fysiologie

Het is hier warm! Nee, koud juist! Waarom de strijd om de thermostaatknop zo hoog oploopt

Wat een prettige binnentemperatuur is, is voor iedereen anders. Daarom is er in veel huishoudens een strijd om de thermostaatknop. Valt die voor eens en altijd te beslechten? ‘Je temperatuurtolerantie is te trainen.’

Kim Bakker
null Beeld Elki Boerdam
Beeld Elki Boerdam

Een rondvraag op WhatsApp: wat is de ideale temperatuur binnenshuis? Voor vriendin 1 ligt die een stuk lager dan voor haar huisgenoot, die de woonkamer standaard op standje sauna zet, dus vlucht ze zelf naar haar slaapkamer voor verfrissing. Vriend 2 is dolbij met zijn goed geïsoleerde nieuwbouwhuis. Discussievrij zijn hij en zijn vriend niet, maar in hun vorige tochtige bovenwoning werden ze het echt nooit eens. Alleen vriendin 3 herkent de irritatie niet, naar eigen zeggen omdat ‘zij altijd ingepakt is in dekentjes en haar vriend zelfs hartje winter rondloopt in een T-shirt’.

‘Ja, de klassieke partnertwist’, zegt thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt van de Universiteit Maastricht. Hij valt maar meteen met de deur in huis: een kant-en-klare oplossing, de ideale temperatuur, die bestaat niet. Die verschilt per persoon, per seizoen, per moment op de dag, per activiteit. Wat wel bestaat, is een bereik. Een minimum en een maximum waartussen de meeste mensen wel een temperatuur vinden die ze prettig vinden. Die ligt in de winter tussen de 17 en 23 graden.

Zo kan het dus dat een liefhebber van een warm huis zit opgescheept met een huisgenoot die dol is op kou. Andersom pakt hij er nog net geen zwembroek bij als de ander de baas is over de temperatuurknop. En dan nog die energierekening, dankzij de hoge gasprijzen onvoorspelbaarder dan ooit. Wie de verwarming 1 graad lager zet, kan flink geld besparen. Maar niet voor iedereen weegt dat financiële voordeel op tegen de kou.

Wat een prettige binnentemperatuur is, is voor iedereen anders. Van Marken Lichtenbelt noemt een paar algemene verschillen: ‘Vrouwen houden vaker van een warmer huis dan mannen. Zij zijn meestal kleiner, hebben relatief minder spiermassa, een lagere stofwisseling en daardoor minder warmteproductie.’ Ook lichaamsbouw speelt een rol: ‘Mensen met obesitas hebben meestal minder last van kou en meer van de warmte. Bij dunne mensen is het juist andersom.’ Als laatste factor noemt hij de leeftijd: ‘Oudere mensen zijn kwetsbaarder en kunnen slechter tegen kou.’ Maar, zegt hij erachteraan, dat zijn gemiddelden, individueel kan het heel anders zijn.

Meebewegen met de buitentemperatuur

Dan het goede nieuws: ‘Je temperatuurtolerantie staat niet vast. Ze is zelfs heel goed te trainen.’ Daar is geen sauna-abonnement of Wim-Hof-ijsbad voor nodig, zegt hij, je kunt jezelf simpelweg laten wennen aan milde kou en warmte. Om te beginnen laat je de verwarming in de slaapkamer voortaan uit: slapen doe je toch onder een dekbed en als je het koud hebt, pak je er een extra deken of kruik bij. Zo stel je jezelf, elke keer als je de ruimte inloopt, kort bloot aan milde kou.

Thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt raadt aan om mee te bewegen met de buitentemperatuur.  Beeld
Thermofysioloog Wouter van Marken Lichtenbelt raadt aan om mee te bewegen met de buitentemperatuur.

In plaats van de hele dag in 20 graden te werken adviseert Van Marken Lichtenbelt om mee te bewegen met de buitentemperatuur. ’s Ochtends laat je de verwarmingsknop nog even met rust, buiten is het immers nog koud. Pas als de kou vervelend wordt, draai je de temperatuur wat hoger. Zo train je jezelf om om te gaan met temperatuurwisselingen gedurende de dag. Dat heeft volgens hem ook nog een andere mooie bijkomstigheid: ‘Het is prettig om te voelen dat het warmer wordt. Zelfs als dat van 16 naar 18 graden is.’

Makkelijk gezegd voor wie in een goed geïsoleerd nieuwbouwhuis met vloerverwarming woont. Daar pas je de temperatuur niet zo makkelijk aan. Marije te Kulve, die promoveerde op temperatuurhuishouding en nu werkt als binnenklimaatadviseur, legt uit: ‘Vloerverwarming reageert te traag om het snel te laten afkoelen of opwarmen. Daar is ze ook niet voor gemaakt. Juist dat constante vinden mensen prettig.’ Toch is temperatuurwisseling belangrijk, zegt Van Marken Lichtenbelt: ‘Het is wikken en wegen. Ik zou toch kijken wat er wel mogelijk is: laat de verwarming uit in de slaapkamer of ga bij een raam zitten voor wat koude lucht.’

Leren van de zomer

In de zomer kan een goed geïsoleerd huis juist een zegen zijn, zegt Te Kulve, ‘Mits je overdag alles goed dicht houdt. In de avond kan de boel weer open om te ventileren. Je kunt je huis zo goed aanpassen aan het weer.’ Sowieso kunnen we veel leren van de zomer, vindt Van Marken Lichtenbelt. ‘In een hittegolf zie je dat het lichaam prima in staat is om zich aan te passen aan warmte. Dat geldt ook andersom: in de winter kan ons lijf zich prima aanpassen aan kou.’

Ook ons eigen gedrag passen we in de zomer aan op de warmte, in plaats van dat we de temperatuur (met airconditioning) aanpassen op ons. Van Marken Lichtenbelt: ‘We dragen luchtige kleding, zijn veel buiten, zetten de ventilator aan en stellen zware klussen uit.’ De winterse variant daarvan: een warme trui, dichte deuren om warmte binnen te houden en veel bewegen om warm te blijven.

Aanpassen is het toverwoord en het liefst hebben we dat in eigen hand, zegt Te Kulve. ‘In alle onderzoeken zien we dat mensen invloed willen hebben op de temperatuur. Je moet dus allereerst goed snappen hoe je eigen (vloer)verwarming werkt.’ Kibbelende stellen hebben volgens beide onderzoekers meer aan persoonlijke oplossingen dan aan talloze knopinterventies. Van Marken Lichtenbelt: ‘Een warme trui, sloffen, een dekentje of een kruik. Maar er bestaan bijvoorbeeld ook handverwarmende bureaubladen.’

Allemaal verwármende persoonlijke oplossingen. Delft de kouwelijke helft het onderspit in de strijd om de thermostaatknop? Van Marken Lichtenbelt: ‘Tegen kou kun je je kleden, andersom is dat lastiger. Het is ook niet zo duurzaam als je de thermostaat hoog draait, om vervolgens in een T-shirtje te werken.’ Rest een schrale troost: als de koukleum deze zomer ontdooit, is de heethoofd de pineut.

Meer over