Het vooroudergevoel (Gerectificeerd)

Met schoolprenten van tekenaar J.H. Isings als leidraad schreven Jan Blokker en zijn twee zoons hun eigen canon: Het vooroudergevoel, over 'halteplaatsen' in de vaderlandse geschiedenis....

'Ik weet nog goed hoe boos mijn vader was', zegt Bas Blokker. 'Boos over het losschroeven van het bordje Paul Krugerplein in Amsterdam-Oost. Boos omdat op die plaats het bordje Steve Bikoplein werd opgehangen.'

'Schandalig was dat', zegt zijn broer Jan Blokker jr.

Bas: 'Ik vind het helemaal niet schandalig.'

Broer Jan: 'Jawel. Ongehoord!'

Bas: 'Luister, zo gaat de geschiedenis. Die gaat voortdurend over alles heen. Zolang iemand als pappa maar opschrijft: laten we ons herinneren dat het ooit Paul Krugerplein heette en dat we honderd jaar geleden trotser waren op iemand die negers in elkaar sloeg dan op negers die zich later bevrijdden van blanken. Dat is alle twee geschiedenis.'

'Mijn woede', zegt Jan Blokker sr. nu, 'had te maken met de modieusheid van het politiek correcte. Politiek correct mag best, tot het moment dat ik ertegen ben.' Daverend gelach. 'Maar', zegt Blokker sr. er direct bij: 'Bas heeft in wezen gelijk. De geschiedenis is nu eenmaal een grote opeenstapeling van lagen die over de vorige gesmeerd worden.'

Zoals graven die worden geruimd om plaats te maken voor nieuwe? Exact, zegt Bas. Over tien jaar weet toch niemand meer wie Vestdijk was? 'En het wordt nog erger. Over dertig jaar heeft niemand meer van Hermans gehoord. Die boeken worden haast niet meer gelezen. Dat is verschrikkelijk maar waar. Die boeken zijn dan geschiedenis.'

Drie Blokkers hebben zojuist hun ménage à trois afgerond. NRC Handelsblad-redacteur Bas (1963), rector en geschiedenisleraar Jan jr. (1952) van de OSG West-Friesland in Hoorn en hun vader, Volkskrant-columnist Jan (1927), zijn de auteurs van een prachtboek over de vaderlandse geschiedenis, aan de hand van icoonachtige herinneringsbeelden die bij hele generaties leerlingen zijn beklijfd: de schoolplaten van J.H. Isings, de man die vooral de glorie en het heldendom van ons verleden vastlegde - van Jan Pieterszoon Coen tot Johan de Witt.

'Die onsterfelijke voorouders eigende Isings zich toe' (Blokker sr), uitgaand van maar één archetypische Nederlander, van de eerste Germanen langs de Rijn tot aan de trekschuitpassagiers uit de 19de eeuw. 'Hij deed het rolmodel naarmate de eeuwen vorderden alleen een ander jasje aan.' Voor een 17de-eeuws schip met bollende zeilen plantte de tekenaar een stok met dwarslat en laken in z'n tuin en zette de stofzuiger er achterstevoren bij.

Het boek Het vooroudergevoel zou een eenmansproject worden, als Blokker sr. in het recente verleden niet door ziekte was geveld. De uitgeefster kwam langs en zei: maar je hebt toch een zoon? Antwoord: 'Het is erger, ik heb er twee en die zijn allebei gediplomeerd historicus.' Ze kwamen tot een verdeling, uitgaande van dertig opeenvolgende tijdstippen uit het verleden - 'met de uitstraling van dat moment eromheen'. Geen vrees voor 'dode' momenten. Jan sr.: 'Wanneer Bas als kind met de tram van Amsterdam-Zuid naar De Bijenkorf ging, verdeelde hij alles onderweg in haltes, maar wat ertussenin zat onthield hij niet. Zo ontstond het idee: we maken letterlijk 'halteplaatsen', keystones, Sternstunden.

Het is als een goeie Studio Sport-samenvatting, zegt Jan sr. 'Godzijdank heb ik de hele wedstrijd niet hoeven zien.'

'Louter hoogtepunten', zegt Jan jr.

'Een wedstrijd die in 0-0 eindigt', zegt Bas.

Nooit, benadrukken de zoons, is er pressie, laat staan dwang op ze uitgeoefend om geschiedenis te gaan studeren. Wat er in de boekenkast stond deed genoeg, zegt Jan jr. 'Mijn zoon heeft twee ouders die historicus zijn en hij zegt: alles van geschiedenis weet ik van jou of van opa. Dát is het. Er werd altijd over geschiedenis gepraat. Altijd met plezier.'

Bas: 'Toen ik studeerde, had ik andere plannen. Maar dan was het: maak éérst je studie af. Dat komt doordat híj (Jan sr.) dat niet heeft gedaan. In dit boek wou hij opschrijven dat hij maar enkele jaren geschiedenis had gestudeerd.'

Jan sr.: 'Ik als enige amateur, haha.'

Bas: 'Hebben we eruitgehaald. Dat is bescheidenheid die grenst aan koketterie.'

Lootjes hoefden ze niet te trekken. Zo van: ik de Middeleeuwen, jij de prehistorie. Dat tekenaar Isings vooral de nationalstolz van de Gouden Eeuw uitbeeldde en niet de bloedweg van Daendels, laat staan het wegvoeren van joodse landgenoten door Hollandse WA-mannen, maakt hem bij uitstek tot een feel good-performer. Kijk naar 'De Noormannen bij Dorestad', zegt Bas. 'Er wordt geplunderd en gemoord, en wat tekent ie? Triomferende, juichende Vikingen! Omdat we zo begaan zijn met onze medemensen, is ons geschiedbeeld teruggekanteld naar de slachtoffers. Terwijl de lol van de geschiedenis eeuwenlang de lol van de winnaar is geweest. Die kregen óók nog eens de prenten.'

Bij Isings staat geen detail dat hij niet verantwoorden kan, 'tot aan het belachelijke toe', zegt Bas. 'De schedelbouw van de hunebedbouwers modelleerde hij naar schedels die in Duitsland gevonden zijn uit dezelfde periode.' Ongelofelijk verschil met tegenwoordig, zegt zijn broer. 'Ik dwing kinderen te beschrijven wat ze zien. Kunnen ze niet. Dan zeggen ze: deze meneer is het communisme. Schrijf ik erbij met rooie pen: dát heb ik niet gevraagd.' 'Ik zeg altijd: hoe kun je de wereld leren kennen als je je eigen straat niet kent?', zegt Jan sr., die in zijn inleiding schrijft: ieder mens erft herinneringen van zijn ouders. Iedereen bezit daarmee genetisch iets als een voortijd 'waarin hij via overlevering ongemerkt hele stukken van een grijs verleden in zijn eigen biografie heeft ingelijfd'. Zo weet Bas uit verhalen tot in detail hoe zijn moeder op Java opgroeide. 'Zo ken ik nu een moslimland aan de andere kant van de wereld.'

Jan sr.: 'Karel van het Reve vroeg zich af wat er met zijn herinneringen zou gebeuren. Herinneringen aan de treurige Duitse communist Karl die Egyptische sigaretten rokend ('mooi detail') in de jaren dertig bij de Reves op bezoek kwam en later in Duitsland werd opgehangen. Soms denk ik nog weleens aan hem, schrijft Karel dan. Maar wie zal nog aan hem denken als ik dood ben? Kijk, dát is geschiedenis.' Komt ook niet iedereen in zijn/haar leven een moment tegen waarin hij/zij zich daarvan bewust wordt - de schok: nu ben ik getuige van een gebeurtenis die na mijn tijd herinnerd zal blijven?

Voor Jan sr. was dat toen de radio op 10 mei 1940 de Duitse inval meldde en zijn vader niettemin zijn jas aantrok, zijn hoed opzette, het gezin gedag kuste om de tram van even voor half negen naar zijn werk te halen; oorlog of geen oorlog. Maar hoe lang duurt het nog voordat jongeren bij het woord holocaust denken aan een nieuw soort groente, of aan een motorclub? 'Er zullen jongeren zijn die dat nu al denken', meent Jan jr., zelf specialist in Thorbecke, dus de 19de eeuw. 'Kinderen vonden die eeuw gezeik natuurlijk. Zo van: waarom moet ik dat weten over die burgerkoning, die man met die bolhoed? Achteraf krijg je brieven met: erg leuk dat ik dat weet.'

'Dat komt door de manier waarop jij het overbracht', zegt Jan sr.

Zelfs de 'zelfverklaarde meesterboef' prins Bernhard is voor Bas het bewijs van de stelling: als je het maar goed overdraagt, hoe onbetrouwbaar ook, dan luisteren mensen wel.

Jan jr.: 'Het maakt geen bal uit of je Latijn geeft, wiskunde, geschiedenis of aardrijkskunde. Als de leraar dat op een goeie manier doet, dan gaan de kinderen mee.' Er wordt naar zijn idee ten onrechte gekankerd op het onderwijs, 'ook al is er op methodes en boeken veel aan te merken'. Jan jr. geeft toe dat hij stagiaires had die Oldenbarneveldt verkeerd spelden. En Jan sr. signaleert een 'catastrofale verschuiving in dialectische zin, namelijk het verplaatsen van kennis naar vaardigheden'.

'Dat is een ramp', beaamt Jan jr. 'Een kankergezwel. En het is de dood in de pot dat de chronologie is losgelaten. Als je de chronologie weghaalt, is het hart weg. Het is een thematische brij geworden. Zo kun je nooit enig historisch besef aankweken.'

Bas: 'Daarom gaan we in ons boek ook zo braaf van nul naar 2000.'

Kinderen weten wat Havelaar-koffie is, zonder ooit iets van Multatuli te hebben gelezen. Is dat een vergissing? Nee, roepen Blokker & zoons in koor: het woord vergissing hoort in de geschiedenis evenmin thuis als het woord trots. Dat de geallieerden de spoorlijnen naar de vernietigingskampen van het Derde Rijk niet bombardeerden is geen vergissing ('dat is een onhistorische term') maar een fout of misdaad.

Ten slotte: is de coproductie voor geschiedenistijger Jan sr., als enige niet-gediplomeerde historicus van de drie Blokkers, een inhaalslag? Uitgestelde revanche? Hij gnuift. 'Goeie vraag. Ik heb nooit behoefte gehad aan prestige. Ik was voor de wetenschap niet in de weg gelegd. Amper in de journalistiek dacht ik: hier hoor ik, dit is mijn leven. Nooit het gevoel gehad: ik moet iets goedmaken.' Wat niet wegneemt dat hij alweer bezig is met een historiserend reisboek, onder de titel Waar is de 80-jarige oorlog gebleven? 'In ieder ander land zouden er opera's over gemaakt worden, schilderijen, gedichten. Wij hebben één foeilelijk beeld bij Heiligerlee, verder niks. Terwijl buitenlandse geschiedschrijvers gefascineerd zijn door dat kutvolkie dat 't geweldig-grote Spanje versloeg.'

'Zoals IJsselmeervogels wint van Ajax', zegt leraar Jan jr., die er, bewonderd door zijn vader, al vijftienduizend lesuren op heeft zitten en die tot zijn ontsteltenis Goejanverwellesluis (de aanhouding van prins Wilhelmina van Pruisen, 1787!) nergens meer op de kaart kon terugvinden. Goejanverwellesluis heet nu Hekendorp. De schoolplaat die we allemaal kennen (overigens níet van maître Isings) is terug te vinden in het lokale café. 'Als placemat voor een boterham met twee kroketten.'

Meer over