Het ideale compromis in de liefde

'De hond is een schoolvoorbeeld van waar een misverstand omtrent de liefde toe kan leiden,' schrijft Jan Desmet in zijn boek Kijk eens naar het vogeltje over het meest gefotografeerde dier ter wereld....

Van alle manieren waarop mensen hun grote liefde voor het dier willen betuigen, is hébben van een dier de meest-voorkomende en niet zelden ook de meest-teleurstellende.

Een dier bezitten komt voor 90 procent van de tijd die het op aarde is gegeven nergens anders op neer dan het met rust te laten, het te eten geven en de stront achter zijn kont op te ruimen. Meer kunnen althans de dieren zélf zich van hun relatie met hun eigenaar niet voorstellen.

Dat de dierenliefhebber daar van zijn of haar kant dikwijls heel anders over denkt, is een net zo tragisch als historisch misverstand dat in kaliber nauwelijks onderdoet voor dat tussen man en vrouw.

Typerend daarvoor is misschien het verhaal van de cavia die door zijn volwassen vrouwtje met een 'draai om zijn oren' blind werd geslagen omdat hij, ondanks haar uitgebreide waarschuwing vooraf, tóch op de vloerbedekking plaste toen hij op zondag uit zijn kooi mocht.

In elk geval is er enorm overschot aan dierenliefde ontstaan doordat mensen die hun diepere gevoelens en verlangens op een of meerdere beesten projecteren, deze niet op overeenkomstige wijze van ze terugkrijgen.

Nieuwe tijdschriften als Staart & Co spelen daarop in door over huisdieren te schrijven als serieuze partners in het streven naar affectie en huiselijk geluk:

- 'Ik weet zeker dat ze me kennen' (Mensen over hun band met vissen);

- 'Ook toen Cindy blind werd, bleef ze een vrolijke gezellige hond';

- 'Uw hond kan ook de hele dag bij de uitlaatservice blijven. Hij wordt dan opgevangen in huiselijke kring';

- 'Veel honden gaan hier apentrots de trimsalon uit';

- 'We waren met z'n vieren, maar Bingo adopteerde mij meteen als moeder.'

En, als er vanuit de dieren zelf nog geen natuurlijke aanvechting is tot dankbaar-zijn en knuffelen:

- 'De degoe aan zijn start vastpakken is uit den boze. Hij begint dan heftig te spartelen tot zijn staart uiteindelijk afbreekt. Daarom is het beter het dier met twee handen ''op te scheppen''.'

Of, in het geval van katten (uit het tijdschrift Tommy):

- 'Naast de geurklieren op kop en kin hebben katten er ook nog een bij de anus. Draait de kat haar anus naar u toe dan betekent dit dat zij u in de gelegenheid stelt ook zijn geur op te nemen. Als goede katteneigenaar snuffelt u terug, want zelfs licht blazen om de kat uit het gezicht te verwijderen wordt door uw kat als agressie beoordeeld.'

'Liefde voor dieren', schrijft Jan Desmet in zijn boek Kijk eens naar het vogeltje 'helpt ons gevoel van existentiële nietigheid te verzachten door op het kindse en complexloze van andere schepsels terug te vallen'. De superieure dwingeland die de mens is moet zijn emotionele labiliteit in evenwicht houden 'door de hulp in te roepen van wezens die qua intellect niet boven zijn enkels reiken. Huisdieren zijn een levend bewijs voor de handicaps van ons gevoel. Wie een hond of kat aait, aait de hiaten in zichzelf'.

Kijk eens naar het vogeltje leunt als verhalenbundel op de omvangrijke collectie prentbriefkaarten en foto's die de Belg Desmet in tien jaar tijd bijeenbracht rond het thema dierenliefde in de fotografie; de oudste foto's in die verzameling dateren van 1870. 'Vroeger, als veldornitholoog', zo licht de schrijver die bezigheid toe, 'telde ik massaal watervogels om een beeld te krijgen van hun passage en levenswandel. Kortom, ik verzamelde tellingen. Nu verzamel ik beestenfoto's om iets extra's over de aard van de mens te achterhalen.'

Een sleutel tot een beter begrip van dat mysterie ligt besloten in het antwoord op de vraag waarom een tuinier zich toch makkelijker met zijn hond dan met zijn bloemkool zal laten fotograferen. Dat is omdat een hond er beter in slaagt de intrinsieke boodschap van de foto over te brengen dan een bloemkool: kijk mensen, de baas heeft een minnaar! Er is iemand die om hem geeft!

Desmet neemt niet per ongeluk de hond tot voorbeeld. Het is het meest gefotografeerde dier in de geschiedenis, want het ideale compromis in de liefde. 'Door pootjes te geven en te kwijlen, door als een schaduw naast de commandant van zijn roedel te staan, wekt de hond de schijn van devotie en trouw. Het levert hem op: een positie en een aai, blikvoer en pantoffels, roomservice en geneeskundigde bijstand. De hond is een uitgekookte imbeciel. Een onafhankelijk slaafje. De hond is een schoolvoorbeeld van waar een misverstand omtrent de liefde toe kan leiden.'

Honden leggen hun zelfstandigheid met volle instemming aan de ketting bij hun meester, en de foto is er om die onderlinge verhouding te onderstrepen. Bij karpers, die andere zo veelvuldig op foto's poserende dieren, gebeurt dat vaker tegen hun zin, maar is het netto-effect hetzelfde. Ze zijn de triomfen over de natuur van de kleine man, en die macht wil zich hoe dan ook bewijzen. Jan Desmet trof op de 72 pagina's van het Britse blad CARP news & angling techniques 85 portretten aan van mensen die allen hun eigen karper ondersteboven de lucht inhouden.

Tegenover honderd foto's van honden of sportvissen staat er één van een kat. Desmet: 'Katten op de foto laten zich simpel samenvatten: ze zijn betrapt tijdens een dutje of ze konden geen kant meer uit omdat iemand ze knevelt. Ook redelijk voorradig zijn katten die met hun hele lijf ''loop naar de pomp'' uitdrukken of verdiept waren in hun spel. Opgepakte katten zien er zelden meegaand uit. Hun pupillen staan vals. Wat op zulke foto's staat is door de bank genomen het fragment van een vluchtpoging.'

Een categorie fauna die het pad van de liefhebber bijna net zo vaak als de hond kruist, zijn de toeristendieren. Elk land heeft wat dat betreft zijn eigen clichés. Nederland zijn duifjes op de Dam. Amerika zijn bizons, Australië de kangoeroe, Sri Lanka de werkolifant, Peru de lama, België zijn knollen, Spanje en andere mediterrane naties het ezeltje, en Gibraltar zijn apen.

'Onder de vogels zijn stadsduiven de meest gefotografeerde vakantiedieren', staat in Kijk eens naar het vogeltje. 'Geef toeristen een plein waar ze tussen de duiven kunnen pootjebaden, en hun filmrolletjes kriebelen.' Om de ethologie van de duiventoerist te bestuderen, staat Desmet naar eigen zeggen een mooi setje foto's ter beschikking.

Daarin valt op dat veel duiventoeristen de vorm van een standbeeld aannemen. Ze verstijven hun lichaam, meestal met vooruitgestoken arm(en): 'Op de best gelukte portretten zien deze mensen eruit als een met duiven opgetuigde kerstboom. Sommigen lachen, anderen kijken ernstig en geconcentreerd voor zich uit.'

Laatstgenoemde gezichtsuitdrukking komt het vaakst voor in de fotografie van de dierenliefde, en zij is over die liefde uiteraard ook het veelzeggendst. Een dier kan aan een ontroerende foto over dierenliefde meewerken door precies zoals de baas in de lens te kijken. Het moet daarbij uitstralen dat híj de grootste fanclub van de eigenaar is.

Desmet rept van een gangbare, mondiale afwijking om op die manier met een foto te liegen. Auteurs van een boek over katten poseren met hun eigen dier, maar ook doodgewone romanschrijfsters en voor een kranten- of tijdschriftenfoto geïnterviewde types (die er éxtra edele inborst mee willen suggereren), deinzen er niet voor terug.

Het wekt dezelfde bevreemding als de manier waarop veldheren zich door de eeuwen heen hebben laten beeldhouwen, noteert Desmet: dat is steevast als ruiter te paard en nooit als echtgenoot te vrouw of als minnaar te minnares.

Een deel van de foto's van Jan Desmet hangt tot de zomer in het Noordbrabants Natuurmuseum in Tilburg. Hoewel ze met diens collectie als zodanig niets van doen hebben, maakt een tiental opgezette honden in een andere zaal van het gebouw wel duidelijk dat het in de liefde voor de mens van het dier soms nog niet met een doos foto's ophoudt. Er wordt in het museum onder andere een opgezette sint-bernard bewaard, er is een drentse patrijs in poephouding, een boxer, een windhond, en tevens een afschuwelijke pitbull met gele ontblote tanden.

Toch is waarschijnlijk niet opgezet-zijn maar gefotografeerd-zijn het laatste wat dieren voor de meeste baasjes en bazinnetjes kunnen betekenen. En wat daar allemaal aan gezellig of verdrietig gehannes en gedoe vooraf kan gaan, leert de niet-ingewijde op Desmets tentoonstelling.

Ze happen koek, de lievelingsdieren, ze zwemmen achter takken aan, ze dragen zuigelingen, ze zogen niet-soortgenoten, ze roken pijp of sigaret, ze steigeren op het commando van de sporen, ze doen, eveneens op commando, lief voor het vrouwtje, en ten slotte gaan ze dood.

'Kim', schrijft de familie Stouten uit Uithoorn bij een foto van een zwartwitte kat in de in memoriam-rubriek van Dieren & Mensen Manieren (maart 1997), 'ook jou moesten we laten gaan, maar jij bent hier zo ver vandaan. Achttien jaar bij ons geweest. Je hield niet van rotzooi, want je haalde altijd plastic uit de sloot en de vijver. En wie moet dat nu doen? Lieve Kim, we houden nog steeds van je. Pino, hiro en wij missen je nog steeds. Maar wees gelukkig waar je nu bent, samen met Denny, Somkey en Haayo. Dag Kimmetje'

Het is een aardig, zo niet compleet leven dat ze leiden, die lievelingsdieren, en de emoties die ze oproepen, schrijft Desmet in Kijk eens naar het vogeltje, 'kun je bergen bij de Verenigde Naties van onze sentimentaliteit. Het zijn niet uitsluitend onze handen die willen aaien, onze ogen doen duchtig mee'.

Dierenliefde. Tot en met 15 juni in het Noord-Brabants Natuurmuseum in Tilburg.

Jan Desmet: Kijk eens naar het vogeltje.

Uitgeverij van Halewyck; 143 pagina's; ¿ 24,90.

Meer over