeeld niemand nog hoe je een mens deeltje voor deeltje kunt uitlezen. Of hoe je ongelukken zoals in horrorfilm The Fly kunt voorkomen, waarin één enkele meegeteleporteerde vlieg ervoor zorgt dat het hoofdpersonage langzaam maar zeker in een grotesk monster verandert.

Zelfs als je die kwesties oplost, blijft teleportatie praktisch onmogelijk. Alleen al de hoeveelheid informatie die je moet verplaatsen blijkt ondoenlijk. Studenten van de universiteit van Leicester berekenden in 2013 al eens dat je daarvoor bijna 3 x 10^46 bits zou moeten verzenden – een 3 met 46 nullen, een hoeveelheid informatie waarvan het verzenden zelfs met onze snelst beschikbare verbinding langer duurt dan de leeftijd van het heelal. Kun je toch maar beter een uurtje in de file staan.

Meer over