Hoe zinnig zijn prijzen in wetenschappen eigenlijk?

Zaterdag haalde de Groningse chemicus Ben Feringa zijn Nobelprijs op in Stockholm. Heel feestelijk natuurlijk. Maar hoe zinnig zijn prijzen in wetenschappen (en literatuur) eigenlijk?

De Groningse chemicus Ben Feringa. Beeld Adrie Mouthaan
De Groningse chemicus Ben Feringa.Beeld Adrie Mouthaan

Eindelijk geld voor een paar nette schoenen, daar verheugde in 1992 de Franse fysicus George Charpak zich tegenover verslaggevers het meest op toen bekend werd dat hij de Nobelprijs voor natuurkunde had gewonnen. En dan niet zozeer gepaste schoenen voor de eervolle gang naar Stockholm, om er oorkonde, medaille en dik een half miljoen euro van de Zweedse koning overhandigd te krijgen. Nee, gewoon, de dure handgemaakte schoenen waar hij al een leven lang niet aan toegekomen was. Op gympen naar het deeltjeslab in Genève, dat was altijd zijn wereld geweest.

'Een prijs winnen is geen garantie voor plek in bestsellerlijst'

Vijf prijswinnaars (onder wie Inge Schilperoord en Ben Feringa) vertellen wat het hun bracht. (+)

Vanmiddag 10 december, de sterfdag van Alfred Nobel en traditioneel de dag van de Nobeluitreikingen, staat de Groningse chemicus Ben Feringa in de Zweedse hoofdstad op het podium. In een smoking met vlinderdas en panden. En op gloednieuwe schoenen. Hem allemaal aangemeten door het Nobelcomité. Zijn kledingmaten heeft hij al in oktober moeten doorgeven, kort na de bekendmaking van de Prijs der Prijzen. En bij aankomst in Stockholm afgelopen maandagavond lag het geheel keurig klaar, zoals afgesproken. Klaar voor een week van lezingen, ontmoetingen, fotomomenten, uitreikingen, feesten en diners. Glitter en glamour, pers.

Nette nieuwe schoenen hoeven Feringa en zijn collega-chemici Jean-Pierre Sauvage en J. Fraser Stoddart dus niet meer te willen van hun in totaal acht ton aan prijzengeld. En wat ze er wel van gaan doen, is nog ongewis, zo vers en overweldigend zijn de aankondiging (eerste week van oktober) en de vloedgolf aan belangstelling daarna nog. Tijd om na te denken is er nauwelijks geweest.

Nobelprijswinnaar Ben Feringa is koninklijk onderscheiden als Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw. Beeld anp
Nobelprijswinnaar Ben Feringa is koninklijk onderscheiden als Commandeur in de Orde van de Nederlandse Leeuw.Beeld anp

Hoofdprijs zonder wedstrijd

Formeel mogen de winnaars van een Nobelprijs dat helemaal in hun eigen tempo bepalen. Verplichtingen zijn er niet. Alfred Nobels testament uit 1895 bepaalt slechts dat er een geldprijs zal gaan naar 'hen die, in het afgelopen jaar, de mensheid het meest gediend hebben'. De prijs, bepaalde Nobel ook, kent vijf categorieën: vrede, fysiologie of geneeskunde, natuurkunde, chemie, literatuur. Hoeveel geld er in een bepaald jaar beschikbaar is, hangt af van de inkomsten uit zijn belegde kapitaal.

Waaraan het prijzengeld moet worden besteed, behalve aan de winnaars, staat nergens. Het kan, zo wijst de praktijk uit, naar wetenschap gaan, hun eigen of die van anderen, naar instituten, medewerkers, apparatuur en reizen. Daarvoor is grosso modo een jaarsalaris beschikbaar. Maar de spreekwoordelijke snelle rode sportwagen is niet verboden. De Californische winnaar Kary Mullis (1993, chemie) kocht eerst de mooiste surfplank die hij vinden kon, en belegde de rest in slimme biotech-startups.

Dat soort mogelijkheden is mooi meegenomen, maar in feite draait het bij de Nobelprijzen niet om het geld, zegt José van Dijck, president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) in Amsterdam. Haar KNAW zwaait de scepter over ruim twintig wetenschapsprijzen en medailles, van vwo-scriptieprijzen tot de prestigieuze Heinekenprijzen, die met akelige precisie een voorportaal voor de Nobelprijs lijken. 'Er zijn wetenschapsprijzen met meer geld die toch veel minder bekend zijn. Het merk Nobel staat garant voor enorm veel aandacht. Aandacht voor het mooiste van de wetenschap.'

Jose van Dijck, de president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW). Beeld anp
Jose van Dijck, de president van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW).Beeld anp

Welbeschouwd, zegt Van Dijck, is de Nobelprijs een hoofdprijs zonder wedstrijd. 'Het valt je ten deel, op grond van bestaand werk, doorgaans zonder dat je ergens om vraagt. En zo gaat het vaak bij wetenschapsprijzen, je beloont en stimuleert tegelijkertijd. Zonder dat mensen er echt op uit zijn.'

Hoe anders zijn de historische wortels van het prijzencircus in de wetenschap. In de 18de en 19de eeuw waren prijsvragen van wetenschappelijke genootschappen als de Academie Française en de Royal Society ongeveer de enige manier voor geleerden om aan geld te komen. Zulke prijsvragen hadden aanvankelijk vaak een praktisch karakter. Wat is een goed ontwerp voor een vestingwerk? Hoe beheersen we het waterpeil in de polders? Hoe is kraamvrouwenkoorts te voorkomen? Geleerden studeerden en schreven hun oplossingen op, een jury beoordeelde het werk en wees een winnaar aan.

Prijzen hadden vaak de vorm van een gouden medaille, maar niet om mee te pronken, zegt secretaris Arend Soeteman van de Koninklijke Hollandsche Maatschappij der Wetenschappen, gevestigd in een kolossaal prachtpand aan Het Spaarne in Haarlem, pal tegenover Teylers Museum. 'Het ging om het goud zelf, dat liet je omsmelten en maakte je vervolgens te gelde.' Soetemans KHMW, anno 1752, is het oudste geleerde genootschap van Nederland en nog steeds een spin in het web van de Nederlandse wetenschapsprijzen. De prijzen en stipendia - het zijn er meer dan dertig per jaar - zijn doorgaans niet heel groot, en veelal afkomstig uit legaten of van bedrijven, maar steevast een feest. Voor de winnaars en de wetenschap, benadrukt Soeteman. 'Het brengt de wetenschap onder de aandacht van de maatschappij, zoals we volgens onze doelstellingen nog altijd nastreven.'

Geldnood

Van bittere geldnood is in de wetenschap nog onverminderd sprake, maar de geldbronnen zijn tegenwoordig wel veranderd, zegt KNAW-president Van Dijck in haar statige Trippenhuis in Amsterdam. 'Wie onderzoeksbudget nodig heeft, moet bij NWO of de European Research Council zijn, in dat verband hebben wetenschapsprijzen geen functie meer. Althans niet rechtstreeks. Prijzen identificeren wel talent en onderstrepen bijzondere prestaties. Een prijs op je cv is voor een wetenschapper zeker een pre, zelfs als je nog steeds een dik voorstel moet inleveren voor weer een subsidieronde. Van het een komt vaak toch het ander. Een man als Ben Feringa is wat dat betreft een echte prijzenmachine. Of mijn voorganger Hans Clevers. Een aaneenschakeling van prijzen en eerbetoon.'

Grootste klapper voor zowel Feringa als Clevers, in elk geval gerekend in geld, was de Spinozapremie, in respectievelijk 2004 en 2001, goed voor 2,5 miljoen euro elk. Wie in Den Haag de woordvoerders van de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek kwaad wil maken, moet het in dat verband hebben over de 'Nederlandse Nobelprijzen' voor de premies die dit NWO jaarlijks toekent aan een handjevol toonaangevende Nederlandse onderzoekers, aangewezen door een internationale jury.

De Spinoza-uitreiking gebeurt onder grote persbelangstelling en in een bepaald prestigieuze sfeer, doorgaans in de Grote Kerk in de residentie en soms uit handen van de koning zelf. De meeste onderzoekssubsidies worden met beduidend minder glitter en glamour uitgereikt.

Maar nee, heet het steevast, de Spinoza is géén prijs, en zeker geen vaderlandse Nobelprijs. Het is een prémie, bedoeld om uitstekende onderzoekers armslag te geven en vrijheid in hun onderzoek. Een bevrijding, paradoxaal genoeg, van de eindeloze dwang om geld binnen te hengelen bij ERC en NWO zelf, via subsidierondes. Daaraan meedoen kost veel tijd, en de kans op succes is zelfs voor sterke onderzoekers misschien één op vijf tot tien. De alledaagse wetenschap, kortom, is een wedstrijd die vrijwel alleen verliezers kent. Des te feestelijker als de subsidie soms toch nog zomaar binnenrolt. Voor de wetenschapper. En voor de wetenschap.

Meer over