InterviewArie van den Berg

Hoe dierentuinen ontstonden en hoe ze verder moeten: ‘Laat de leeuwen los in de Oostvaardersplassen’

De tentoonstelling van een olifant in Venetië. Alle beelden komen uit De leeuw van Alpi van Arie van den Berg.  Beeld
De tentoonstelling van een olifant in Venetië. Alle beelden komen uit De leeuw van Alpi van Arie van den Berg.

Arie van den Berg schreef een biografie over een mysterieuze en succesvolle 18de-eeuwse dierenhandelaar. Het werd meer nog een portret van ‘de peuterjaren van de dierentuin’.

De schrijver Louis Ferron stelde hem ooit voor aan diens vrienden: ‘Dit is Arie van den Berg. Hij weet alles over alles wat onbelangrijk is.’ Daar lijkt het inderdaad op, maar het mooie is dat ook ogenschijnlijk onbelangrijke zaken betekenis kunnen krijgen. Zo is het met Van den Bergs net verschenen boek De leeuw van Alpi, een ‘biografie van een schaduw’, zoals de 72-jarige dichter en schrijver Van den Berg het zelf noemt. Ga maar na: Antonio Alpi was een 18de-eeuwse dierenhandelaar uit Italië. Met olifanten, neushoorns en rendieren trok hij heel Europa door, deels om ze tentoon te stellen op kermissen, deels om ze te verhandelen aan houders van ‘menagerieën’, de voorlopers van dierentuinen. Alpi was succesvol: hij verkocht dieren aan de keizer van Oostenrijk en aan Lodewijk Napoleon. Goethe is bij hem langs geweest.

 Strooibiljet in Utrecht, 1806. Beeld
Strooibiljet in Utrecht, 1806.

Praktisch punt: er is vrijwel niets bekend over Alpi. Geen geboorte- en sterfdata, geen dagboeken of portretten, niets. Zoals Van den Berg schrijft: ‘De biografie van Alpi’s neushoorn liet zich vollediger achterhalen dan die van hemzelf.’ Van den Berg, nieuwsgierig tot op het bot, deed vijftien jaar onderzoek en schetst in zijn boek en passant ‘de peuterjaren van de dierentuin en de jeugd van de biologie’. ‘In 1633 kwam de eerste dromedaris in Amsterdam. Stel je voor: mensen wisten nog helemaal niets. Stadsbewoners kenden hooguit wat paarden, wat koeien en schapen, ratten en eenden. En dan komt er ineens een man de haven in met een vreemd beest met een bult. Logisch dat massa’s uitrukten’.

Van den Berg (‘Dolk op wieken in een jasje van kobalt’, dichtte hij ooit over de ijsvogel op het blauwe biljet van 10 gulden) kwam Alpi op het spoor vanuit een andere liefhebberij: hij is verzamelaar van oud populair drukwerk. Zo kocht hij herhaaldelijk, voor niet weinig geld, een zogeheten ‘strooibiljet’, drukwerk waarop een evenement werd aangekondigd, inclusief een lijst met welke uitheemse dieren er, ook in Nederland, te zien waren. Van den Berg: ‘Zo ontdekte ik dat ene Antonio Alpi in 1785 drie rendieren bezat, en in 1806 een complete menagerie. Dan begin ik me af te vragen wie dat was en wat er in die jaren is gebeurd.’

Een olifantenpaar van ­Antonio Alpi. Beeld
Een olifantenpaar van ­Antonio Alpi.

Er loopt een rechtstreekse lijn tussen handelaren als Alpi en de dierentuinen die we nog steeds kennen. ‘Alpi heeft in 1799 het assortiment van de Weense Tiergarten Schönbrunn veranderd, nog altijd de mooiste en ruimste dierentuin die ik ken. En de menagerie van koning Lodewijk Napoleon is begonnen met dieren van Alpi.’

Zijn schets over die tijd tekent ook de sfeer waaruit de huidige dierentuinen voortkwamen. Van den Berg: ‘Van oudsher vraagt de mens zich bij dieren af: wat kan ik ermee? Een dier kon voor je werken, of je kon het eten.’ Uitheemse dieren werden, na het ontstaan van de grote zeevaart, al snel diplomatieke smeermiddelen voor staatshoofden, die ze elkaar cadeau deden voor hun menagerieën. Tegelijk groeiden collecties uit tot semiwetenschappelijke privédierentuinen voor genootschappen van welgestelden en hooggeplaatsten. Het welzijn van de dieren stond daarbij zelden voorop: kritiek op te krappe behuizing is er altijd geweest. Er werd nog weleens een neushoorn gegeten, zoals Van den Berg ook het gerucht opschrijft dat de eerste directeur van Artis, Reindert Draak, het vlees en fruit voor de dieren in eerste instantie zelf opat.

Ook Artis had een wetenschappelijke opzet, beschrijft Van den Berg. Pas in 1852 ging de poort open voor publiek, alleen in september mocht het voor een kwartje komen kijken. ‘Een echte publieksattractie werden dierentuinen pas in de 20ste eeuw’, zegt de biograaf.

Een oordeel over die omgang met dieren geeft Van den Berg niet in zijn boek. We moeten die bezien in z’n tijd, zegt hij. Bovendien: ‘Uitgesproken standpunten bieden meestal weinig ruimte voor nuances.’

Natuurlijk volgt hij de discussies over dierentuinen en het lot van de drie leeuwen in Artis geboeid. Die leeuwen zitten er te krap, het Kerbert-terras is sterk verouderd. ‘Maar dat ziet Artis zelf ook in.’ Van den Berg heeft wel een uitgesproken standpunt over de toekomst van de dierentuin: ‘Het experiment Oostvaardersplassen is finaal mislukt. Het is een miese, onverzorgde achtertuin in een vinexwijk. Mijn voorstel: handhaaf het waterdeel met vogelreservaat dat wel geslaagd is, en laat een paar goede tuinarchitecten van die miezerige vlakte een savanne maken. Laat er de leeuwen los, geef de olifanten er de ruimte van tien, twintig voetbalvelden – die is daar. Hekken erom, parkeerplaats erbij, en je hebt een prachtig project dat de ruimte krijgt die het nodig heeft.’

De leeuw van Alpi, 1808.  Beeld
De leeuw van Alpi, 1808.

Het fenomeen dierentuin is niet uit de tijd, zegt Van den Berg, de educatieve en conserverende functies bestaan nog steeds. ‘Aan YouTube en Wikipedia heb je niet genoeg om wilde dieren te kunnen bestuderen.’ Vandaar dat hij ervoor pleit om diverse attracties te behouden op de huidige locaties: ‘Laat Artis zich beperken tot Micropia, het museum, aquarium, insectarium, de reptielen, de vogels en de apen. Maar verplaats de grote dieren. Ik heb in Artis nog een nijlpaard gezien en een zeekoe. Die zijn er al niet meer. En terecht: een nijlpaard moet je een groot moeras geven. Een neushoorn moet kunnen banjeren, met een poel om te dollen.’

Een gecompliceerde discussie, erkent Van den Berg. Het belangrijkste voor een dierentuin, zegt hij, is te voorkomen dat dieren zich vervelen. ‘Dat gevaar ligt op de loer, als ze niet hoeven te roven voor eten. Maar een kennis van mij zegt dan: als ik een leeuw was en ik kon kiezen tussen het krappe Kerbert-terras of een ruime woestijn waar nooit iets te vreten langskomt, dan zou ik het wel weten.’

null Beeld Atlas Contact
Beeld Atlas Contact

Arie van den Berg: De leeuw van Alpi. Handel en wandel van een beestenman. Atlas Contact, Є 24,99.

Meer over