Ik wist dat ik kinderachtig bezig was. Ziek. Obsessief

Als het op liefde en lust aankomt, is internet één grote snoepwinkel. Geen wonder dat we soms doorslaan.

Beeld Tzenko

Ik doe het wel eens, na een nachtelijke drinkpartij: mijn telefoon uitzetten en verstoppen in een grote berg kussens op de bank. Om te voorkomen dat ik mijn ex, of de aardige jongeman die me aan de bar zijn nummer gaf, een dronken app ga sturen. Gebaseerd op ervaringen in het verleden, toen ik die app of shame wel verstuurde. Of ik zat in bed, tot de zon opkwam, me te vergapen aan de timeline van die aardige jongeman aan de bar en daarna ook nog even aan die van mijn ex, om te eindigen bij het profiel van een van die vrouwen in wier foto's hij afgelopen maanden getagd was. Waarna ik naar de keuken liep, een woedende sigaret rookte, met, vooruit, een glaasje rode wijn erbij, om dan onder de afzuigkap te controleren wanneer hij voor het laatst online was. En dan te zien dat hij het op dat moment was. Online. Om zes uur 's morgens. Met wie? Waarom sliep hij niet? Was hij iemand aan het bootycallen? Sexten? Of mij aan het controleren? Ik staarde naar het scherm en voelde het bloed naar mijn kaken stijgen. Hij was online. Hij zag misschien dat ik het ook was. Het voelde alsof we elkaar tegenkwamen en niet wisten wat te zeggen. Ik vulde mijn glas bij en stelde me voor hoe hij op dat moment een ander probeerde binnen te harken met z'n clichématige slijmteksten. Misselijk werd ik ervan. Ik opende Spotify om te zien waar hij naar luisterde. Welja. Zijn eeuwige en enige afspeellijst Chille Muziek. Wat de hel was hij aan het uitspoken? Om hem te zieken, zette ik mijn Hot & Horny-lijstje aan. Ik keek op Facebook wie hij onlangs had toegevoegd. En waar hij onlangs was ingecheckt. Snel stuurde ik de leuke jongen aan de bar een vriendschapsverzoek, in de hoop dat hij dat ook zag. Ik haatte mezelf. Ik wist dat ik kinderachtig bezig was. Kinderachtig? Ziek, zul je bedoelen. Obsessief. Ik moest ervan af, van deze drang om te controleren en mezelf te martelen. Moest me concentreren op iets nieuws. Happn. Tinder. Get under a man to get over a man, zoiets. Ik scrolde langs wildvreemde mannen met fietsen en vissen, peuters en weggeblurde vrouwen, op boten en tropische stranden, in yogapose of olijk verkleed op een of ander festival. Ik zag wanneer ze voor het laatst actief waren, de locatie waar ze mijn pad hadden gekruist, hoeveel gemeenschappelijke Facebookvrienden we hadden, dat ze spiritueel ingesteld waren en op zoek naar avontuur. Het was inmiddels half tien. Slapen ging niet meer lukken. Ik likete er geen een.

Liefde in tijden van Facebook

Iedere single kent deze nachten. Menig vers verliefde ook. Om maar te zwijgen over de gebondenen die vrezen bedrogen te worden of zelf zin hebben in een buitenechtelijk uitstapje. Liefde in tijden van Facebook, het is een uitdaging.

Geef nou toe: heb jij nooit iemand ge-Facebookstalkt? Zijn of haar profielfoto's uitgebreid bekeken, alsook de foto's van zijn ex-vrouw/man/vriendin/scharrel? De comments uitgeplozen en stiekem al een beetje verliefd geworden, omdat hij van reizen, kinderen, katten en David Bowie bleek te houden? Zie je jullie bruiloft al voor je, ergens aan een vloedlijn bij ondergaande zon, jullie kinders met bloemen in het haar, een gitarist die het jawoord begeleidt met een akoestische versie van Bowies' Heroes? In het echt kan hij alleen maar tegenvallen. Achter zijn uitbundige Facebook-smile gaat een irritant, narcistisch mannetje schuil, tien jaar ouder dan op de foto, 20 centimeter kleiner en zeker 15 kilo dikker. Of andersom: de leuke, charmante date, met wie je niet uitgepraat raakte, blijkt tweets vol spelfouten te posten en draagt op z'n profielfoto een afschuwelijk Abercrombie & Fitch T-shirt. Gelukkig is een tweede date dankzij WhatsApp gauw afgezegd, zonder al te veel ongemak. En als ze moeilijk gaan doen, zijn ze zo geblockt.

Dankzij het world wide web en Apple managen we al onze relaties met de smartphone. De tijden dat we verlangend langs zijn huis fietsten, zijn stamcafé bezochten in de hoop dat hij er zat, zijn handgeschreven ansichtkaart aan de borst drukten, hem beter leerden kennen tijdens eindeloze wandelingen door de stad en etentjes bij kaarslicht, niet gestoord door updates, newsalerts, posts en selfies, incidenteel vastgelegd door een rozenverkoper/annex polaroidfotograaf, zijn voorgoed voorbij. We menen elkaar te kennen voordat we elkaar ooit hebben ontmoet en worden verliefd op letters en emoticons. We voelen een verbinding door beiden online te zijn, en beëindigen die woedend vanwege een verkeerde like. Permanente onrust heeft zich van ons meester gemaakt. Het avontuur, de liefde, de one-nightstand en de bevestiging zijn slechts één klik nabij. Een moment van verveling in je relatie en het vriendschapsverzoek naar die leuke man van je ex-collega is zo verstuurd.

De ex, de huidige partner en de toekomstige

Onlinestalken, we doen het allemaal. De ex, de huidige partner en de toekomstige, we houden ze in de gaten, soms alle drie tegelijk. Zo niet, dan houden ze ons wel op de hoogte. We krijgen een melding dat ons LinkedIn-profiel door hen is bekeken, de zoveelste Charm via Happn, de nieuwste volger op Spotify, Instagram of Soundcloud. Nu iedereen stalkt, rijst de vraag hoe strafbaar het nog is, en in hoeverre onze privacy nog te beschermen is door de overheid. Posten we niet zelf die bikinifoto, de dronken selfie met een toyboy, die pathetische spreuk die de lastige ex aanzet tot een app-tsunami? Kennelijk geven we er geen ene reet om. Niet om onze eigen privacy en niet om die van een ander. De enige stalker die ons werkelijk tot waanzin drijft, zit in ons eigen hoofd. De stem van ons innerlijke, drammerige kind in de virtuele snoepwinkel. Die ons influistert dat het altijd mooier, beter, meer, geiler en perfecter kan. Die zegt dat die ander, die jou nu zo leuk lijkt, ook voor geen cent te vertrouwen is. Die schreeuwt dat je man, je vrouw, je vriend of vriendin vast en zeker ook vreemdgaat. Die jankt dat je ex vast allang een ander heeft en het ongetwijfeld leuker heeft dan jij. Die klaagt dat je nog steeds geen antwoord op je leuke appje hebt, terwijl de ontvanger hem allang heeft gelezen. De grootste bedreiging voor ons liefdesleven is dat kutapparaatje waarmee onze innerlijke stalker inmiddels een ongezonde relatie heeft. Het zal mij niets verbazen als de Jellinekkliniek binnenkort smartphonejunkies gaat opnemen. Verslaafden, wier echte relaties zijn gesneuveld door de fictieve verlokkingen van SecondLove, en die last hebben van een tindervinger en een stijve selfienek.

Alle virtuele stekkers eruit

En hoe nu verder in het echte leven? In Amsterdam zijn twee van de vijf mensen tussen de 25 en 40 jaar alleenstaand. Het merendeel wil een fijne, echte relatie. Hoe die te bereiken in de wirwar van keuzemogelijkheden, met de wetenschap dat ernaar zoeken en eindeloos opties overwegen ons alleen maar ongelukkiger en eenzamer maakt? Hoe snoeren we de innerlijke stalker de bek? Dat begint met alles dat je 's nachts uit je slaap houdt van je smartphone te gooien of te blokkeren. Hardcore, cold turkey, alle virtuele stekkers eruit. Het voelt als een amputatie en dat is het ook. Online is een nooit eindigend feestje gaande en jij mag er niet meer bij zijn. Gebruik de leegte om eindelijk dat boek te lezen, die film te zien, mediteer je een slag in de rondte en ga naar buiten, zonder telefoon. Pak een terras zonder je te verschansen achter een scherm en maak een praatje met die aardige jongeman naast je. Wie weet beland je zomaar ineens in een echt sprookje of op zijn minst in een echt bed, naast een echt lijf. De kunst is dan om het zo te houden en niet de volgende nacht opnieuw een vriendschapsverzoek te sturen.

---

Volgende week verschijnt het nieuwe boek van Saskia Noort: Huidpijn.

Meer over