'Hier heerst de angst voor het provincialisme'

Het land van koopman en dominee wordt geplaagd door een onbestemd onbehagen. Gaan we verloren in de Europese maalstroom? Worden we overspoeld door vreemde buren en vreemde culturen?...

MICHAEL ZEEMAN

VOOR alles wil hij duidelijk maken dat hij er grote moeite mee heeft kwade dingen over Nederland te zeggen, als een soort nulpunt of ondergrens voor het vraaggesprek. Want hij heeft persoonlijk veel aan Nederland te danken.

'En dat komt niet alleen omdat ik er heb leren praten', zegt de Vlaamse, of beter: de Brusselse schrijver Geert van Istendael.

Ja, hij heeft zijn taal aan Nederland te danken.

'Als mijn ouders niet op tijd uit Brussel naar Utrecht verhuisd zouden zijn, dan praatte ik nu Frans.'

Maar Nederland is voor hem bovenal het land dat zijn boeken een warm onthaal bereidde - zijn boeken over Brussel en België, zijn dichtbundels en zijn zoëven nota bene op de longlist voor de Generale Bank-prijs terechtgekomen roman Altrapsodie.

De hartelijke ontvangst van zijn boeken komt, gaandeweg het gesprek, telkens als een karakteristiek voor Nederland en de Nederlanders terug. 'Wat me altijd ontroert in Nederlanders', zegt Van Istendael, 'is hun grote generositeit. Ze zijn vriendelijk, open en heel ruimhartig in het je mededelen van dingen. Ze zijn bereid om te luisteren, maar misschien komt dat omdat ik een buitenlander ben. Want dat ben ik, als ik er ben: ik ben er buitenlander in mijn eigen taal.'

- Is het werkelijk prettig, die typisch Nederlandse bereidheid je hun mening mee te delen?

'Hun mening geven, en dan ongevraagd? Dat is iets anders. Daar heeft de omwenteling van de jaren zestig een fatale invloed op uitgeoefend. Heel de gereserveerdheid en stijfheid van de Hollanders, zoals die mij als kind geleerd is, is verdwenen. Die is omgeslagen in een soort branie en gebrul, die voor ons Vlamingen moeilijk te pruimen is.

'Dat is de achterkant van de debatcultuur die jullie hebben: je mening geven ook als je er geen hebt, ook als niemand erom gevraagd heeft. Dat kennen wij niet.

'Maar het loopt terug. Wat ik vroeger in Nederland heb meegemaakt, juist na die diep snijdende veranderingen van de jaren zestig, heeft zijn tijd alweer gehad. Dat je met een paar mensen in een kroeg rustig zat te praten en dat er ongevraagd iemand aan je tafeltje bijschoof die al even ongevraagd een van de vrouwen uit het gezelschap begon te versieren.'

- Maar hoe ziet Nederland er nu uit, vanuit het zuiden bezien?

'Slecht, ronduit slecht.

'Mij verbijsteren de rauwe uitspraken van Vlamingen over Hollanders. De scheidslijn tussen dat en haat is een dunne potloodstreep geworden, terwijl het omgekeerde niet meer waar is: de laatdunkende toon van Hollanders als ze over Vlamingen spreken.

'De Nederlander overstroomt ons sedert enkele jaren met liefde, maar wij motten hem niet. Dat stuit mij tegen de borst. Ik ken nogal wat verlichte Vlamingen die geen onvertogen woord zouden zeggen over Marokkanen, maar wel over Hollanders.'

- Hebben wij aanleiding gegeven? Bijvoorbeeld in de wijze waarop onlangs de ABNAmro probeerde de Generale Bank over te nemen?

'Als je kijkt naar hoe die mijnheer Kalff is opgetreden, dan zie je wat mijn grootste bezwaar is tegen Nederland. Nederlanders denken namelijk dat het buitenland is zoals Nederland: Nederland is goed, we zullen niet aannemen dat het buitenland slecht is, ergo het buitenland is net zo als Nederland.

'Ik word bovendien ziek als ik mijnheer Kalff hoor spreken over ''transparant zaken doen''. Dat bestaat niet: je doet alleen schurkachtig zaken. De kapitalist is een meneer die zegt ''we moeten een vrije markt hebben'', en vervolgens de kamer uitgaat en probeert die vrije markt te wurgen in zijn voordeel.

'Ik wil nog wel aannemen dat de bakker hier verderop in de straat geen spelden in mijn brood zal bakken, maar zoiets abstracts als bankieren ''transparant'' noemen? Dat is iets typisch Nederlands.'

- Is dat ons befaamde gebrek aan wantrouwen jegens de buitenwereld?

'Zelfs een zendeling of een missionaris deed zo stom niet. Al die brave jongens hier uit de Kempen of West-Vlaanderen, die onder de koe vandaan kropen om zes jaar Latijn en allerlei Afrikaanse talen te gaan leren en vervolgens naar Afrika of Amazonië afreisden, accepteerden dat de mensen daar anders leefden. Waarom zou je dat dan niet ook onmiddellijk buiten je eigen grenzen doen?'

- Zie jij het verschil meteen als je de grens passeert?

'Ogenblikkelijk. Ik maak er in de trein naar Amsterdam vaak een spel van: is het hier of is het hier? Je kan het bijna tot op de meter vaststellen. Je weet meteen dat je in Nederland bent. Dat ligt aan de architectuur en aan de ruimtelijke ordening: jullie hebben een ruimtelijke ordening sinds het begin van de eeuw, wij sinds 1962 - en wat voor een. Daarom is het bij jullie netjes en rationeel, en bij ons een gribus.

'Je ziet het ook meteen aan de winkels. Ik kan hier geen Berenburg kopen, en zodra ik over de grens ben meteen. Wij hebben hier vrijwel geen slijterijen, jullie overal. Je ziet het aan het brood, ja, eigenlijk aan alles. De verschillen zijn immens.'

- Aan de kleding?

'Meteen, al is het iets verbeterd. Vroeger gingen jullie in lompen gehuld. En al wordt het beter, dat is iets waar ik in Nederland veel moeite mee heb.

'Ik herinner mij dat ik in 1987 in Rotterdam was, voor Poetry International. Die stad fascineert mij enorm, dus ik begaf mij op straat. Ik kwam op de Lijnbaan, waarvan ik ook niet wist wat het was, en ik geloofde mijn ogen niet: heel de Lijnbaan liep vol vrouwen en kinderen in pastelkleurige trainingspakken. Allemaal.

'Alsof het Chinezen waren in Mao-pakjes. Maar ze waren wel vrolijk, want ze hoorden erbij. Dit was hun vrijheid. Ik liep er natuurlijk altijd gekleed als een domineeskind bij, hoewel ik katholiek ben. Mij beangstigt dat: niemand die iets anders aan heeft.

'Het is bekend uit de reclamewereld: je moet reclame voor een nieuw product eerst uitproberen in Nederland. Lukt het daar niet, gooi het dan weg, want dan lukt het nergens. Dat is de weg van de minste weerstand waar Nederland goed in is. Het dogma wordt er vrijheid genoemd.'

- Terwijl wij onszelf juist voor kosmopolitisch houden, voor open, met Amsterdam als boegbeeld van dat levensgevoel.

'Amsterdam is een stad die mij na aan het hart ligt. Alleen al doordat het zo'n mooie stad is - al zouden ze die belachelijke lichtjes rond de bruggen moeten verwijderen. Maar een wereldstad is het natuurlijk niet. Dat is zelfs Brussel niet, al maakt dat er meer aanspraken op doordat het de grootste stad is van ons taalgebied, het tweetalig is en er 35 procent buitenlanders wonen.

'Het kosmopolitisme van Nederland is de zonnige kant van het beschaamd zijn van zichzelf. Het is de angst voor het provincialisme: we willen toch niet zo klein zijn als we eruit zien. Terwijl we zo klein zijn als we eruit zien: ik ben een Vlamingske - en daarna kun je beginnen te bouwen.

'De grote angst voor een Nederlandse intellectueel is provinciaal te lijken. Die vind ik onterecht, want wij zijn allen provincialen. Dat is je uitvalsbasis.

'In Nederland uit die angst zich ook door panisch in Amsterdam te gaan wonen, in plaats van in Groningen - ik noem maar wat. En door precies die taalkleuring over te nemen.'

- Net zoals we ons aanpassen door Engels te gaan spreken?

'Ja, en wat voor Engels: het is vaak heel twijfelachtig van kwaliteit. Als een Nederlander op tien meter een buitenlander ruikt, begint hij meteen Engels te spreken, terwijl het helemaal niet gezegd is dat die buitenlander dat ook doet of dat die buitenlander geen Nederlands spreekt. Van mijn vorige uitgever kreeg ik brieven in het Engels, domweg omdat ik in het buitenland woon.

'En, omgekeerd, gaan jullie naar het buitenland bepakt en bezakt met voordeelpakken pindakaas. Ik begrijp daar niets van: ik ben de gelukkige bezitter van een huisje in Frankrijk. Mocht ik daar iets te verbouwen hebben, dan haak ik geen aanhangwagentje aan mijn auto met bouwmaterialen, een ingepakte loodgieter erbij, maar versta mij met de plaatselijke middenstand.

'Nederlanders niet. Die willen dat het buitenland zich aan hen aanpast, als het niet hetzelfde is.'

Michaël Zeeman

Meer over