Hoe lager de rang, hoe meer vrouwen in de wetenschap

Het aandeel van vrouwen in de Nederlandse studentenpopulatie mag bij de meeste studierichtingen de 50 procent inmiddels ruimschoots zijn gepasseerd, die ontwikkeling komt amper tot uiting in het hooglerarenkorps....

De feminisering van de wetenschap neemt toe naarmate men verder afdaalt langs de rangen. Maar zelfs op het laagste niveau, dat van aio (assistent-in-opleiding), vormen vrouwen nog een minderheid. Wat vrouwenparticipatie betreft, doen de Nederlandse universiteiten het nauwelijks beter dan bijvoorbeeld Pakistan, Botswana en Iran.

Sommige vrouwen ervaren de universiteit als een masculiene samenleving, en de wetenschap als een competitieve bezigheid waarvoor de man beter zou zijn geëquipeerd. Een meer gangbare opvatting is dat recente bezuinigingen en reorganisaties leidden tot de verdwijning van deeltijdfuncties en tot een grotere honkvastheid in de hoge echelons.

Aangezien het bij ongewijzigd beleid nog eeuwen kan duren voor de samenstelling van het hooglerarenkorps overeenkomt met die van de overige bevolking, trachten de universiteiten het vrouwelijk talent versneld te laten doorstromen. In de praktijk komt hier weinig van terecht. De onwil (of het onvermogen) van de universiteiten om wetenschappelijk werk in deeltijd te laten verrichten, geldt als de grootste hindernis voor vrouwenparticipatie.

Meer over