Het vooroudervirus waart rond

Pieter Evenblij verloor vijf kinderen en hé, Jan was notaris. Als je op het spoor bent van je stamboom, kom je nooit meer los....

Nooit voelde ik de behoefte om mijn voorouders te zoeken. Er was wel dat geheimzinnige kistje van `tante Cor` met oud speelgoed, paperassen en borduursels en mijn opa was banketbakker. Maar hoe heette die ook alweer?

Het schrijven van een artikel over genealogie maakt het wel verleidelijk eens te kijken naar de voorouders `Evenblij`. Dat is niet van gevaar gespeend, zo blijkt.

`Je kunt beter verslaafd zijn aan coke dan aan stamboomonderzoek. Van coke kun je afkicken, van de zoektocht naar je voorouders niet.` Bert Trap, voorzitter van de Nederlandse Genealogische Vereniging, zegt het niet louter als grap.

Zijn vereniging werd vlak na de oorlog opgericht, toen de genealogie nog sibbekunde heette en vanwege het nazidom in een kwade reuk stond. Nu pluizen, volgens een ruwe schatting, honderdduizend personen in Nederland geregeld tot fanatiek hun stamboom uit.

Traps eigen speurtocht bracht hem en zijn vrouw uiteindelijk voor hetzelfde altaar in het Engelse Coggeshall waar 410 jaar geleden zijn voorouders elkaar het ja-woord gaven. Vlak voordat ze, als Pilgrim Fathers, naar Nederland vluchtten. Een toevallige ontmoeting met een Trap van Texel inspireerde de gepensioneerd burgemeester van Heerjansdam. `Ik zal wel afstammen van een schapenboer van Texel die in Leiden rond de veemarkt is blijven hangen, dacht ik. Het pakte dus anders uit.`

Schutterspenningen

Het sibbe-virus besmette Trap, zoals zovelen. `Ik heb nu schutterspenningen en boeken die door mijn voorouders zijn gemaakt. Kleine familiegeschiedenissen maken de genealogie zo interessant.`

Studiezalen van archieven en bibliotheken zitten vol met vooral grijzende personen. Ze bladeren in doop-, trouw- en begrafenisboeken, bevingeren kaartenbakken, turen naar schermen met microfiches of dromen weg boven naar vervlogen tijden geurende geschriften.

De archieven zijn er blij mee, want bewaren is duur. Om bezoekers te trekken, stellen ze hun collecties meer open, ook via internet. Genealogen zijn inmiddels hun grootste gebruikers.

`Genealogisch onderzoek kan iets toevoegen aan een familie, er komt een dimensie bij`, zegt Nico Plomp, adjunct-directeur van het Centraal Bureau voor Genealogie (CBG) in Den Haag. Maar, waarschuwt hij, `de belangrijkste drijfveer wordt het zoeken zelf, de sensatie van het vinden, de vragen die daaruit oprijzen. Er zijn mensen die decennia doorbrengen met het invullen van de kwartierstaat van hun familie. Je kunt je er helemaal in verliezen.`

Het CBG is voor velen een goed beginpunt. Opgericht in 1945 wordt het voor de helft bekostigd door het rijk en de rest door dienstverlening en bijdragen van dertienduizend `vrienden`. Het bevat talloze genealogische collecties, bronnen en handschriften, maar het hart vormen de bijna zes miljoen persoonskaarten uit de gemeentelijke bevolkingsadministratie en vanaf 1994 de elektronische opvolger daarvan. Verder zijn er uit diverse gemeente-archieven microfiches beschikbaar.

`De genealogie is meer familiegeschiedenis geworden. Vroeger was het vooral stamboomonderzoek, voor voorname families`, zegt Plomp. Nu is het vak gedemocratiseerd.

`Mede door internet zijn er zoveel mogelijkheden dat eigenlijk iedereen er wel wat aan kan doen. `De eerste les is dat je niet direct je hele familie moet willen uitzoeken. Begin bijvoorbeeld met alleen de vaderlijke lijn.`

Een search naar `Evenblij` in de catalogus van het CBG geeft twaalf hits, inclusief vijftien bladzijden met overlijdens-, geboorte- en huwelijksadvertenties van 1801 tot 1970. Verzameld en geknipt door honderden vrijwilligers.

Kelders

Maar Plomp neemt me eerst mee naar de kelders van het gebouw voor de meest recente geschiedenis. Hij trekt de persoonskaart van mijn overleden vader uit het immense archief. Die onthult niet alleen geboorte, trouw- en sterfdata maar ook de woonadressen en namen van kinderen, echtgenoten en ouders. De ene kaart leidt naar de andere en binnen een mum van tijd zijn we via opa Klaas (banketbakker, geboren in Leimuiden) bij Jan Evenblij. Maar wanneer en waar deze geboren is, staat er niet bij.

Het op microfiche aanwezige gemeentearchief van Leimuiden biedt uitkomst. Daar wordt Klaas in 1873 aangegeven door een 29-jarige timmerman Jan Evenblij. Maar verder geen spoor.

`Je moet ook niet te veel verwachten in korte tijd`, troost Plomp, als ik met mijn familie-advertenties het pand verlaat. `Er zijn veel andere bronnen. De kerkelijke van doop, huwelijk en begrafenissen gaan terug tot 1700, soms 1600 en met de administratie van onroerend goed en rechtspraak over burenruzies en financiële conflicten kom je soms nog verder.`

Gelukkig kom ik uit het westen van het land waar veel bronnen zijn en heb ik een weinig voorkomende naam. Een De Jong uit Drenthe heeft het een stuk moeilijker. Ik raak gefascineerd door de kleine familieberichten die ik meekreeg.

Een Pieter Evenblij verliest in enkele jaren tijd vijf kinderen. Anna Helena (22 jaar) is `op het alleronverwachts, op eene reis naar Ameland door een ongelukkig toeval overleden`. De fantasie slaat op hol. Namen die ik eerst aantrof als kind of huwelijkskandidaat, komen elders terug als ouder of overledene.

Ik leg verbanden. Teken tot diep in de nacht schema`s en weet via een overlijdensadvertentie door te stoten van Jan, de timmerman uit Leimuiden, naar diens vader Klaas in Zaandam. Ik Google en zoek in elektronische archieven, maak dankbaar gebruik van stukjes Evenblij die anderen in hun eigen familie-stamboom hebben gevonden. Allemaal nutteloze kennis. Ik lijk wel gek; het sibbe-virus?

Ik kom uit bij weer een andere Jan Evenblij, notaris te Uitgeest en Westzaan. Overleden in 1836 op ruim 75-jarige leeftijd. Goh, een notaris, zelfs burgemeester van Zaandam en dijkgraaf geweest. Zou het waar zijn? De verdronken Anna Helena blijkt zijn dochter en was waarschijnlijk op weg naar de schoonfamilie van haar broer Pieter Frederik. En de vader van notaris Jan zou wel eens ene Johannis kunnen zijn. Geboren rond 1727. Ook notaris, maar dan in Gouda.

`Vertrouw nooit het internet of werk van anderen. Ga altijd terug naar de oorspronkelijke bronnen`, zeiden Plomp en Trap. Dus naar het Zaanse archief in Koog-Zaandijk.

Naar René Bont van Zaanstreek-Waterland, een van de 28 regionale afdelingen van de tienduizend leden tellende NGV. Het is die avond spitsuur in de studiezaal. Mensen lopen af en aan tussen de kerkboeken, bakken met microfiches en andere naslagwerken.

Filmpje

NGV`er Bont is met 49 jaar relatief jong. Hij raakte ooit burnout. Toen heeft hij alle `Bonten` uitgezocht en met genealogische software op internet gezet. `Ik ben tot 1756. Ik voeg ook illustraties, geluidsfragmenten en zelfs video toe. Zoals een oud filmpje waarop mijn vader staat.`

Bont is niet op zoek naar zichzelf, maar raakte geïntrigeerd door een fotootje van zijn opa. `Door dit onderzoek gaat zo iemand leven. Hij was steenhouwer, veel grafmonumenten in Wormerveer-West zijn door hem gemaakt. Ik ging geregeld nachten door, het was ook een soort arbeidstherapie. Maar het is gebleven.` Nu werkt Bont als archivaris bij de gemeente.

Uit de DTB-registers, zoals de kerkelijk doop-, trouw- en begrafenisboeken heten, en het overlijdensregister van de burgerlijke stand, blijkt dat voorvader Jan precies in de uitgestippelde lijn past. Hij was inderdaad ooit burgemeester van Zaandam. Zijn handtekening staat onder een flink aantal akten van de burgerlijke stand. Ik zie ook de overlijdensakte van zijn dochter Anna Helena.

En Jan komt uit Gouda, waar zijn vader Johannis ook notaris was, zoals al werd gesuggereerd door de oude krantenknipsels. Voor een vervolg van de stamboom vóór 1727 moet ik naar de Goudse archieven. Die nacht heeft het sibbe-virus me weer te pakken. Met de nieuwe informatie en het internet vul ik lege plekken. Zo kom ik erachter wie mijn tante Cor was.

Het is al bijna ochtend als ik haar kistje open. Voorzichtig haal ik de documenten eruit. Feestliederen en menu`s voor bruiloften, afrekeningen van scheepsladingen, aktes van voogdij over minderjarige wezen, brieven aan advocaten. Gulzig zuig ik de informatie op.

Ik herken namen, plaatsen, adressen. De tijd neemt me mee. Buiten wordt het licht. Is er geen vaccin?

Meer over