columnLisa Becking

Het mysterie van de parelkwekerij

Lisa Becking  Beeld .
Lisa BeckingBeeld .

Een grote uitkijktoren met schijnwerper. Hutten op palen zonder raam. En een militair met geweer. Dit is een gevangenis – voor oesters. Oftewel een parelkwekerij. Na jaren vergeefse toenaderingen, mag ons team eindelijk een kijkje nemen in een parelkwekerij in West-Papoea.

De perfecte parel kweken is een vieze bezigheid. De kwekerij bestaat uit rijen van zwarte boeien, uitgestrekt over kilometers wateroppervlak. Aan elke boei hangt een kooi met daarin netten vol oesters. Per stuk verpakt in een nettenzakje. De netten worden regelmatig omhooggetrokken om met de hand schoon geschrobd te worden van onwelkome begroeiing – sponzen, algen, zeepokken. Er werken honderden mensen als persoonlijke visagisten van de oesters. Eenmaal schoon gaan de oesters weer in hun zakje en terug het water in. Zelfs schoon verraadt dit groezelige dier niets van de glanzende perfectie van parelmoer binnenin.

Er hangt veel geheimzinnigheid rondom de parelkwekerij. Met name rondom de ‘nucleatie’ – het implanteren van een rond kalkbolletje (de nucleus) dat de oester instinctief inkapselt met meerdere lagen van parelmoer totdat het uiteindelijk een iriserende parel wordt. Japanse bedrijven hadden jaren het monopolie op de geperfectioneerde methode, en bewaakten die als een soort staatsgeheim. Totdat Australische spionage deze kennis naar de buitenwereld bracht, althans zo gaan de geruchten. Nog steeds zijn er maar weinig mensen die perfecte parels kunnen kweken.

We zien drie mannen zitten achter blauwe werktafels om een chirurgische procedure uit te voeren met klemmetjes, pincetten en ontsmettingsmiddel – een kruising tussen een pedicure en tandartspraktijk. Een maand na de nucleatie wordt gecontroleerd of de oester de beginnende parel niet uitgespuugd heeft. Hoe? Met een röntgenfoto! Hier staan we, in een hut op palen boven het water, omgeven door onbewoonde eilanden, zonder bereik, zonder vele basisvoorzieningen, maar wel een röntgenapparaat.

Zoals je je tas op het vliegveld laat controleren, zo wordt elke oester op de lopende band gezet, het apparaat door. In een donkere kamer zien we op een oude zwart-witte Philips televisie een grijs silhouet van de oester met een grote zwarte stip in het midden: de nucleus. Na anderhalf jaar, of zelfs langer, en ongelooflijk veel handwerk, is uiteindelijk een parel gekweekt. Eén maar per oester. Deze tweekleppigen zijn dus een langetermijninvestering. Vandaar de zware bewaking.

Voor we vertrekken, komt de manager aanzetten met een bak vol wrattige parels. Minder dan een kwart van de parels worden egaal rond, geschikt voor sieraden. De rest verkopen ze voor medicijnen, toeristenprut en cosmetica. Ieder van ons mag een prachtig imperfecte parel meenemen.

Voor degene die nu zonder ziekte in quarantaine zit: denk aan de parel. Isolatie, veel schrobben en gebruik de tijd om laagjes kennis en creativiteit op te bouwen. Ik verwacht veel glanzends aan het eind.

Lisa Becking is universitair docent mariene biologie bij de Wageningen Universiteit.

Meer over