Hongerende geesten

DE IN LONDEN geboren, maar in Guyana opgegroeide dichter en romanschrijver Fred D'Aguiar is bezig zijn literaire territorium te definiëren....

Zijn debuut The Longest Memory (vertaald als De langste herinnering) situeerde hij in de Amerikaanse staat Virginia, rond het jaar 1800, toen slavernij in de zuidelijke staten nog bestond, terwijl in het noorden de 'vrije zwarte' zijn intrede had gedaan. D'Aguiar wilde vooral de complexe sociale gevolgen van de slavernij voelbaar maken. Want hoe moreel verwerpelijk het systeem ook is, binnen dit gegeven bestaan talloze gradaties van menselijkheid en onmenselijkheid, emotionele relaties en uiteenlopende vormen van wederzijdse loyaliteit.

Het decor van zijn tweede roman, Dear Future, was de Coöperatieve Republiek Guyana, waar postkoloniale verwarring en maatschappelijke chaos heersten en corruptie en geweld hand in hand gingen. Het boek werd bevolkt door kleurrijke personages, waarvan de hoofdpersoon, Red Head, na een tik visionair was geworden. Dear Future bevat elementen uit de familiesage en de satirische roman, en D'Aguiar putte rijkelijk uit de bron van het magisch-realisme.

In zijn nieuwste roman, Feeding the Ghosts, keert hij terug naar het tijdperk van het kolonialisme. Het is najaar 1781. Het slavenschip Zong is op weg van West-Afrika naar Jamaica, waar de menselijke lading zal worden verkocht. Maar er breken ziekten uit. Zeven bemanningsleden en 35 slaven komen om, en kapitein Cunningham vreest dat de onderneming op een flinke strop zal uitdraaien. Het is tijd voor actie, houdt hij zijn bemanning voor.

Zijn oplossing is simpel. Een dode slaaf verkleint de winstmarge, maar een verzekeringsclausule zegt dat een slaaf die overboord wordt gezet omdat hij het welslagen van de onderneming in gevaar brengt, een vergoeding van 39 pond oplevert. Dus worden, onder het mom van watertekort en ziekte, 132 slaven in zee gesmeten, de meesten geketend. Slechts een van hen weet op miraculeuze wijze te overleven: Mintah, een slavin die van missionarissen Engels heeft leren spreken en schrijven.

Mintah is overboord gezet omdat zij Kelsal, de eerste stuurman, nog kent uit de tijd dat hij, verdwaald en doodziek, door haar werd verpleegd in de missiepost waar zij opgroeide. De stuurman kan haar onmogelijk zien als een anonieme slavin, een zwart stuk werkvee. Mintah is iemand bij wie hij in het krijt staat, en dat is onverdraaglijk. Hij probeert zijn geweten te verdoven door haar eerst te martelen.

Nadat ze deze gruweldaden heeft overleefd, vindt Mintah een schuilplaats in een voorraadruimte. Het door niemand serieus genomen koksmaatje Simon ontfermt zich over haar en weet daaraan een gevoel van eigenwaarde te ontlenen. Onderdeks wordt Mintah voor de andere slaven een symbool van hoop waaruit zij kracht putten. Na een mislukte opstand wordt Mintah opnieuw gevangen gezet, maar haar rol is allerminst uitgespeeld. Als de Zong zijn missie heeft volbracht en het schip in Engeland is teruggekeerd, blijken de verzekeraars terughoudend. Het komt tot een rechtszaak die Cunningham en de zijnen eenvoudig lijken te winnen, totdat koksmaat Simon de advocaat van de verzekeraars een door Mintah geschreven verslag ter hand stelt.

Fred D'Aguiar heeft zich bij het schrijven van Feeding the Ghosts laten inspireren door historische gegevens: de Zong en haar kapitein hebben echt bestaan (al heette hij in werkelijkheid Collingwood), en ook het vanwege het verzekeringsgeld verdrinken van slaven is een praktijk die in de geschiedenisboeken is terug te vinden. Maar een letterlijke weergave van de feiten is Feeding the Ghosts niet. Zo overleed de historische kapitein Collingwood alvorens het tot een rechtszaak kon komen, en heeft D'Aguiar ook een aantal andere feiten naar zijn hand gezet.

Feeding the Ghosts is dan ook geen proeve van geschiedschrijving, maar een hervertelling van een archetypisch verhaal over slavernij dat in de loop der jaren een mythologische ondertoon heeft gekregen, met Mintah als symbool voor de veerkracht en overlevingsdrang van de uit hun vaderland weggeroofde Afrikanen.

Aan het slot van het boek zien we Mintah terug als bevrijde slavin op Jamaica. Niemand kent haar verhaal, omdat ze het aan niemand heeft verteld, maar voor zichzelf houdt ze de herinnering aan haar verdronken lotgenoten levend door houtsnijwerk te vervaardigen en aantekeningen te maken. 'Geesten moesten worden gevoed. Ze sneed en schreef om hun honger te stillen.' Dat is precies wat D'Aguiar heeft beoogd met het schrijven van dit boek, zoals moge blijken uit de slotzin: 'De geesten worden gevoed door hun eigen verhaal. Het verleden wordt te ruste gedragen wanneer het wordt verteld.'

Hans Bouman

Fred D'Aguiar: Feeding the Ghosts.

Chatto & Windus, import Nilsson & Lamm; 230 bladzijden; ¿ 50,25.

ISBN 0 7011 6668 1.

Meer over