ColumnGeorge van Hal

Het water op aarde grotendeels afkomstig van de zon? Dat zit zo

null Beeld
George van Hal

De aarde is nat. Of je nu een koud glas water in één teug leegdrinkt, een verkwikkende ochtenddouche neemt, een stevig baantje trekt in zwembad of rivier, of – als minder fijne tegenhangers – te maken krijgt met de destructieve kracht van een tsunami of een gevaarlijke overstroming, op onze planeet is H2O overdadig aanwezig.

Tel het allemaal bij elkaar op en er klotst – ruwe schatting – zo’n 1.386.000.000.000.000.000.000 liter over, op, onder en in de aarde. Gelukkig maar. Want zonder al dat water waren wij – wandelende, biologische waterzakken – er natuurlijk nooit geweest. Laat staan al het andere leven om ons heen.

Die weelderige waterpartijen zijn overigens geen gegeven. Kijk maar elders in het zonnestelsel. De maan, Mars, Mercurius, Venus? Kurkdroog. Ja, je vindt als je heel goed zoekt met geavanceerde wetenschappelijke meetapparatuur heus wat spoortjes water hier en daar. Een verdwaald stukje ijs, wat ondergronds spul, maar veel valt er echt niet te bekennen.

Het is dus niet zo vreemd dat wetenschappers zich al langer afvragen waar al dat aardse water dan vandaan komt. Tot een internationale groep astronomen deze week in vakblad Nature Astronomy een nogal opvallende bron meldde. Volgens hen is het water op aarde voor een groot deel afkomstig van, hou je vast… de zon.

Huh? Wacht. Maar... hoe kan een loeihete plasmabol nu in vredesnaam voor water zorgen op een plek die bovendien ook nog eens een kleine 150 miljoen kilometer van zijn oppervlak verwijderd is? Dat zit zo.

De zon is uiteraard geen sproei-installatie die over kosmische afstanden de aardse gazons nat houdt en de oceanen gevuld. Wat er in werkelijkheid is gebeurd, is iets subtieler.

Computertekening van water en kleine stofdeeltjes die op de jonge aarde vallen. Beeld University of Glasgow/Shutterstock
Computertekening van water en kleine stofdeeltjes die op de jonge aarde vallen.Beeld University of Glasgow/Shutterstock

Het begint met de zogeheten zonnewind, een continue stroom geladen waterstofdeeltjes – de H uit H2O – die vanaf de zon de ruimte in waaien. Raken die deeltjes het zuurstof (O) in een kosmisch stofkorreltje, dan kan water ontstaan. Dat dat in de praktijk ook gebeurt, hebben de onderzoekers bovendien bevestigd in een korreltje van de verre planetoïde Itokawa, dat daar in 2010 is verzameld door de Japanse sonde Hayabusa.

Al langer werd overigens gedacht dat het aardse water ná het ontstaan van onze planeet hier is afgeleverd. Astronomen vermoedden dat ingeslagen planetoïden de bron waren, maar het water daarin blijkt relatief veel deuterium te bevatten – ook wel bekend als ‘zwaar waterstof’ – en dat zien we op aarde niet terug. Water dat vanuit de ‘gewone’ waterstof in zonnewind ontstaat, heeft dat probleem niet.

Denk daar de volgende keer dat je verkleumd door de regen fietst eens over na: het water dat op je regenjas of paraplu valt, werd lang geleden geboren in een botsing van zonnewind en ruimtestof, en spatte daarna vanuit het heelal op de aarde. Een kosmisch wonder dus eigenlijk, zo’n buitje.

Meer over