geschiedenis

Heksen als een soort oerfeministen? Verleidelijke theorie, maar historici zijn het er niet mee eens

Heksen roepen de regen op, uit De Laniis et phitonicis mulieribus (1489) door Ulrich Molitor. Beeld Getty
Heksen roepen de regen op, uit De Laniis et phitonicis mulieribus (1489) door Ulrich Molitor.Beeld Getty

Heksen werden vooral vervolgd omdat zij sterke, eigenzinnige vrouwen waren die mannen angst inboezemden. Dat idee is de laatste tijd weer populair. Maar historici zien er geen aanwijzingen voor.

Het is een graag gehoord verhaal onder feministen: heksen, die in voorgaande eeuwen met tienduizenden op de brandstapel eindigden, waren slachtoffer van mannen die hun dominante positie verdedigden. Het ging om wijze, zelfstandige of eigengereide types, die de mannen van hun tijd zo bang maakten dat die overgingen tot moord. Zo hielden ze vrouwen in het gareel.

Nu PVV-leider Geert Wilders demissionair minister Sigrid Kaag herhaaldelijk aanduidt als ‘heks’ en cartoonist Ruben L. Oppenheimer Kaag op 11 september afbeeldde op een bezemsteel, duikt het verhaal weer nadrukkelijk op. Romanschrijver en hedendaagse heks (naar eigen zeggen) Susan Smit verkondigt het al langer. In een interview in Trouw, eerder dit jaar, stelde ze: ‘Vrouwen die werden bestempeld als heks waren mondige vrouwen, vaak in hun eigen onderhoud voorzienend, zelfstandig nadenkend, misschien ongehoorzaam aan de priester, eigenzinnig. Goedbeschouwd waren heksen de eerste feministen.’ En over de vervolgingen: ‘Het ging om een uitgekiende strategie in de vroege Verlichting om vrouwen het zwijgen op te leggen.’ Deze ideeën haalden ook de Volkskrant, via een column van Loes Reijmer over de critici van Kaag.

In 21ste-eeuwse oren klinkt de interpretatie misschien logisch. Want de grote meerderheid van de 50- à 60 duizend ‘heksen’ die van de 15de tot en met de 18de eeuw in Europa werden geëxecuteerd, was vrouw: 75 à 80 procent. Mannelijke heksen bestonden volgens tijdgenoten ook, maar zij vormden dus een minderheid. Wel verschilden de sekseverhoudingen per gebied. In onder meer Rusland en IJsland waren de meeste heksen juist man.

Bezemsteel

Ook de misdaden waaraan heksen zich volgens hun aanklagers bezondigden, verschilden per regio. Maar een aantal vergrijpen kwam vaak terug. Heksen zouden mensen en vee ziek maken, oogsten ruïneren en allerlei andere rampspoed veroorzaken. Ook gingen ze – al dan niet vliegend op een bezemsteel – naar sabbats waar ze de duivel aanbaden en seks met hem hadden.

De dans van de Sabbat, uit Compendium Maleficarum (1626), Francesco Maria Gouache. Beeld De Agostini via Getty Images
De dans van de Sabbat, uit Compendium Maleficarum (1626), Francesco Maria Gouache.Beeld De Agostini via Getty Images

Wie verdacht werd van hekserij werd ondervraagd en vaak ook gemarteld om een bekentenis af te dwingen. Eenmaal schuldig bevonden werd een heks op de brandstapel gezet, aan de galg gehangen of op andere wijze geëxecuteerd.

De beschuldigingen zijn voor hedendaagse lezers zo bizar en de verhoormethoden en straffen zo wreed dat een ander, achterliggend motief geloofwaardiger lijkt: heksenvervolgingen zijn voortgekomen uit de drang om wijze en eigenzinnige vrouwen te onderdrukken en de dominante positie van mannen te beschermen.

Historici zijn het niet eens met deze populaire interpretatie. Er zijn, zo stellen ze, weleens heersers geweest die de heksenvervolging gebruikten om van een persoonlijke vijand af te komen, en soms was het slachtoffer daarbij een mondige vrouw. Maar dergelijke motieven zijn volgens de meeste historici secundair. Primair ging het bij heksenvervolging om de angst voor de duivel en de ellende die zijn volgers konden aanrichten. Drie experts leggen het uit.

Paniek

In de eerste plaats was de angst voor heksen echt, zegt historicus Steije Hofhuis, die aan de Universiteit Utrecht een proefschrift over heksenvervolgingen afrondt: ‘In de beleving van tijdgenoten was de duivel voortdurend bezig mensen tot hekserij te verleiden. Mensen waren oprecht bang voor heksen. Daarom werden ze vervolgd. Om een einde te maken aan onheil.’

Claudia Opitz-Belakhal, hoogleraar vroegmoderne geschiedenis aan de Universiteit Basel, beaamt dat en voegt toe dat een deel van de tijdgenoten zelfs in paniek was over de toekomst van de hele samenleving: ‘Sommigen zagen heksen als een georganiseerde groep, die erop uit was de christelijke samenleving ten onder te brengen en alle goede christenen in de hel te laten eindigen. In hun ogen waren heksen een soort terroristen, die het christendom kapot wilden maken. Die gevaarlijke, meedogenloze personen wilden ze elimineren.’

Dat was de kern van de zaak en het doel was dus niet de onderdrukking van vrouwen, zegt Hofhuis. ‘In verhandelingen over hekserij en verslagen van rechtszaken staan geen aanwijzingen voor een achterliggend plan om sterke vrouwen hun plek te wijzen.’

Haat

Hoe valt dan te verklaren dat de meerderheid van de vermoorde heksen vrouw was? Dat wijst toch op zijn minst op vrouwonvriendelijkheid tijdens de processen?

Inderdaad, zeggen de historici: uit teksten over heksen spreekt veel vrouwenhaat. Neem de Heksenhamer, een laat-15de-eeuwse verhandeling over hekserij van de dominicaan Heinrich Kramer. ‘Daarin klotst de misogynie tegen de plinten’, zegt Hofhuis. Volgens Kramer waren vrouwen slaaf van onverzadigbare vleselijke lusten en konden ze zich daardoor elk moment aan de duivel overgeven. ‘Wat dat betreft is de Heksenhamer wat extreem’, vindt Hofhuis, ‘maar vrouwonvriendelijke stereotypen waren in de tijd van de heksenvervolgingen wijdverbreid. Het idee was dat vrouwen irrationeler waren dan mannen en makkelijker te verleiden door de duivel, met name via seks.’

Dat stereotype verschilt dus nogal van de krachtige vrouwen die de moderne feministen zien. Heksenvervolgers vreesden het zwakke vlees en de irrationaliteit van vrouwen, die hen een makkelijke prooi maakten voor de duivel.

De duivel ontvoert een heks, uit History of the Northern Peoples (1555) door Olaus Magnus. Beeld De Agostini via Getty Images
De duivel ontvoert een heks, uit History of the Northern Peoples (1555) door Olaus Magnus.Beeld De Agostini via Getty Images

Het vooroordeel over emotionele, irrationele vrouwen was zo algemeen dat het ook opdook bij tegenstanders van heksenvervolgingen, waarvan er ook in die eeuwen veel waren. ‘Bij hen lees je dezelfde stereotypen’, zegt Hofhuis. ‘Ze schreven bijvoorbeeld dat de bekentenissen van vrouwelijke heksen weinig waard waren, want vrouwen kon je sowieso niet vertrouwen. Dus waarom zou je hen geloven als ze na marteling bekenden dat ze heks waren?’

Minachting van vrouwen kon dus leiden tot vervolging, maar ook tot bescherming van ‘heksen’. In beide gevallen maakten de betrokken partijen zich zorgen over de gebrekkige vrouwelijke geest.

Een heks roept een demon op, uit Cosmographia universalis (1544), Sebastian Muenster (1488-1552). Beeld De Agostini via Getty Images
Een heks roept een demon op, uit Cosmographia universalis (1544), Sebastian Muenster (1488-1552).Beeld De Agostini via Getty Images

Gynocide

Anders dan vaak wordt beweerd, waren geleerde, eigenzinnige en zelfstandige vrouwen dan ook niet het primaire doelwit van heksenvervolgingen, stelt hoogleraar Europese geschiedenis Alison Rowlands van de Universiteit van Essex. ‘Dat idee is populair gemaakt door de Amerikaanse feminist Matilda Joslyn Gage. Zij publiceerde in 1893 het boek Woman, Church and State, waarin ze stelde dat de kerk vooral wijze vrouwen had vervolgd. Vrouwen met medische kennis bijvoorbeeld, die moest worden weggevaagd. Met historisch onderzoek had het boek weinig te maken en daar ging het Gage ook niet echt om. Zij wilde vooral de kerk bekritiseren en betogen dat vrouwen kennis en invloed dienden te hebben.’

Historisch geïnformeerd of niet, de ideeën van Gage sloegen aan. Ook bij schrijfsters van de tweede feministische golf, in de jaren zestig en zeventig van de 20ste eeuw: ‘Radicalere feministen beschreven de vervolgingen als ‘gynocide’, systematische moord op vrouwen.’

Beeld uit Hexe mit Satan, houtsnede ca. 1500. Beeld Getty
Beeld uit Hexe mit Satan, houtsnede ca. 1500.Beeld Getty

Ook aan deze ideeën lag weinig historisch bronnenonderzoek ten grondslag, maar de echo’s ervan klinken lang door. Bij Anne Llewellyn Barstow bijvoorbeeld, die in 1994 Witchcraze publiceerde. Volgens haar waren de vervolgingen fundamenteel een gevolg van de wens van mannen om vrouwen seksueel te domineren. En in 2018 beschreef de Zwitserse journalist Mona Chollet de vervolgingen in Sorcières als een oorlog tegen vrouwen. Beide boeken sloegen aan, maar Rowlands plaatst ze in eenzelfde categorie: geschreven vanuit een zeer selectieve blik op het verleden.

Vroedvrouwen

Met zo’n selectieve blik zijn best wat voorbeelden te verzamelen die aansluiten op het eenzijdige feministische verhaal. Van individuele vroedvrouwen bijvoorbeeld, die als heks werden geëxecuteerd en wier lot het idee lijkt te ondersteunen dat heksen vaak vrouwen waren met medische kennis. Maar daarmee klopt het beeld nog niet, zegt Rowlands: ‘Vroedvrouwen zijn incidenteel beschuldigd, maar ze stonden vaker aan de kant van de vervolgers.’ Rowlands verwijst naar het idee van de ‘heksentiet’, een extra tepel, wrat of andere huidafwijking, waarmee heksen demonische wezens zouden voeden: ‘Als een vrouw werd beschuldigd van hekserij, kon er naar zo’n heksentiet worden gezocht, als bewijs van haar schuld. Dat werd vaak gedaan door vroedvrouwen.’

Ook uit andere groepen sterke of geleerde vrouwen werden individuen vervolgd. Maar een brede blik op de bronnen laat zien dat zij geen speciale doelgroep vormden.

Onvoorspelbaar

Ten slotte waren heksenvervolgingen angstaanjagend onbeheersbaar. ‘Ze vormden een onvoorspelbaar fenomeen’, zegt Hofhuis. ‘Ze werden niet systematisch geïmplementeerd, maar flakkerden soms op.’ En eenmaal aan de gang, konden vervolgingen gierend uit de hand lopen. Opitz-Belakhal legt uit: ‘Hekserij werd gezien als een uitzonderlijk ernstige misdaad. Daarom was er in het gebied dat nu Duitsland heet heel veel toegestaan om een bekentenis te krijgen. Beschuldigden werden net zo lang gemarteld tot ze bekenden. Vervolgens waren ze al hun rechten kwijt, maar mochten ze nog wel anderen aanbrengen als heks. En dat deden ze nogal eens, bijvoorbeeld uit wraak op boven hen geplaatsten. Soms beschuldigden ze de vrouwen uit de hogere lagen. Ze zeiden bijvoorbeeld dat de echtgenote van een vorst een heks was, of de vrouw van hun baas. Maar ook mannelijke autoriteiten konden in zo’n geval slachtoffer worden’

Een van de plaatsen waar het dramatisch mis ging, was het Duitse prinsbisdom Bamberg, waar in 1626 oogsten mislukten. Dat was heksenwerk, dachten inwoners, en ze deden hun beklag bij de autoriteiten. Daarmee begon een golf van beschuldigingen, martelingen en daaruit volgende nieuwe beschuldigingen, totdat op z’n minst zeshonderd ‘heksen’ waren verbrand. Onder hen waren veel vrouwen, maar ook mannen uit de stadsraad, en mensen die zelf tot heksenjacht hadden opgeroepen.

De onbeheersbaarheid botst met het idee van een uitgekiende strategie om vrouwen in het gareel te houden. Daarvan was dan ook geen sprake. Sterker nog: wie een golf van vervolgingen aanzwengelde, liep serieus risico zelf slachtoffer te worden of toe te moeten zien hoe een echtgenote, dochter, of andere vrouwelijke naaste werd geëxecuteerd. Dat was een hoge prijs, die tijdgenoten volgens historici dus niet betaalden omdat ze een plan hadden om vrouwen te temmen, maar omdat ze doodsbang waren dat vrouwen geen weerstand konden bieden aan de duivel.

Meer over