'Ik neem revanche'

'Leest en verrijkt uw geest', is het motto van haar Rotterdamse Boekhandel v/h Van Gennep. Literatuurzendelinge Maria Heiden (54) heeft radiorubrieken, presenteert een talkshow én schrijft zelf....

BART DIRKS

ZE IS NET terug van een vakantie op Kreta, dus er ligt een hoop werk. Maar donderdag is haar vrije dag, dus of we dan misschien kunnen afspreken. In Hotel New York, dan is het meteen een uitje. Sinds dat herseninfarct van begin oktober doet ze wat rustiger aan.

O ja?

Vanochtend is ze extra vroeg opgestaan om zich te verdiepen in de geschiedenis van de boekenlegger. Om vier uur heeft ze een vergadering in de Rotterdamse Schouwburg. Halverwege moet ze daar even weg voor een boekpresentatie. Over de boekenlegger dus. 'Eigenlijk had ik nee moeten zeggen op het verzoek. Maar dat boekje was zó mooi uitgegeven, daar heb ik me door laten verleiden.' Ze lacht verontschuldigend.

Literatuurambassadrice wordt ze telkens genoemd en ooit werd Maria Heiden zelfs uitgeroepen tot koningin van de Rotterdamse letteren. Een mooi compliment, maar verder hecht ze er weinig waarde aan. 'Jules Deelder noemde mij in een gedicht eens het Monster van Bolnes', relativeert ze.

Ze heeft een wekelijkse boekenrubriek voor Radio Rijnmond en de VARA, presenteert elke maand een culturele talkshow in café Floor, naast de Rotterdamse Schouwburg, publiceerde een aantal verhalen en vorig seizoen speelde De Trust een stuk van haar hand, De Probleemcomponist. En dan drijft ze, samen met Andrea Piersma, al 23 jaar een boekhandel aan de Oude Binnenweg in Rotterdam, Boekhandel v/h Van Gennep. Een kleine winkel met een zorgvuldig gekozen assortiment, geroemd vanwege zijn verrassende etalages, op een steenworp van Donner, de grootste boekhandel van Nederland waar ze als 19-jarige verkoopster begon 'in het boekenvak'.

Tout Rotterdam komt bij Van Gennep. Maria Heiden kent de meeste klanten bij naam, weet wie hun favoriete schrijvers zijn, leent ze wel eens haar eigen boeken als een titel niet meer leverbaar is, wisselt nieuws uit. Over het betoverende cruiseschip dat twee dagen aan de Wilhelminakade ligt. Over het betreurde vertrek van schouwburgdirecteur Carel Alons. En over boeken, natuurlijk.

Haar drie jaar oudere zusje kreeg als 'romantische verzetsdaad' de vijf doopnamen van koningin Juliana en omdat Maria Heiden, tot groot genoegen van haar vader, geboren werd op D-Day, wilde hij haar Invasia noemen. 'Gelukkig is dat niet doorgegaan.' Ze groeide als jongste van vier kinderen op in een hardwerkend gezin in Bolnes. In haar jeugd was dat een dorp aan de Maas met zeven straten, een bovendijk, een benedendijk, een polder en drie scheepswerven, nu is het een uit de kluiten gegroeide plaats, vastgeplakt aan Rotterdam. De scheepsbouwers van Bolnes zijn allemaal verdwenen.

Terwijl de vaders van klasgenootjes op de school met de Bijbel allemaal 'op de fabriek' werkten, op een van de werven, was vader Heiden aannemer; utiliteitsbouw stond er plechtig op zijn briefpapier. Toen de juf aan de 7-jarige Maria vroeg wat haar vader deed, zei ze dat hij óók 'op de fabriek' werkte. 'Mijn moeder was daar kwaad over. Ze riep: ''Jouw vader is zelfstandig ondernemer, dat is héél wat anders.'' Maar ik wilde in de klas niet opvallen, niet anders zijn dan de andere kinderen.'

Haar vader kon prachtige verhalen vertellen, ze hing aan zijn lippen. Hij vertelde boeiend, maar langzaam. Om de vier zinnen pafte hij bedachtzaam aan een enorme sigaar. 'Verder, verder, verder, moedigden wij hem aan. Het is een van mijn mooiste jeugdherinneringen.'

Ze was dol op verhalen, las alles wat los en vast zat. 'Ik kan me niet anders herinneren dan dat wij ons altijd suf zaten te lezen.' Samen met haar zusje Julia las ze per week negen boeken. Ze lazen altijd tegen elkaar op, dus werd er heel wat over en weer gesnauwd: 'Heb je het nou nóg niet uit?' Zit ze met haar zus op Kreta, moeten ze wéér op elkaars boeken wachten.

'We hadden geen goed gevulde boekenkast, we leenden boeken bij een hervormde bibliotheek, een gereformeerde en bij een ''realistische''. In die realistische boeken kwam ook seks voor, al was het heel omfloerst. Daar heb ik alle detectives van Mickey Spillane geleend, van die Amerikaanse pockets met pin-ups op de omslag, die je absoluut niet mocht lezen als 13-jarig meisje.'

Maria Heiden praat honderduit en snel, maar articuleert elk woord zorgvuldig en met nadruk. Dat komt, verklaart ze, door het accent van haar geboortedorp. Inwoners van Bolnes zeggen niet op vlakke toon 'je moet dat doen', nee, ze zeggen 'je móet dat doen', op een haast dwingende toon. Dat verklaart volgens haar ook het jarenlange succes van haar wekelijkse radiopraatjes over boeken. 'Ik ben geen recensente, dat zou ik niet kunnen ook. In het kwartiertje zendtijd wil ik mensen enthousiast maken voor een bepaald boek. Elke week, al tien jaar lang, fiets ik naar de studio van Radio Rijnmond. Als ik een boek zou aanprijzen waar ik eigenlijk niets aan vind, dan zou ik moedeloos terug naar de winkel gaan. Ik wil alleen eten wat ik lekker vind.'

Zelf leest ze bij voorkeur 's nachts, om af te kicken van alle werk. Slapen kan ze toch slecht. 'Dokters adviseren me: als u niet slapen kunt, moet u een oninteressant boek lezen. Dat vind ik zo'n achterlijk advies! Mag het ook een goed boek zijn, vraag ik dan. Ik val nóóit in slaap als ik een boek lees.'

Het is zendingsdrang, erkent ze, een heilige missie haast, om overal en altijd mensen tot lezen aan te willen zetten. Samen met haar collega Andrea Piersma staat ze deze week met een stand op Poetry International, komende zomer organiseren ze literaire boottochten over de Maas en ze hebben laatst het plan opgevat samen een kinderboek te schrijven.

De winkel is een 'halve kunststichting en een halve VVV tegelijk' - passanten komen ook binnen voor een adresje waar je lekker kunt eten en om te vragen waar een goed toneelstuk te zien is. En als er koffie is, krijgen ze koffie. 'Wat dat betreft zijn we net een kapsalon.'

Het blijft oppassen, ook in een winkel waar je bijna alle klanten kent. In de beginjaren werd er ontzettend veel gestolen. 'Terwijl ik thee voor de klanten ging zetten, gingen zij er rustig met een deel van de Russische Bibliotheek vandoor. Als de politie ergens boeken had gevonden, moest ik op het bureau een kaartenbak met verdachten doornemen. Bleek daar een groot deel van onze clièntele tussen te zitten.'

Het zijn altijd weer 'vreselijke momenten' als ze iemand betrapt. 'Komen ze met een boek van vijftien gulden aanzetten, hebben ze een ander van zestig gulden in hun tas zitten. Dan zeg ik: ''Wil je dat boek dat in de tas zit ook meteen betalen of zullen we gelijk de politie bellen?'' Ze vindt het telkens een gênant toneelstukje, een soap, dat ze daar met opgetrokken wenkbrauwen moet staan. 'Maar ik ben wel laaiend, hoor. Als je je niet meer opwindt, kan je net zo goed meteen een stuk touw bij de Spijkermand gaan kopen, zeggen wij altijd.'

- Je doet echt alles voor de winkel.

'Het enige dat ik weiger, is pockets bezorgen in Kralingen en daar niks voor rekenen. Ik vond het altijd al leuk om winkeltje te spelen en heb er mijn beroep van kunnen maken, maar uitsluitend achter de toonbank staan en boeken afrekenen, is doodsaai. Als kleine boekhandel moet je bovendien opvallen om het hoofd boven water te kunnen houden.

'Die energie komt ook van mijn collega, Andrea Piersma. Andrea is ontzettend creatief, ziet nergens tegenop. Ze is de stille kracht met de gekke ideeën. Ik ben nog wel eens een tutje. Maar als zij aarzelt, zet ik weer door.' En het mag misschien hoogdravend klinken, je draagt als boekhandelaar toch zo je steentje bij aan de cultuur van een stad als Rotterdam. Mensen op het spoor zetten. Leest en verrijkt uw geest, stond er op een boekenlegger uit de jaren dertig, en het is al vanaf het begin het motto van de winkel.

Zelf heeft ze ook een handvol titels op haar naam staan, stuk voor stuk zorgvuldig uitgegeven. Geen dikke romans, maar novelles en korte verhalen, flarden tekst bij foto's die ze vooraf niet te zien kreeg. Verhalen ook over haar jeugd, of over 'dolende zielen'. Zoals in Ontbijt aan de Maas, een boekje dat op de nachtkastjes van Hotel New York ligt. Het is een melancholiek stemmende eenakter met een ober die over zijn verzameling scheepjes in flessen mijmert, en een vrouw die terugdenkt aan haar man: 'Hij is niet gestorven, ík ben gestorven...' Ook De Probleemcomponist, over de driehoeksrelatie tussen Zwaantje Mus, haar man Louis, die alleen maar leeft voor zijn schaakbord, en dierenarts Steven Vos, is een zwaarmoedig huiskamerdrama met autobiografische elementen.

- Je verhalen stemmen nogal treurig.

'Treurig is een verkeerd woord. Mijn verhalen zijn vooral melancholiek; er zit altijd iets hoopgevends in, een uitweg. Ze gaan over het verlangen om weg te gaan, zoals op die stille zondagmiddagen in Bolnes. We zwaaiden naar de schepen, urenlang. Ik zou wel mee willen reizen, was ook weer blij om veilig thuis te blijven. Tussen de regels door is het pure romantiek. Maar ik wil geen romantisch vrouwtje zijn, ik zit liever in een helverlichte ruimte dan bij kaarslicht.

'Ik ben niet zo'n type dat 's ochtends altijd juichend opstaat en 's avonds juichend weer gaat slapen. Van zo'n zwart stuk als De Probleemcomponist schrikken mensen die mij goed denken te kennen, dat verwachten ze niet van mij. Erik van Zuylen, de regisseur, vergeleek het met een verhaal van Sartre: mensen zitten opgesloten in hun eigen wereld en komen er niet uit. Ik zou ook wel iets vrolijks kunnen schrijven, maar het heeft niet mijn voorkeur. Zo zit ik niet in elkaar.'

Begin oktober vorig jaar moest ze pas op de plaats maken. Een herseninfarct, veroorzaakt door een te hoge bloeddruk. Bleek in de familie te zitten.

'Die ziekte is een gigantisch zwaktebod geweest. Ik ben nooit ziek, altijd sterk in alles en opeens, bij het wakker worden, overkomt me dít.' Ze zegt het boos, verontwaardigd. 'Het heeft de wereld op zijn kop gezet. Van het ene op het andere moment was ik geveld. Echt een ramp.

'Toen ik ziek was, merkte ik wie echt mijn vrienden waren. Heel aardig, maar ik wilde daar niet in een frivole pyjama in dat bed liggen. Nou ja, laten we zeggen dat het een bijzondere ervaring is geweest.'

Na twee weken mocht ze het ziekenhuis verlaten. De verlammingsverschijnselen waren verdwenen, voetje voor voetje leerde ze weer lopen. Ze vindt het nog steeds moeilijk de draad weer op te pakken, al gaat het steeds beter. Haar vakantie op Kreta heeft haar weer energie gegeven. 'De medicijnen doen wonderen, maar ik zit de maanden tot oktober, dan is het een jaar geleden, wel af te tellen.

'Ik neem revanche. Ik wil gewoon dat het nooit meer gebeurt. Maar daar moet ik dan wel een beetje naar gaan leven, hè? Ik heb me voorgenomen uitsluitend nog dingen te doen die ik leuk vind. Ik was dag en nacht in de weer. Overdag in de winkel, 's avonds voor lezingen op pad, van de Rotary tot de plattelandsvrouwen, van deftige damesleesclubjes tot hondenclubs die aan leesbevordering moesten doen. Ik voelde me als een dokter die een medicijn moest voorschrijven: ''U móet dit lezen.'' Het was te veel.'

- Heb je jezelf niet voortdurend tekort gedaan?

'Ik ben vrij hard opgevoed, kon niet altijd bij mijn vader of moeder op schoot zitten. Daarvoor was het te druk. Vroeger dacht ik in de winkel: Moet ik huilen? Thuis na zessen en vrijdag na negenen, want dan is het koopavond. Het is een kwestie van plichtsbesef. Ik ben niet iemand die zich ergens aan verbindt en zich dan drie keer achter elkaar afmeldt. Dat is mijn calvinistische opvoeding: als je iets belooft, moet je het altijd doen en als je het niet kunt doen, mag je het nooit beloven.

'Ik durfde best ''nee'' te zeggen als ik ergens voor gevraagd werd, ik deed het allemaal omdat het me leuk leek en omdat ik nieuwsgierig ben. Nieuwsgierigheid is een onuitstaanbaar grote drijfveer voor me. Dan dacht ik: hoe zou zo'n groep zijn die me uitnodigt, wat gaan ze vragen? Ik paste me bij elke gelegenheid als een kameleon aan. Aan het eind van zo'n avond had ik iedereen opgejuind, maar als ik naar huis ging, was ik bekaf, opgebrand.

'Ik ben heel extravert in alles wat ik doe, maar je moet een plek hebben die van jou is, anders ben je overgeleverd aan de wolven. Mensen pakken je op je zwakheden. Er zijn maar weinig mensen die van mijn privéleven afweten, al zitten ze er wel eens naar te vissen, hoor.

'Het is een strengheid die ik mezelf opleg. Sommige dingen houd ik voor mezelf. Dat heb ik van mijn moeder. Ze overleed in 1975 aan kanker, maar wilde er tijdens haar ziekte nooit één woord over zeggen. Als we aan haar bed kwamen, was ze belangstellend tot en met. Wilde ze weten hoe het met mijn winkel ging, die bijna open zou gaan. Hoe het met de verkoop van mijn eerste kraampje op Poetry International ging. Niks over haar ziekte, niks over doodgaan.

'Twee jaar later stierf mijn vader. Ik was amper 31, op de leeftijd dat je je ouders net leert kennen. Tot die tijd ben je bezig jezelf te bewijzen, uit te gaan, met jongens in de weer. En dan opeens lijkt het of je nergens vandaan komt.

'Eigenlijk wil ik nog zoveel weten over mijn ouders. Ik denk misschien niet dagelijks, maar toch zeker om de dag aan ze. Dan zie ik bijoorbeeld een bepaalde kleur groen die me doet herinneren aan de hoed van mijn moeder. Verkoopt een groentekraam kersen, dan denk ik: daar had mijn vader meteen een kilo van gekocht en de dubbele bij ons en mijn moeder om de oren gehangen.'

- Had je zelf graag kinderen gehad willen hebben?

'Ja, maar ik vind dat je dan ook een partner moet hebben die daar samen voor zou willen zorgen. Ik heb altijd de verkeerde mannen ontmoet, die met compleet andere dingen dan kinderen bezig waren.

'Hoe je leven verloopt, daar heb je niet altijd de hand in. Het maakt me wel eens treurig, meer dan melancholiek. Maar ik kan toch niet de hele dag bij de pakken neer gaan zitten? Ik heb een ontzettende hekel aan de uitdrukking ''het is zoals het is''. Dan denk ik: het is verdómme niet zoals het is! Maar het is natuurlijk wel zo.'

- Ben je tevreden met jezelf?

'Een mens wil natuurlijk altijd excelsior, steeds hoger. Tevredenheid is een grote deugd, daar ben ik slecht in. Ik dacht dat dat met de jaren zou komen, maar ik ben nog steeds rusteloos, actief, op zoek. Ben ik op de Buchmesse in Frankfurt, dan denk ik: wat hebben die paar verhalen van mij daar nou aan toe te voegen? Ik zou wel eens een vuistdikke roman willen schrijven, zoals die Russische schrijvers, maar daar heb ik geen tijd voor. Ik ben meer iemand voor de korte baan, geen lange-afstandsloper.

'Die mensen op Kreta, daar ben ik zo jaloers op. Die zijn tevreden met brood, wijn en vis. Toch zou ik niet altijd zo kunnen leven. Brood, wijn en vis, heerlijk, maar dan zou ik

's avonds toch ook wel een goede film willen zien.'

Meer over